Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Onderzoekers van de Universiteit van Furtwangen vonden 362 soorten bacteriën in gebruikte keukensponzen. In de geregeld schoongemaakte sponzen vonden ze evenveel bacteriën als in de ongereinigde sponzen.

schoonmaak

Schoonmaken van de keuken vraagt om extra hygiene. Foto: iStock – szakalikus

Na de afwas knijp je de spons uit en leg je hem bij de gootsteen. Maar hoe schoon wordt die spons eigenlijk als je hem af en toe uitkookt of in de magnetron stopt? Voor een studie die in 2017 in Scientific Reports verscheen, onderzochten wetenschappers veertien gebruikte keukensponzen uit verschillende huishoudens. Hun onderzoek roept een praktische vraag op: wat zegt een schoonmaakbeurt over de spons die je daarna weer gebruikt?

Sommige bewoners van je spons kunnen je ziek maken

Je ziet het niet wanneer je een spons uit de keukenlade pakt. Toch zaten er onder de tien bacteriesoorten die het vaakst op de onderzochte sponzen voorkwamen, vijf uit risicogroep 2. Die groep omvat bacteriën die mogelijk ziekte kunnen veroorzaken. Van zo’n spons word je niet automatisch ziek.

Het ging onder meer om Acinetobacter johnsonii en Chryseobacterium hominis. Ook Acinetobacter pittii en Acinetobacter ursingii stonden in die risicogroep. De wetenschappelijke namen zijn voor je afwas niet zo belangrijk, maar het onderscheid wel: de onderzoekers maten hoeveel bacteriën er in een spons zaten. Ze brachten ook in kaart welke soorten er leefden.

Een hete schoonmaakbeurt helpt tijdelijk

Uitkoken of behandelen in de magnetron kan de hoeveelheid bacteriën op korte termijn flink verlagen. Als je dezelfde spons daarna blijft gebruiken en geregeld opnieuw schoonmaakt, kan de hoeveelheid bacteriën weer oplopen. Juist dat verschil is belangrijk als je besluit of je spons nog een ronde mee kan.

Bewoners van wie de sponzen werden onderzocht, hadden zelf aangegeven of ze die geregeld ontsmetten, bijvoorbeeld met kokend water of in de magnetron. De sponzen waren onder verschillende omstandigheden schoongemaakt. De vergelijking laat zien hoe het in de praktijk uitpakte, niet hoeveel bacteriën één zorgvuldig uitgevoerde behandeling doodt.

Na het schoonmaken verschuift wie er in de spons leeft

Een deel van de bacteriën kan een schoonmaakbeurt overleven. Volgens de onderzoekers krijgen zulke overlevers vervolgens snel weer ruimte om zich te vermenigvuldigen. Zo kan de totale hoeveelheid bacteriën later toch weer vergelijkbaar zijn, terwijl de samenstelling verandert.

“De soorten bacteriën verschillen, maar de totale hoeveelheid is ongeveer gelijk.”
Markus Egert, microbioloog aan de Universiteit van Furtwangen

Bij twee van de tien meest voorkomende soorten zagen de onderzoekers zelfs een duidelijke toename in sponzen die geregeld waren gereinigd. Die soorten zijn verwant aan Chryseobacterium hominis en Moraxella osloensis, bacteriën uit risicogroep 2. Na het verhitten bevat de spons tijdelijk minder bacteriën; ontsmetten garandeert geen gunstiger samenstelling.

Een nieuwe spons is eenvoudiger dan blijven ontsmetten

Egert en zijn collega’s adviseren om een keukenspons elke week te vervangen. Daarmee hoef je niet te vertrouwen op een schoonmaakbeurt waarvan het effect op de langere termijn beperkt is. Hun advies gaat over de spons die je telkens opnieuw gebruikt.

Een afwasborstel is ook een mogelijkheid als je liever geen spons gebruikt. Borstels en sponzen zijn in het onderzoek niet rechtstreeks vergeleken. Voor de onderzochte sponzen houden de onderzoekers vast aan hun vervangadvies.

Over het onderzoek

Microbioloog Markus Egert leidde het team van de Universiteit van Furtwangen. De studie verscheen in Scientific Reports. De gebruikte sponzen kwamen uit huishoudens in het zuidwesten van Duitsland; het ging dus om een onderzoek naar daadwerkelijk gebruikte sponzen, niet om exemplaren die alleen in een laboratorium waren behandeld.

In een vervolgonderzoek uit 2020 keek een team met Egert specifieker naar sponzen die geregeld in de magnetron waren behandeld. Daarbij vonden de onderzoekers een lagere diversiteit aan soorten micro-organismen, terwijl de diversiteit in wat die micro-organismen kunnen doen juist toenam. Voor de oorspronkelijke studie uit 2017 bracht het team met 16S-rRNA-gensequencing 362 bacteriesoorten in kaart: ze herkenden bacteriën aan een stukje van hun erfelijk materiaal.