like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Provincie leert weinig van gifschandaal Lekkerkerk

Van: op 14 augustus 2013

Op 13 augustus publiceerde de Randstedelijke Rekenkamer haar rapport over de rol van de provincie Zuid-Holland bij de verschillende bodemverontreinigingen in deze provincie. Bodemverontreinigingen die een risico vormen voor mens, dier of plant worden bij voorkeur weggehaald. Dat is echter niet altijd (volledig) mogelijk of gewenst. Vaak kan het technisch niet, of niet helemaal, bijvoorbeeld omdat de verontreiniging onder een gebouw ligt of omdat hoge kosten van het saneren en de verwachte opbrengst (verminderd milieurisico) niet in een verantwoorde verhouding tot elkaar staan. Ook is de verplaatsing van vervuild materiaal niet altijd milieu-hygiënisch doelmatig. In deze gevallen blijft er verontreiniging op de betreffende plaats achter. Om te bereiken dat er dan geen onaanvaardbare risico’s ontstaan voor mensen, dieren en planten worden zo nodig maatregelen getroffen, zoals het aanbrengen van isolatie of een schone deklaag. Vervolgens wordt de ‘veilige’ situatie in stand gehouden door middel van nazorg en wordt mogelijke verspreiding bewaakt door monitoring. In 2006 heeft nazorg een uitdrukkelijke plek in de wet gekregen. Vanaf dat moment is een nazorgplan verplicht, dat ter instemming aan Gedeputeerde Staten moet worden voorgelegd. Zes jaar na de verankering van nazorg in de Wet bodembescherming is het een goed moment om terug te kijken hoe de provincies hun taken op dit gebied hebben vorm gegeven, wat heeft geresulteerd in genoemde rapporten.

Lekkerkerk
In 1980 kwam in Nederland het gifschandaal in Lekkerkerk aan het licht. Een hele nieuwbouwwijk bleek gebouwd te zijn op sterk verontreinigde grond. De opschudding na de vondst van het gif was aanleiding om uiteindelijk in 1987 de Wet bodembescherming in te voeren, met daarin de voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. Bodemsanering is het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van bodemverontreinigingen. Bodemverontreinigingen die een risico vormen voor mens of milieu worden bij voorkeur weggehaald. Dat is echter niet altijd mogelijk of gewenst. Vaak kan het technisch niet, of niet helemaal, bijvoorbeeld omdat het onder een gebouw ligt. Een andere reden kan zijn dat saneren zo duur is dat de kosten en de opbrengst (verminderd milieurisico) niet langer in een verantwoorde verhouding staan. Indien een
restverontreiniging in de bodem achterblijft en beperkingen in het gebruik van de bodem en/of maatregelen in het belang van de bescherming van de bodem noodzakelijk zijn, is er sprake van nazorg. De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de plantoetsing en handhaving bij nazorg. Ook is aanvullend dossieronderzoek uitgevoerd bij 10 nazorglocaties (incl. de Coupépolder in een apart addendum).

Heeft de provincie voldoende grip op de nazorg bij restverontreiniging na bodemsanering?
Algemene conclusie: De provincie heeft beperkt grip op de nazorg bij restverontreiniging na bodemsanering. De provincie heeft haar taak als plantoetser redelijk op orde, maar vult haar taak als toezichthouder/handhaver nauwelijks in. Ook wat betreft de informatievoorziening en registratie zijn verbeteringen nodig. Deze conclusie is gebaseerd op deelconclusies 1 t/m 3.

Geen juist en volledig overzicht van nazorglocaties
Deelconclusie 1: Geen juist en volledig overzicht van nazorglocaties, achterliggende informatie is slecht toegankelijk en kenmerken zijn niet volledig geregistreerd.
Het overzicht van de nazorglocaties is niet goed uit de bodeminformatiesystemen te verkrijgen. De onderliggende dossierstukken zijn slecht toegankelijk en een aantal dossierstukken is onvindbaar. Uit het dossieronderzoek blijkt dat de registratie van de kenmerken van de nazorglocaties niet geheel op orde is. Het gaat dan met name om de
registratie van gegevens die betrekking hebben op de achtergebleven restverontreiniging. Ook de registratie bij het Kadaster bleek, om verschillende oorzaken, niet volledig te zijn.

Aanbevelingen:
1. Vraag GS om samen met de omgevingsdiensten het overzicht van nazorglocaties en de archivering van daarbij behorende dossierstukken van de locaties op orde te brengen.
2. Vraag GS om samen met de omgevingsdiensten de registratie van nazorglocaties in het bodeminformatiesysteem op orde te brengen.
3. Vraag GS om via de omgevingsdienst Haaglanden en het gebruikersplatform van het Kadaster afspraken te maken om de registratie bij het Kadaster te verbeteren.
4. Overweeg, in samenspraak met de omgevingsdiensten, om informatie over nazorglocaties publiek toegankelijk te maken, zodat het waarschijnlijker is dat perceeleigenaren en gebruikers goed op de hoogte zijn van de beperkingen.

