Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In 2002 werd het papiervisje voor het eerst officieel in Nederland vastgesteld. Nu komt het in het hele land voor, vooral in nieuwbouwwoningen. Schoonmaken kan helpen, maar een gevestigde plaag krijg je er niet mee weg.
Close-up van een papiervisje (Ctenolepisma longicaudata), herkenbaar aan lange antennes en staartdraden. Beeld: Alvesgaspar, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
Je pakt een boek uit de kast en ziet een grijs, gevlekt beestje tussen de pagina’s wegschieten. Papiervisjes verstoppen zich gemakkelijk tussen papierwerk, maar kunnen zich ook vanuit warme leidingen of de spouwmuur door een woning verspreiden. Ze overleven al bij een luchtvochtigheid van 35 procent, dus een relatief droog huis houdt ze niet vanzelf tegen. Wat kun je doen als ze eenmaal in huis zitten, voordat boeken, behang of archieven schade oplopen?
Dat beestje in je boekenkast is niet altijd een zilvervisje
Een papiervisje herkennen is lastig als het snel wegschiet. Het lijkt op een zilvervisje, maar zilvervisjes hebben minstens 50 procent luchtvochtigheid nodig om te overleven. Daardoor kom je papiervisjes ook tegen in ruimtes die voor zilvervisjes te droog zijn.
Kun je het beestje wat beter bekijken, let dan op deze kenmerken van het papiervisje:
- Het is 10 tot 15 millimeter lang en heeft haartjes op zijn lijf.
- Op zijn kop zitten twee antennes met zichtbare ringetjes.
- Aan de achterkant zitten drie dunne staartdraden, ook met ringetjes.
Vooral dat laatste detail helpt als je twijfelt wat er tussen je boeken loopt. De wetenschappelijke naam is Ctenolepisma longicaudata; je kunt ook de naam longicaudatum tegenkomen. Voor de aanpak maakt het verschil met een zilvervisje uit, omdat alleen vocht verminderen bij papiervisjes minder zekerheid geeft.
Warmte geeft ze de tijd
Een warm huis is voor papiervisjes een prettige plek om op te groeien. Bij 24 °C en 60 procent relatieve luchtvochtigheid duurt het ongeveer 14 maanden van ei tot volwassen dier, aldus het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD). Dat is een lange periode waarin je de jonge dieren gemakkelijk over het hoofd ziet.
Kou remt ze flink af. Onder 16 °C eten papiervisjes niet meer en vervellen ze niet, meldt het KAD. Zelfs bij 1 °C kunnen ze nog maanden in een verstijfde toestand overleven. Een koude periode betekent dus niet vanzelf dat je van ze af bent.
Daar komt hun lange levensduur bij. Afhankelijk van de temperatuur en luchtvochtigheid kunnen papiervisjes 7 tot 8 jaar oud worden. Bestrijders wijzen de warmte en isolatie van moderne woningen aan als mogelijke verklaring voor hun aanwezigheid in nieuwbouw; harde cijfers over hoeveel Nederlandse huizen papiervisjes hebben, zijn er niet.
Voor mensen ongevaarlijk, voor papier vervelend
Van een papiervisje word je niet ziek. Het brengt geen ziektes over en het bijt of steekt niet. De schade zit ergens anders, want papiervisjes kunnen papier en boeken aantasten, maar ook behang, archieven en textiel.
Dat maakt een vondst tussen oude documenten vervelender dan een beestje dat alleen even door de kamer schiet. Thuis gaat het bijvoorbeeld om boeken of behang; in een kantoor of bibliotheek kunnen ook bewaarde stukken kwetsbaar zijn. Het loont dus om bij terugkerende vondsten verder te kijken dan de plek waar je het dier toevallig zag.
Met een valletje ben je er meestal niet
Lokdozen en lijmvallen vangen niet alle papiervisjes. Een spray kan de overlast tijdelijk verminderen, maar bij een grote plaag moet je er geen volledige oplossing van verwachten. Zulke middelen kunnen helpen om dieren die je ziet aan te pakken, terwijl er elders in het pand nog exemplaren zitten.
Rentokil adviseert om de temperatuur te verlagen tot maximaal 18 °C en de luchtvochtigheid onder 50 procent te houden. Zie dat als maatregelen om hun leefomgeving minder aantrekkelijk te maken, niet als een garantie dat alle dieren verdwijnen. Ventileren kan helpen om vocht te beperken, maar de temperatuur en luchtvochtigheid bepalen samen hoe gunstig het binnen voor ze is.
Houd papierstapels overzichtelijk en maak plekken waar je visjes ziet geregeld schoon. Zo kun je schuilplaatsen beter controleren. Blijft de overlast terugkomen, dan adviseert Rentokil bij een hardnekkige populatie een professionele behandeling.
Over de studie
De naam papiervisje is in Nederland niet zo nieuw als de aandacht ervoor. De eerste officiële vaststelling dateert van 2002. Beijne Nierop en Hakbijl beschreven de soort in het tijdschrift Entomologische Berichten en maakten duidelijk waarom eerdere waarnemingen lastig te duiden zijn, omdat het papiervisje lang niet werd onderscheiden van het ovenvisje. Hun wetenschappelijke melding laat ook zien dat het dier destijds al op grote schaal binnenshuis voorkwam.
