Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

In de Westhoek rond Ieper stuiten boeren bij het ploegen nog altijd op munitie uit de Eerste Wereldoorlog. Deze ijzeren oogst moet door de Belgische ontmijningsdienst DOVO worden opgehaald en vernietigd.

ploegen

In de Westhoek weet je nooit wat er boven komt tijdens het ploegen. Foto: iStock – DuxX

Een steen in de akker is vervelend, maar een explosief kan het werk op het land helemaal stilleggen. In de Vlaamse Westhoek wordt jaarlijks naar schatting zo’n 10 ton probleemmunitie gevonden, vooral door boeren. De vondsten gaan naar DOVO in Langemark-Poelkapelle om te worden vernietigd; giftige munitie vraagt daarbij een aparte behandeling. Zo is de oorlog van 1914-1918 voor boeren rond Ieper nog altijd meer dan geschiedenis.

Op de akker van Bart en Regine blijft de oorlog opduiken

Bart Jonckeere en Regine Feryn uit Wijtschate kennen het verschijnsel van hun eigen land. Ook zij vinden geregeld oude munitie wanneer ze hun velden bewerken. In de streek heet dat de ijzeren oogst. De vondsten kunnen nog altijd gevaarlijk zijn.

Voor boeren zijn vooral twee momenten in het jaar gevoelig: het voorjaar, wanneer ze ploegen, en het begin van de herfst, tijdens de oogst. Juist dan gaan machines over of door de grond. Zo kan een vondst opduiken midden in het gewone werk op de akker, meer dan een eeuw nadat de gevechten zijn gestopt.

Waarom die granaten blijven liggen

Veel van de afgeschoten munitie ontplofte destijds niet. Schattingen komen uit op ongeveer 30 procent. Die blindgangers bleven in de bodem achter en kunnen instabiel zijn. Voor boeren blijven ze gevaarlijk.

Adjudant-majoor Jacques Callebaut van DOVO schat dat 15 tot 30 procent van alle destijds afgeschoten munitie giftig was. Dat percentage betreft alle destijds afgeschoten munitie. Voor het opruimen en vernietigen van giftige exemplaren is extra zorg nodig.

Goed om te weten Een blindganger is een afgeschoten explosief dat niet is ontploft. Door de vele gevechten tussen 1914 en 1918 liggen zulke explosieven nog steeds in de bodem van de Westhoek.

De Westhoek zorgt voor het meeste werk

De ligging rond Ieper verklaart waarom deze streek er zo vaak mee te maken heeft. Hier werd tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar gevochten. Twee derde van alle aanvragen voor een inzet van DOVO komt uit de Westhoek. Dat onderstreept de concentratie van het probleem in de streek.

Hoeveel er bovenkomt, verschilt ook sterk per telling. In 2017 haalde DOVO in de Westhoek alleen al 220 ton munitie uit de Eerste Wereldoorlog op. Dat is een telling van alle munitie die de dienst daar dat jaar meenam. De jaarlijkse schatting voor probleemmunitie in de ijzeren oogst is beperkter.

Van vondst naar vernietiging

DOVO is de ontmijningsdienst van het Belgische leger. De dienst haalt aangetroffen munitie op en vernietigt die in het centrum in Langemark-Poelkapelle. Dat werk omvat meer dan de vondsten op landbouwgrond: in heel België ruimt DOVO ook explosieven uit de Tweede Wereldoorlog op.

  • Landelijke schattingen lopen van meer dan 150 ton tot ongeveer 200 ton opgeruimde munitie per jaar, uit beide wereldoorlogen samen.
  • DOVO vernietigt jaarlijks ongeveer 9.000 stuks oude munitie. Ongeveer 10 procent daarvan is giftig en vraagt om een specifieke behandeling.

Die cijfers lijken op het eerste gezicht lastig te rijmen met de oogst op de akkers. Ook de jaren waarover de cijfers gaan, verschillen.

Het werk stopt na de oogst niet

In Langemark-Poelkapelle werd in 2016 een nieuwe ontmijningsinstallatie opgeleverd. De aparte behandeling van giftige munitie blijft daarbij een belangrijk deel van het werk. En het ritme wordt niet alleen door het landbouwseizoen bepaald: DOVO krijgt gemiddeld 10 meldingen per dag uit heel België om munitie op te halen of onklaar te maken.