Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Sovon telde in de winter van 2024/2025 zo’n 28.000 halsbandparkieten in Nederland. Den Haag en Amsterdam zijn hun grootste bolwerken, en hun groei roept een lastige vraag op: wanneer wordt een vertrouwde stadsvogel een probleem?

parkiet

Parkieten zijn inmiddels vaste bewoners van de Randstad. Foto: iStock – Biletskiy_Evgeniy

Bij Bureau Laak in Den Haag slapen grote groepen halsbandparkieten bij elkaar. Het waren er tijdens de laatste telling ruim 6.000. De vogels stammen af van ontsnapte of losgelaten kooivogels: in 1968 broedde in Den Haag het eerste wilde paar, in 1977 volgde het eerste bevestigde broedgeval in het Amsterdamse Vondelpark. Sindsdien heeft de soort zich verder over de Randstad verspreid. Nederlandse experts rekenen de halsbandparkiet tot de invasieve exoten, maar de soort staat niet op de Europese Unielijst van zorgwekkende invasieve soorten, waardoor optreden niet wettelijk verplicht is.

De grootste groepen zitten in een paar steden

Wie de aantallen per stad bekijkt, ziet hoe scheef de verdeling is. Den Haag kwam bij de landelijke telling uit op 6.350 halsbandparkieten en Amsterdam op 5.000. Zuid-Holland heeft verreweg de meeste vogels, maar ook buiten die 2 steden lopen de aantallen flink op.

  • Schiedam: 3.500 halsbandparkieten.
  • Leiden en Leiderdorp samen: 2.800.
  • Rotterdam: 2.700.

Verder noordelijk telde Sovon zowel in Purmerend als in Zaandam 1.000 vogels. Alphen aan den Rijn en Utrecht horen eveneens bij de steden waar grote groepen overnachten. Samen herbergen 9 steden 88 procent van alle getelde overnachtende halsbandparkieten. De vogel duikt dus op meer plekken op, terwijl het gros nog altijd dicht bij elkaar zit.

Samen slapen is voor parkieten meer dan een gewoonte

Een slaapboom kan buiten het broedseizoen uitgroeien tot een verzamelplek voor honderden of duizenden vogels. Volgens Jip Louwe Kooijmans, parkietenkenner bij Sovon Vogelonderzoek, biedt zo’n groep bescherming. “Samen slapen is veiliger”, zegt hij. De bijeenkomsten bieden parkieten ook de kans een partner voor het volgende broedseizoen te vinden.

Voor omwonenden heeft die drukte een minder leuke kant: veel vogels bij elkaar zorgen voor herrie en uitwerpselen, bijvoorbeeld op geparkeerde auto’s. In Den Haag kwam stadsecoloog Martin van den Hoorn van de gemeente in 2023 na een telling van slaapplaatsen uit op ongeveer 4.600 parkieten. Voor de stad adviseerde hij destijds rekening te houden met ongeveer 5.000 vogels.

Ook in tuinen zijn ze moeilijk te missen. Bij de Nationale Tuinvogeltelling begin 2023 werd in Den Haag de halsbandparkiet zelfs vaker gezien dan de huismus. Marieke Dijksman van Vogelbescherming Nederland beschrijft hoe de parkieten zich vanuit de stadsparken van Den Haag en Amsterdam verder over het westen verspreidden. Dat verklaart waarom je ze allang niet meer alleen rond hun oude bolwerken tegenkomt.

Een exoot kan ingeburgerd zijn en toch vragen oproepen

De halsbandparkiet staat op een lijst van invasieve uitheemse soorten die Nederlandse deskundigen opstelden. Ook in Europees onderzoek naar de meest invasieve soorten staat hij hoog. Invasief betekent hier dat een soort van elders komt en zich sterk verspreidt; het zegt op zichzelf nog niet hoeveel schade hij op iedere plek veroorzaakt.

Naast de halsbandparkiet hebben ook de grote alexanderparkiet en de monniksparkiet in Nederland een broedpopulatie. Die soorten zijn veel minder talrijk. De monniksparkiet staat net als de halsbandparkiet op de Nederlandse lijst van invasieve exoten. De concurrentie met inheemse vogels is een zorg, maar uit de tellingen van slaapplaatsen kun je niet afleiden hoe groot die invloed precies is.

Goed om te weten De gemeente Amsterdam wijst voor de plaatselijke populatie op een vermoedelijke ontsnapping van kooivogels uit een pand aan de Overtoom in de jaren 70.

De groei zet de keuze over ingrijpen op scherp

De Europese regels maken een belangrijk onderscheid. De halsbandparkiet staat niet op de EU-lijst van invasieve soorten waarvoor landen maatregelen moeten nemen. Nederland en de provincies zijn daardoor niet wettelijk verplicht om de soort aan te pakken. Dat neemt de vragen over overlast en de gevolgen voor andere vogels niet weg.

Van den Hoorn verwoordt hoe vertrouwd de vogel intussen in Den Haag is geworden: “Inmiddels horen de halsbandparkieten er gewoon bij. Het is zoals het is.” Tegelijk liet Sovon in 2023 weten dat het landelijke aantal in de 7 jaar daarvoor was verdubbeld. Of die ontwikkeling uiteindelijk tot nieuw beleid leidt, is onzeker. Een landelijk aantal specifiek voor 2026 is nog niet vastgesteld.

Over het onderzoek

Sovon baseert de landelijke schatting op een gelijktijdige telling van slaapplaatsen. Vrijwilligers tellen vogels terwijl die zich ’s avonds op hun gezamenlijke overnachtingsplekken verzamelen. Zo zijn grote groepen beter in beeld te brengen dan wanneer je verspreid door de stad losse parkieten telt.

Het rapport over de wintertelling bevat ook de uitkomsten per slaapplaats. Daardoor is te zien dat een stedelijk totaal en de telling bij 1 boomgroep niet hetzelfde cijfer zijn. Bij Bureau Laak kwam de ene telling uit op 6.128 vogels en de andere op 6.249.