Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
De Thwaites-gletsjer draagt nu al zo’n 4 procent bij aan de wereldwijde zeespiegelstijging. Volgens een nieuw model is de kans 60 procent dat hij deze eeuw zijn steun verliest, waarna hij sneller kan terugtrekken.
Als de grootste gletsjers gaan smelten voelt ook Nederland de gevolgen. Foto: iStock – Paltita Viajera
In West-Antarctica ligt een gletsjer zo groot als Florida. Onderzoekers van de Universiteit van Californië in Irvine en NASA hebben een nieuw model gemaakt dat beter laat zien wat er gebeurt op de plek waar het ijs de zeebodem raakt. Daar dringt oceaanwater onder de Thwaites-gletsjer door en smelt het ijs van onderaf. Wat zich op die moeilijk bereikbare plek afspeelt, is ook voor een laaggelegen land als Nederland van belang.
Wat er achter Thwaites ligt
Thwaites trekt zich al tientallen jaren terug. De gletsjer is bovendien de breedste ter wereld en houdt ijs uit andere delen van West-Antarctica tegen. Verdwijnt die rem, dan kan ook dat ijs sneller naar zee stromen.
Bij de gevolgen voor de zeespiegel is het belangrijk om de gletsjer zelf en het ijs erachter uit elkaar te houden:
- Het ijs van Thwaites zelf bevat genoeg water om de zeespiegel bij volledig verlies met ruim 60 centimeter te laten stijgen.
- Als ook het ijs dat Thwaites tegenhoudt uiteindelijk verloren gaat, kan de stijging uitkomen op ongeveer 3 meter.
Zo’n volledige instorting is geen voorspelling voor 2100. Het gaat om wat er op langere termijn op het spel staat, terwijl onderzoekers nog proberen vast te stellen hoe snel het ijs zich kan terugtrekken.
De grens tussen vast en drijvend ijs beweegt mee met het getij
Satellietgegevens laten zien waarom Thwaites lastig te voorspellen is. De overgang van ijs dat op de bodem rust naar ijs dat drijft, blijkt soms een kilometersbrede zone. Veel oudere ijsmodellen behandelden die overgang als een vrij vaste lijn.
In die zone pompt het getij zeewater heen en weer. Het dikke ijs komt daarbij iets omhoog en zakt weer terug, waardoor relatief warm water verder onder de gletsjer kan komen. Dat voortdurende contact met oceaanwater maakt meer smelt aan de onderkant mogelijk.
Mattia Poinelli, projectwetenschapper aan de Universiteit van Californië in Los Angeles, leidde het onderzoek. Hij werkte tijdens de studie in Irvine aan de Universiteit van Californië. Met zijn collega’s verwerkte hij de bewegende overgangszone in een ijsmodel dat de gevolgen van dat binnendringende water beter kan doorrekenen.
Het nieuwe model komt hoger uit
De uitkomst van de in Nature Communications verschenen studie naar Thwaites is fors: de gletsjer kan tegen 2100 tot 3 centimeter bijdragen aan de wereldwijde zeespiegelstijging. Dat is ongeveer twee keer zoveel als eerdere schattingen. In deze berekening is zelfs geen verdere opwarming meegenomen.
Ook de zeebodem speelt mee. Die loopt onder Thwaites landinwaarts af, zodat terugtrekkend ijs steeds verder boven dieper water terechtkomt. Tegelijk liggen er onder water twee hoge ruggen die het ijs nog tegenhouden en zo de stroming naar zee afremmen.
Goed om te weten Een ijsplaat is het deel van een gletsjer dat op zee drijft. Het model draait vooral om de overgang tussen die ijsplaat en het ijs dat nog op de bodem rust.
Eén onderwaterrug kan zijn greep verliezen
Bij de Mouginot-rug berekent het team een kans van 60 procent dat het ijs vóór het einde van deze eeuw loskomt. Daarna kan Thwaites zich sneller terugtrekken over de aflopende bodem, richting de volgende grote onderwaterrug. Die kans zegt dus iets over het verlies van deze steunplek, niet over een volledige instorting van de gletsjer.
Voor laaggelegen kustgebieden, ook in Nederland, maakt extra zeespiegelstijging bescherming tegen overstromingen lastiger. Eric Rignot, hoogleraar aardwetenschappen bij de Universiteit van Californië in Irvine en mede-auteur van de studie, verwacht op basis van de nieuwe berekeningen meer risico voor kustbewoners dan eerder voorzien.
Metingen onder het ijs moeten meer duidelijk maken
Het model geeft nog geen definitief antwoord op de snelheid waarmee Thwaites ijs zal verliezen. Marien geofysicus Robert Larter van de British Antarctic Survey, die niet bij de studie betrokken was, wijst erop dat de omstandigheden onder de gletsjer nog ingewikkelder zijn dan het model kan weergeven. Directe metingen zijn daar schaars, juist omdat de plek zo moeilijk bereikbaar is.
Daarom willen de onderzoekers instrumenten plaatsen die meten hoe zeewater onder het ijs heen en weer stroomt. Zulke waarnemingen kunnen laten zien hoe goed de berekende smelt en terugtrekking overeenkomen met wat er werkelijk gebeurt. De expeditie om die metingen te verzamelen staat gepland voor 2028.
