Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Bij bergingen in het IJsselmeer en Markermeer zijn stoffelijke resten van bemanningsleden gevonden. Het Rijk wil tot 2030 zoveel mogelijk resten van vermiste piloten bergen, maar bij andere wrakken blijft de vraag wie er nog aan boord is.
Soms steekt er nog een stuk vliegtuigwrak boven het Ijsselmeer uit. Foto: iStock – GM
Wie over het IJsselmeer uitkijkt, ziet niet wat er op de bodem ligt: ook vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog. Bij Kornwerderzand werd in 2022 de Lancaster ED603 geborgen, een bommenwerper die daar in 1943 neerstortte. Defensie leidt zulke bergingen, waarbij metaal wordt weggehaald en wordt geprobeerd omgekomen bemanningsleden te identificeren.
Op de bodem ligt meer dan één verhaal
Hoeveel toestellen verdwenen er tijdens de oorlog boven Nederland? De Rijksoverheid houdt het op ongeveer 5.500 verloren vliegtuigen. Van 501 wrakken uit die tijd was bij een eerdere telling bekend dat ze nog niet waren geborgen. Daarvan lagen er 63 in het IJsselmeer. Dat laatste cijfer zegt dus niet hoeveel wrakken er vandaag nog liggen.
Ook vertelt een telling van wrakken je nog niet wie er mogelijk in zitten. De Rijksoverheid schat dat in ongeveer 400 vliegtuigwrakken in Nederland waarschijnlijk nog stoffelijke resten van piloten liggen. Bij de ene vindplaats kan het om een vermist bemanningslid gaan, bij de andere is al meer bekend over de vlucht en de mensen aan boord.
Voor de bergingen is 15 miljoen euro uitgetrokken
Het Rijk heeft 15 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de berging van vliegtuigwrakken. Een onderzoek wees daarnaast 30 tot 50 wrakken in Nederland aan waarbij de kans zeer groot is dat er nog resten van bemanningsleden aanwezig zijn. Dat is een strengere inschatting dan de bredere raming van ongeveer 400 wrakken.
Die aantallen maken duidelijk waarom een berging meer vraagt dan een graafmachine. De Koninklijke Luchtmacht leidt het werk bij het wrak. De Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht verzamelt gevonden resten en probeert vast te stellen van wie ze zijn. Een naam achterhalen is daarbij iets anders dan vaststellen welk toestel op een plek is neergestort.
Missies en bemanningen van geborgen wrakken
De toestellen die uit het IJsselmeer en Markermeer zijn gehaald, laten zien hoeveel informatie er per wrak kan verschillen. Soms is bekend welke missie de bemanning uitvoerde. Soms draait de berging vooral om de mensen van wie nooit resten zijn teruggevonden.
- De Lancaster ED603 had zeven bemanningsleden. Bij de berging werd gezocht naar resten van drie van hen. De gemeente Súdwest-Fryslân werkte daarvoor samen met Defensie en het Nationaal programma berging vliegtuigwrakken.
- In het Markermeer begon in augustus 2020 de berging van een Britse Short Stirling. Daarbij werden stoffelijke resten gevonden van bemanningsleden die waren omgekomen tijdens een missie om steden in Duitsland te bombarderen.
- De Lockheed Hudson FK790 werd in de nacht van 5 op 6 juli 1944 neergeschoten tijdens een speciale missie met geheim agenten aan boord. Het wrak werd in 1997 bij Kornwerderzand uit het IJsselmeer gehaald.
Bij de Short Stirling leverde de berging dus meer op dan vliegtuigonderdelen: er kwamen ook resten van de bemanning aan het licht. Bij de Lancaster stond vooraf al vast naar hoeveel vermiste bemanningsleden werd gezocht. Zulke details bepalen mede welk verhaal een wrak kan vertellen, en voor welke mensen identificatie nog mogelijk wordt onderzocht.
Zelf naar een wrak graven mag niet meer
De aanpak van vliegtuigwrakken is door de jaren heen veranderd. Tot 1996 mocht iemand in Nederland zelf een wrak opgraven, zolang de grondeigenaar toestemming gaf. Tegenwoordig is zo’n particuliere opgraving illegaal. Dat geldt ook als iemand precies weet waar een toestel ligt.
Goed om te weten Een vliegtuigwrak kan onderdelen bevatten én resten van bemanningsleden. Daarom is de plek van een vondst van belang bij het verzamelen en identificeren van die resten.
Defensie schat dat tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n 6.000 vliegtuigen in Nederland crashten, iets meer dan de 5.500 toestellen die volgens de Rijksoverheid verloren gingen. Wie nu een wrak wil opgraven, heeft bovendien geen keuze in de leiding van het werk: dat moet gebeuren onder de Stafofficier Vliegtuigberging van de Koninklijke Luchtmacht.
