Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Een bedrijf kan op papier genoeg elektriciteit hebben en toch niet verder kunnen. Dat klinkt vreemd, maar het komt voor wanneer een onderneming wil uitbreiden en de bestaande netaansluiting daarvoor te weinig ruimte biedt. Een extra productiemachine, een rij laadpalen of een overstap naar elektrische verwarming kan het stroomverbruik flink veranderen. De aansluiting groeit alleen niet vanzelf mee.
Tegelijkertijd verschijnen er steeds meer zonnepanelen op bedrijfshallen en distributiecentra. Op zonnige middagen kan zo’n dak behoorlijk wat stroom leveren. Alleen valt die productie niet altijd samen met het moment waarop het bedrijf de elektriciteit nodig heeft. De uitdaging zit dus niet uitsluitend in het opwekken van duurzame energie, maar ook in het praktisch gebruiken ervan.
Het ene uur is het andere niet
Een jaartotaal zegt weinig over de pieken binnen een bedrijf. Een werkplaats kan tijdens de ochtendspits van de productie veel vermogen nodig hebben, terwijl het verbruik in de middag terugloopt. Bij een koelbedrijf ligt dat anders, omdat installaties ook buiten de gebruikelijke werktijden blijven draaien.
Dat verschil is belangrijk wanneer een onderneming zonnepanelen laat plaatsen of haar aansluiting wil uitbreiden. Wie alleen naar het jaarlijkse verbruik kijkt, mist mogelijk de momenten waarop de installatie of aansluiting tegen haar grenzen aanloopt.
Soms kan een bedrijf al iets bereiken door het gebruik anders te plannen. Een deel van het laden van elektrische voertuigen kan bijvoorbeeld plaatsvinden wanneer er veel zonnestroom beschikbaar is. Bij andere processen is schuiven nauwelijks mogelijk, omdat machines continu moeten draaien of bestellingen op tijd klaar moeten zijn. De mogelijkheden moeten dus per locatie worden bekeken.
Stroom bewaren voor later
Wanneer zonnepanelen meer elektriciteit produceren dan er op dat moment nodig is, kan een batterij een deel van het overschot opslaan. De onderneming kan die stroom vervolgens gebruiken wanneer de productie terugloopt of de vraag toeneemt. Dat kan helpen om de eigen opgewekte energie beter te benutten.
De keuze voor opslag vraagt wel om meer dan een berekening van het aantal kilowattuur. Ook het vermogen van de batterij is van belang. Een installatie moet niet alleen voldoende energie kunnen bewaren, maar ook aansluiten op de hoeveelheid stroom die het bedrijf op een bepaald moment nodig heeft.
Daarbij is een batterij niet automatisch de goedkoopste oplossing. De investering moet worden afgezet tegen het verwachte gebruik, de energietarieven en eventuele beperkingen van de netaansluiting. Soms ligt de grootste winst bij een andere verdeling van het verbruik; soms is een combinatie van opslag en slimme aansturing interessanter.
Niet alles hoeft tegelijk aan te staan
Op grotere bedrijfslocaties komen steeds meer elektrische systemen samen. Denk aan zonnepanelen, laadpalen, klimaatinstallaties, productiemachines en batterijen. Als die onderdelen onafhankelijk van elkaar werken, kunnen ze op hetzelfde moment veel vermogen vragen. Dat is niet altijd handig wanneer de aansluiting beperkt is.
Met energiesturing kan het gebruik beter op elkaar worden afgestemd. Laadpalen kunnen bijvoorbeeld tijdelijk minder vermogen krijgen wanneer andere installaties voorrang nodig hebben. Een batterij kan op geschikte momenten worden geladen of juist stroom leveren. Welke instellingen mogelijk zijn, hangt af van de apparatuur en de bedrijfsprocessen.
Zonneklaar.nl biedt bedrijven mogelijkheden om hun energievoorziening met onder meer opwekking, opslag en energiesturing aan te pakken. Voor een onderneming die wil uitbreiden of elektrificeren, begint een passende oplossing bij de vraag waar de knelpunten werkelijk zitten en hoeveel ruimte er nog is binnen het bestaande systeem.
Vooruitkijken voorkomt losse investeringen
Een bedrijf dat nu alleen zonnepanelen nodig heeft, kan later ook laadvoorzieningen of extra opslag willen toevoegen. Wanneer die plannen al bekend zijn, is het verstandig ze mee te nemen in het ontwerp. Zo wordt voorkomen dat een installatie later onnodig moet worden aangepast.
Dat betekent niet dat elk bedrijf meteen een uitgebreid energiesysteem nodig heeft. De ene locatie kan met een relatief eenvoudige ingreep vooruit, terwijl een andere onderneming een combinatie van technieken nodig heeft om verder te kunnen groeien.
De energietransitie vraagt daarom niet alleen om meer duurzame opwekking, maar ook om keuzes die passen bij de dagelijkse praktijk. Wie weet wanneer stroom beschikbaar is, waar de grootste pieken ontstaan en welke veranderingen eraan komen, kan gerichter investeren. En dat is vaak een beter vertrekpunt dan simpelweg steeds meer capaciteit toevoegen.
