Haringstand verbeterd en verslechtert
 

19 mei 2013

Haringstand verbeterd en verslechtert

2012-06-10 | Bron: iNSnet |
De haringstand is de laatste decennia fors verbeterd, maar de laatste jaren verslechtert de aanwas weer. Door overbevissing raakte in de jaren 70 het haringbestand sterk verminderd, waardoor de regering zich genoodzaakt voelde om een zesjarig vangstverbod (1977-1983) in te stellen. Door strenge Europese vangstbeperkingen, die nu nog steeds gelden, heeft de haring zich kunnen herstellen en gedijt hij tegenwoordig weer relatief goed. Ongeveer 90% van de gevangen haring wordt in Denemarken en Noorwegen tot vismeel verwerkt.

Overbevissing
De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties schatte dat in 2006 25% van de visbestanden in de wereld werd overbevist. Overbevissing is een probleem op de meeste wereldzeeën. Een bekend voorbeeld is het visgebied voor Newfoundland, de Grand Banks. Door jarenlange overbevissing is de kabeljauw hier zo goed als verdwenen. Commerciële visvangst is daar niet meer mogelijk. Het ecosysteem van de Grand Banks is zodanig veranderd dat het de kabeljauwpopulatie niet lukt zichzelf te herstellen. Ook in de Noordzee komt overbevissing voor, maar de door de Europese Unie ingestelde visquota gecombineerd met een verkleining van de vissersvloot zorgen ervoor dat de stand van de beviste soorten geen gevaarlijk lage waarden meer kan bereiken. De standen van Kabeljauw, wijting en schelvis zijn nog niet voldoende hersteld in de Noordzee.

Daling haringstand na 2004
Na een herstel in het begin van deze eeuw daalde de haringstand na 2004. Dit is het gevolg van de geringe aanwas van jonge haring. Jaarlijks worden weliswaar voldoende haringlarven geboren, maar slechts een gering aantal overleeft. Dit heeft waarschijnlijk te maken met veranderingen in het zeemilieu en de gevolgen daarvan voor het voedsel van haring: dierlijk plankton. De stand van de volwassen haring is door voorzichtig beheer gestabiliseerd rond de 1 miljoen ton. Dat wil zeggen: boven het limietniveau maar onder het voorzorgniveau.

Haringlarven
In het haringlarven seizoen 2011-2012 zijn er hoge aantallen larven gevangen. De sterke haringstand in de Noordzee heeft de afgelopen jaren een aantal zwakke jaarklassen voortgebracht ondanks het feit dat er veel haringlarven zijn waargenomen in de surveys. De meest waarschijnlijke verklaring is een toegenomen sterfte onder de haringlarven. Over de oorzaak van de sterfte wordt gespeculeerd. Zo wordt gedacht aan een toename van predatoren die haringlarven eten, verandering van watertemperatuur, verandering in zeestromen en verandering van voedsel.

Opwarming
De jonge larven hebben normaal al een grote energiebehoefte en met een stijging van de temperatuur neemt de energiebehoefte verder toe. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat planktonsamenstelling in de jaren 2000 tot en met 2002 sterk veranderd is. Warmteminnende en grote soorten namen in aantal toe terwijl de koudeminnende en kleinere soorten afnamen. Doordat de jonge larven voorkeur voor de kleinere soorten hebben is de voedselbeschikbaarheid sterk afgenomen.

Sterke aanwas nodig voor instandhouding
Atlanto-scandische haring wordt in de Noorse zee gevangen. Na het instorten van de visstand in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw heeft dit haringbestand zich hersteld dankzij  sterke jonge aanwas en een lage visserijdruk. In 2011 wordt de paaistand op een niveau geschat van ongeveer 7.9 miljoen ton. Daarmee is de Atlanto-scandische haring het grootste haringbestand ter wereld. Wegens het uitblijven van nieuwe sterke aanwas is er een lichte daling van het bestand waarneembaar ten opzichte van 2010. Indien zich er, in de komende jaren, geen sterke aanwas aandient kan het beheer van atlanto-scandische haring in de problemen komen.

Bronnen:
Centrum voor Visserijonderzoek (CVO)
CVO
Wikipedia Haring
Wikipedia overbevissing
Natuurbericht
Reacties: 0 | reageer