Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Als plastics in water afbreken tot kleinere deeltjes, geven ze chemische stoffen vrij. Die kunnen biologische schade aanrichten aan dieren en uiteindelijk ook aan de mens, zegt nieuw onderzoek in Nature.
Microplastics kunnen chemisch actief worden in water. Foto: iStock : MargJohnsonVA
Van plastics werd lang aangenomen dat ze chemisch inert zijn. Dat is de reden waarom ze zo vaak worden gebruikt in verpakkingsmateriaal voor voedsel en water of voor de productie van speelgoed: ze zouden veilig zijn.
Maar op het moment dat grote stukken plastic uiteenvallen in micro- en nanodeeltjes, gebeurt er iets. Het oppervlak neemt dan drastisch toe in verhouding tot het volume, waardoor er meer materiaal in aanraking komt met de omgeving.
Wetenschappers van Columbia University en de University of California, Berkeley hebben ontdekt dat dat nieuw ontstane oppervlak niet meer per se veilig is. Ze wezen verschillende chemische reacties aan om die vaststelling te staven.
Microplastics in de mens
“Naarmate plastic in steeds kleinere deeltjes uiteenvalt, neemt het oppervlak enorm toe. Het water waarin die deeltjes zweven zien we vervolgens veranderen. Er ontstaan hoogenergetische, reactieve radicalen die heel waarschijnlijk bijdragen aan de biologische schade die we bij dieren en mogelijk ook bij mensen waarnemen als gevolg van blootstelling aan microplastics”, zegt Wei Min, hoogleraar scheikunde en biomedische techniek aan Columbia.
Het nieuwe onderzoek zet vraagtekens bij de gangbare opvatting dat microplastics voornamelijk bestaan uit passieve fragmenten van inert materiaal en bevestigt dat er inderdaad reden is tot bezorgdheid over de gezondheidsimpact van microplastics in het milieu en het belang daarvan voor de menselijke gezondheid.
Ons bloed bestaat immers voor een groot deel uit water. Dat wil dus zeggen dat microplastics ook in het bloed actief zouden kunnen zijn, suggereert het onderzoek in Nature.
Duizenden microplastics in flessenwater
In eerder onderzoek had het team van Wei Min al aangetoond dat een liter flessenwater gemiddeld zo’n 240.000 detecteerbare plasticdeeltjes bevatte (voornamelijk nanoplastics). Het is onder meer dit onderzoek dat tot een groeiend besef heeft geleid dat micro- en nanoplastics overal in het voedselsysteem voorkomen.
Onderzoek dat hierop voortbouwde heeft nadien onder meer een verband gelegd tussen blootstelling aan micro- en nanoplastics en hartaanvallen, beroertes, dementie en hersentumoren. Maar door de veronderstelde inertie van de deeltjes bleef het mechanisme daarachter nog onduidelijk.
Dit onderzoek geeft daar nu een verklaring voor, zegt medeauteur Naixin Qian. “Als microplastics in contact komen met water – zoals het geval is in flessenwater of in onze bloedbaan – genereren ze zogenaamde reactieve zuurstofsoorten die weefsel bij dieren en mensen uiteindelijk kunnen beschadigen.”
Water is hier dus een bepalende factor, niet zomaar een passieve toeschouwer, vult Min aan. “Wanneer plastics in kleinere deeltjes uiteenvallen, zorgt hun toenemende oppervlakte-volumeverhouding voor meer van deze chemisch actieve gebieden.”
De wetenschappers hopen dat hun nieuwe inzichten bijdragen aan ontwikkelingen om de chemie van veelgebruikte plastics te veranderen zodat de toxische reacties die ze opwekken veel meer beperkt kunnen blijven.
