Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Begin vorige eeuw begonnen de muren van de kathedraal te scheuren. Ingenieur Francis Fox zag dat het wegpompen van grondwater de bodem verder verzwakte. De fundering beweegt nog altijd.

Winchester Cathedral

Winchester Cathedral. Foto: iStock – Kirk Fisher

Een rotte plank vervang je, maar wat als het hout diep onder een kathedraal ligt? Winchester Cathedral in Engeland, 170 meter lang, was gebouwd op een vlot van houten palen boven een laag veen. Tussen 1906 en 1911 werkte duiker William Walker in pikdonker water tot zes meter diep aan de funderingen. Hij legde er meer dan 25.800 zakken beton neer om het eeuwenoude gebouw te stutten.

Het hout onder de kerk begon te rotten

De bouw van Winchester Cathedral begon in 1079. Onder het gebouw lagen beukenhouten en eikenhouten palen op een laag veen. Dat houten vlot hield het enorme gewicht eeuwenlang overeind. De kathedraal geldt als de langste middeleeuwse kerk ter wereld.

Toen het hout begon te rotten, werden de gevolgen boven de grond zichtbaar. Delen van de muren helden naar buiten. Je kunt een scheur in een muur nog zien en volgen; diep onder de vloer was veel lastiger vast te stellen hoe het hout en de bodem eraan toe waren.

Met zijn handen werken, zonder iets te zien

Een bronzen buste van William Walker in duikerspak, de duiker die Winchester Cathedral redde.

Een bronzen buste van William Walker in duikerspak, de duiker die Winchester Cathedral redde. Beeld: Amanda Slater (Flickr), CC BY-SA 2.0.

William Walker was hoofdduiker bij Siebe Gorman. Hij stutte de zuidelijke en oostelijke funderingen en werkte doorgaans 6 uur per dag onder water. Opgewoeld slib hield het licht tegen. Daardoor moest hij het materiaal op zijn plek krijgen terwijl hij nauwelijks kon zien wat hij deed.

“Het was niet moeilijk. Het was rechttoe rechtaan werk, maar het moest zorgvuldig gebeuren.”
William Walker, hoofdduiker bij Siebe Gorman

Die zorgvuldigheid gold voor veel meer dan de zakken beton. Onder de kathedraal bracht Walker ook deze hoeveelheden bouwmateriaal aan:

  • 114.900 betonblokken
  • 900.000 bakstenen

Walker was geboren in 1869 en overleed in 1918 tijdens de pandemie van de Spaanse griep. Hij ligt begraven in Beckenham. Op zijn grafsteen staat dat hij de kathedraal met zijn eigen handen redde. Zijn eigen woorden over het duikwerk waren een stuk nuchterder.

Het standbeeld eerde jarenlang de verkeerde man

In maart 1964 werd een beeld onthuld ter ere van Walker. Beeldhouwer Sir Charles Wheeler had hem in duikpak uitgebeeld. Maar bij de onthulling zagen aanwezige nakomelingen van Walker geen gelijkenis met hun voorvader. Er waren foto’s verwisseld: het gezicht op het beeld was dat van ingenieur Francis Fox.

Het bleef niet bij een kleine vergissing op een sokkel. Bezoekers zagen jarenlang Fox in Walkers duikpak, terwijl het monument juist de duiker moest eren. Pas in mei 2001 werd het beeld vervangen. Beeldhouwer Glyn Williams maakte het nieuwe standbeeld, ditmaal met Walker als voorbeeld.

Ook na de redding blijft de bodem bewegen

Moderne metingen laten zien dat de fundering van Winchester Cathedral nog altijd beweegt. Het stutwerk uit de periode 1906 tot 1911 heeft die beweging niet volledig gestopt.

Ook hier staan gebouwen op veen en klei, en maakt grondwater verschil voor de stevigheid van de ondergrond. Bij Winchester speelde juist dat grondwater een beslissende rol in de keuze voor een duiker: wegpompen zou de bodem verder verzwakken.

Over het onderzoek

Architect Thomas Jackson en civiel ingenieur Francis Fox werden in 1905 ingeschakeld om de verzakkende fundering te onderzoeken. Fox keek daarbij verder dan de zichtbare schade aan de muren. Zijn aanpak richtte zich op de ondergrond, waar het overgebleven veen en het grondwater het werk bepaalden.

Fox legde zijn voorstel vast in een rapport van 30 maart 1906. Daarin adviseerde hij om een duiker het resterende veen te laten verwijderen en vervolgens zakken beton onder de fundering te leggen.