Nazorgplannen niet altijd navolgbaar
Deelconclusie 2: Toetsing van nazorgplannen redelijk op orde, maar niet altijd navolgbaar.
In de praktijk blijkt dat de wettelijke criteria waaraan getoetst moet worden veelal zijn opgenomen in de beschikkingen. De provincie Zuid-Holland hanteert voor het beoordelen van zowel evaluatieverslagen als nazorgplannen een checklist op basis waarvan de beschikking wordt opgesteld. In deze checklist zijn zeven van de tien door de wet gestelde criteria terug te vinden. Bij de onderzochte dossiers zijn niet alle checklists bewaard en zijn ook niet alle aspecten zichtbaar nagegaan, waardoor afwegingen bij besluiten niet altijd herleidbaar zijn. Verder blijkt uit het dossieronderzoek dat in de beschikking op het saneringsplan de expliciete afweging tussen de gekozen saneringsdoelstelling aan de ene kant en de omvang van de nazorg en gebruiksbeperkingen aan de andere kant meestal niet is vastgelegd. Daarnaast is de afgesproken nazorg van vóór 2006 niet duidelijk vastgelegd. Ook zijn niet alle vereiste aspecten in de procedure(s) voor het nemen van beschikkingen op het nazorgplan opgenomen.

Aanbevelingen:
5. Vraag GS om met de omgevingsdiensten ervoor te zorgen dat de evaluatierapporten en nazorgplannen op een uniforme wijze aan alle wet- en regelgeving worden getoetst en dat deze toetsing navolgbaar is.
6. Vraag GS om de omgevingsdiensten in de beschikking op het saneringsplan duidelijk te laten maken dat bij de gekozen saneringsdoelstelling de nazorgmaatregelen en gebruiksbeperkingen zoveel mogelijk zijn beperkt.
7. Vraag GS om met de omgevingsdiensten ervoor te zorgen dat de procedure voor het nemen van beschikkingen op het nazorgplan wordt aangevuld met de ontbrekende aspecten, zoals hoe de evaluatie van de nazorg moet plaatsvinden en hoe de status van nazorglocaties moet worden beoordeeld.
8. Vraag GS om de omgevingsdiensten de mogelijkheid mee te laten nemen om, indien de situatie zich voordoet, bij een nazorgplan een financiële zekerheidsstelling te vragen.
9. Vraag GS om de omgevingsdiensten, indien een nazorgdossier van vóór 2006 in het kader van toezichtsactiviteiten in beeld is, te laten bekijken of een nieuwe beschikking nodig is.

Deelconclusie 3: Nauwelijks toezicht op en handhaving van nazorglocaties.
Hoewel in het beleidskader van de provincie is opgenomen op welke wijze toezicht moet worden gehouden op nazorglocaties, blijkt de provincie in de praktijk nauwelijks toezicht te houden. De provincie bezoekt in principe geen nazorglocaties, tenzij sprake is van een klacht of een melding. Er zijn echter volgens de provincie nog nooit klachten of meldingen met betrekking tot nazorglocaties geweest. Het bewaken van tijdige indiening van monitoringsrapportages gebeurt niet en het beoordelen van monitoringsrapportages gebeurt niet of nauwelijks.

Aanbevelingen:
10. Vraag GS ervoor te zorgen dat de omgevingsdiensten risico-gestuurd gaan handhaven op nazorglocaties.
11. Vraag GS ervoor te zorgen dat de omgevingsdiensten bewaken dat monitoringsrapportages tijdig worden ingediend en dat zij deze vervolgens ook beoordelen.
12. Vraag GS ervoor te zorgen dat de omgevingsdienst Midden-Holland bewaakt dat spoedig een nazorgplan van de locatie Springerpark wordt opgesteld, dat deze wordt aangeboden ter registratie in het Kadaster en dat periodiek wordt beoordeeld of de schone toplaag nog in stand is.

Addendum Coupépolder: De provincie heeft redelijk grip op de nazorg bij de locatie Coupépolder.
De provincie heeft haar taak als plantoetser vrij goed uitgevoerd, maar vult haar taak als toezichthouder/handhaver beperkt in. De registratie is grotendeels op orde. Voor de locatie gelden met name de aanbevelingen 10 en 11.

Het rapport vindt u op de website www.randstedelijke-rekenkamer.nl.

Lees meer over: , ,

Meer artikelen uit de categorie: Nieuws