like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Afscheid van aardgas: de prijskaartjes van de alternatieven

Van: op 2 oktober 2018

energietransitie warmte

De komende jaren nemen Nederlandse gemeenten afscheid van aardgas. Nu al is er veel te doen over de prijs van stadswarmte, een van de alternatieven voor gas. Maar ook aan all-electric-oplossingen hangt een prijskaartje. De feiten en cijfers en voor- en nadelen van de verschillende opties op een rij.

Ruim driekwart (76%) van de Nederlanders is op de hoogte van de plannen van de Nederlandse overheid om te stoppen met het gebruik van aardgas voor de verwarming van woningen en gebouwen. In juni 2017 was dit nog 51 procent. Dat blijkt uit onderzoek van Hier Klimaatbureau onder ruim tweeduizend Nederlanders. Het onderzoek signaleert tegelijkertijd dat het aantal mensen dat zich zorgen maakt over de kosten van de warmtetransitie toeneemt: van 35% in 2017 naar 47% dit jaar.

 

250.000 huizen per jaar

Volgens het Nationaal Expertisecentrum Warmte moeten er jaarlijks zo’n 250.000 woningen van het aardgas af om alle ambities te halen. Warmtenetten, biogas en elektrische oplossingen zoals warmtepompen worden genoemd als alternatieven om onze huizen warm te houden. Op korte termijn is biogas echter geen volwaardig alternatief: er is slechts een geringe hoeveelheid van beschikbaar. Grootschalige productie is voorlopig nog niet mogelijk. Daarmee blijven elektrisch verwarmen (bijvoorbeeld met een warmtepomp) en stadswarmte als opties over.

In 2017 waren er volgens het CBS ruim 224.000 huizen met een warmtepomp. Gemiddeld produceert een dergelijke pomp ongeveer 17 GJ warmte, wat genoeg is om te voorzien in ongeveer 40% van de warmtevraag van een woning. Minstens driekwart van de warmtepompen wordt dan ook gebruikt in combinatie met een gasgestookte cv-ketel – de hybride oplossing. Bij stadswarmte liggen de cijfers anders. Er zijn ongeveer 400.000 woningen met een aansluiting op een warmtenet. Huizen met stadswarmte hebben geen gasaansluiting. Met stadswarmte wordt dus 100% van de warmtevraag van de woning afgedekt.

 

Infrastructuur verzwaren

Volgens een scenariostudie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zullen tot 2030 ongeveer twee miljoen huishoudens een warmtepomp krijgen. Een flinke operatie, die een enorme wissel zal trekken op de energie-infrastructuur. En wanneer de warmtepomp zo grootschalig voet aan de grond krijgt, dan zal de stroominfrastructuur verzwaard moeten worden. Regionaal, om aan de stroomvraag te kunnen voldoen en in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen zoals elektrisch vervoer. Maar ook landelijk, om alle windparken op zee aan te sluiten die de stroom zullen leveren. En dat zonder de leveringszekerheid en stabiliteit van het net in gevaar te brengen.

 

Miljardentransitie

Alles bij elkaar gaat deze transitie vele tientallen miljarden kosten. Dat geld zal uiteindelijk door de consument opgebracht moeten worden. Hans André de la Porte van Vereniging Eigen Huis: “Wij zijn bezig met een onderzoek naar de kosten van de energietransitie. Voor verschillende woningtypen worden berekeningen gemaakt.” De verwachting is dat de kosten per huishouden meer dan tienduizend euro zullen bedragen. Dit zijn eenmalige kosten die eventueel over enkele jaren uitgesmeerd kunnen worden. De structurele kosten zullen op jaarbasis gemiddeld zo’n duizend euro hoger uitpakken dan nu het geval is, zo berekende adviesbureau CE Delft in 2017.

 

Kritiek op prijzen

De Warmtewet is bedoeld om de consument te beschermen en te voorkomen dat een warmtebedrijf te hoge warmteprijzen in rekening brengt. In de wet staan onder meer landelijke spelregels voor de maximale tarieven voor stadswarmte, die de Autoriteit Consument en Markt (ACM) controleert. De Warmtewet gaat uit van het Niet Meer Dan Anders (NMDA)-principe. Volgens dit principe mag de consument voor stadswarmte niet meer betalen dan iemand met een aardgasaansluiting. Ondanks deze wet klinkt er al jarenlang kritiek op de prijs van stadswarmte.

 

Wijziging Warmtewet

In maart 2018 heeft de Tweede Kamer een wijziging van de Warmtewet goedgekeurd. In deze wetswijziging staat het NMDA-principe nog steeds fier overeind. Er is wel experimenteerruimte voor leveranciers om andere prijzen te hanteren, die niet gebaseerd zijn op de aardgasprijs.

"De nieuwe Warmtewet gaat ons vanaf 2019 mogelijkheden geven om klanten meer keuze te bieden met nieuwe prijs- en productdifferentiaties", zegt Alexander van Ofwegen directeur van Nuon Warmte, dat in 2017 haar stadswarmtetarieven in heel Nederland verlaagde tot onder de prijs van de goedkoopste leverancier van stadswarmte. "Bij een gemiddeld verbruik van 35 GJ is een huishouden bij ons jaarlijks 105 euro minder kwijt dan wanneer we de ACM-tarieven zouden berekenen. Met het verschil van 105 euro kunnen we in de toekomst een product als 100% CO2-vrije warmte tegen een iets hoger tarief aanbieden aan klanten, terwijl de prijs nog steeds past binnen het gereguleerde maximale tarief. We hopen dat we daarmee de betaalbaarheid verbeteren voor onze klanten en een voorbeeld zijn voor de warmtesector, zodat ook het huidige negatieve beeld over de prijs van stadswarmte stapsgewijs wordt bijgesteld naar een positief beeld."

 

Lees meer over: ,

Meer artikelen uit de categorie: Inzicht