like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Van mondiaal gesleep naar radicale regionalisering

Van: op 9 december 2019
transport

Op weg naar Eindhoven stapte ik uit de bus op een industrieterrein. Het was rond 15.00 uur. Overal grote vrachtwagens om me heen, bewegend en geparkeerd. En lopend naar mijn bestemming zag ik nog veel meer trucks met oplegger, blijkbaar rijdend van en naar het vliegveld…

Ik realiseerde me eens te meer hoe krankzinnig onze huidige economie nu draait met het massaal nationaal en mondiaal gesleep met allerhande goederen. Bloemen uit Kenia verkopen we via de veiling in Aalsmeer door aan Japan, zonder vliegschaamte. Het gaat dag en nacht door, ook met grote vrachtvliegtuigen en miljoenen containers op schepen en treinen. En we zien her en der de hoog gestapelde containerbergen, om weer volgestopt te worden. Een logistieke malle molen, mede doordat op de brandstof van schepen en vliegtuigen nog steeds geen belasting wordt geheven, en allerlei milieu- en gezondheidsschades worden bovendien niet meegerekend in de prijzen.

Uit eigen regio

Al vele jaren wordt als reactie op die uit de hand gelopen mondialisering gepleit voor regionalisering. In de 8 punten voor ecologische voeding van De Kleine Aarde stond in 1978 al: Meer uit eigen regio. Destijds bepleitte ook Ernst Schumacher die ontwikkeling met zijn boek ‘Hou het klein’. Een beroemd of berucht promotieonderzoek in dit verband is van Stefanie Boge van het Wuppertal Instituut in Duitsland. Ze keek rond 2005 naar alle afstanden die werden afgelegd voor een simpel toetje: een potje aardbeienyoghurt met etiket en dekseltje. Ze kwam uit op ruim 8.000 km. Achteraf bleek ze echter nog 24.000 km te zijn vergeten, namelijk voor soja voor de koeien en bauxiet voor het aluminiumdekseltje, beide uit Brazilië ingevoerd. Dus het totaal kwam uit op ruim 32.000 km! En met een paar happen is het potje weer leeg…

Nieuwe technieken

Nu we, ondanks herhaalde mondiale waarschuwingen, al sinds 1962 en zelfs eerder, te maken hebben met zovele ernstige vraagstukken zoals de schrikbarende afname van de biodiversiteit, de dodelijke klimaatontwrichting, de gezondheidsbedreigende (ultra)fijnstof, de stikstofcrisis en de plasticverspreiding tot in verre oceanen en zelfs in ons lichaam, is radicale regionalisering wellicht een aantrekkelijk alternatief. Het is een goed voorbeeld van een integrale aanpak, want je kunt er diverse problemen grotendeels tegelijk mee oplossen! Vooral voedsel kan voor een groot deel makkelijk uit eigen regio komen. Er zijn al vele projecten met korte afstanden tussen producent en consument. De ongeveer 400 buurtboomgaarden, het project Herenboeren in Boxtel, en natuurlijk ook alle volkstuinen zijn er mooie voorbeelden van. In 1984 startte De Kleine Aarde met de lokale Biologische Boerenmarkten, mede om zo de tussenhandel uit te schakelen.

Met nieuwe technieken is nu nog veel meer regionaal mogelijk geworden. Een bekend voorbeeld is natuurlijk energie. Naast flinke energiebesparing kunnen we met regionale windenergie, zonneboilers, zonnepanelen en warmtepompen huizen en bedrijven van duurzame energie voorzien en ook het regionale vervoer regelen.

Kleding en local mining

Belangrijk voor de regionalisering is ook kleding, want met de combinatie van ‘oude’ en nieuwe basisgrondstoffen als vlas (linnen), wol, mohair, hout, brandnetels, hennep en nog andere vezels én nieuwe technieken is regionale productie weer goed mogelijk geworden. In Engeland wordt nu met zogenaamd Fast Fashion in 10 dagen nieuw ontworpen kleding, en ook daar geproduceerd, op de markt gebracht. Nog belangrijker is om alle kleding die al in de eigen regio aanwezig is zoveel mogelijk te blijven gebruiken. Kringloopwinkels spelen daarbij al een cruciale rol, en voor véél meer dan kleding. Het is een vorm van local mining: het optimaal benutten van alle spullen en grondstoffen die lokaal al in gebruik zijn, van bouwmateralen en metalen tot papier en textiel. Reparatie zal veel belangrijker worden, mede omdat door Eco-design reparatie weer veel beter mogelijk wordt. Na reparatie en hergebruik kan ook recycling voor een deel regionaal gebeuren. En denk eens aan de ongekende mogelijkheden van het 3D-printen van allerhande (gebruiks)voorwerpen (op voorwaarde dat die weer gerecycled kunnen worden!), tot zelfs bruggen toe. Vorig jaar was tijdens de Dutch Design Week een fraaie geprinte brug te bewonderen en te bewandelen.

Vele voordelen

Er zijn dus veel argumenten voor een veel meer regionaal georiënteerde economie. Hier de meest belangrijke.

  1. Energie en klimaat. Reductie van het vele vervoer, en daarmee ook minder vervoersmiddelen, infrastructuur, ongelukken, lawaai, stikstof- en CO2-uitstoot, en dus minder gevaarlijke klimaatontwrichting.
  2. Verpakkingen. Die kunnen voor korte afstanden stukken minder zijn. Meer verse producten op de markt. Dit betekent ook een extra reductie van energie en grondstoffen. Plastic kan grotendeels worden uitgebannen.
  3. Leverings- en voedselzekerheid. Als fossiele energie, voedsel, kleding en dergelijke uit verre streken moeten komen, zoals de anticonceptiepil die nu uit China komt, is er kans op calamiteiten die de aanvoer kunnen stagneren of stoppen. Met regionalisering krijgen we de planning en productie meer in eigen hand, wat onze weerbaarheid (resilience) vergroot in de onzekere tijden die komen. Bovendien zullen nu exporterende landen hun landbouwgrond en producten vaker zelf nodig hebben.
  4. Sociaal contact. Het biedt veel meer feed back-mogelijkheden tussen producenten en consumenten. En natuurlijk veel meer sociale contacten.
  5. Circulair/kringloop. Voor een duurzame circulaire economie is een korte kringloop een absolute voorwaarde. Anders moeten we ook nog met de afvalstromen mondiaal gaan slepen. Dat is niet zo efficiënt. Circulaire landbouw kan al helemaal niet zonder de kringloop van de mineralen/voedingsstoffen.
  6. Grotere variatie. Er komt een veel grotere variatie van bedrijven en teelten, en dat laatste zorgt ook voor een aantrekkelijker landschap, voor de bewoners en ook voor het toerisme. Denk maar eens aan blauwe vlasvelden en golvende korenvelden.
  7. Meer diversiteit. Meer soorten granen, groenten en fruit, peulvruchten en grondstoffen op het land leiden tevens tot een sterkere basis voor een grotere biodiversiteit, samen met klimaat onze grootste urgente uitdagingen.
  8. Gezondheid. Door minder verkeer en dus minder gebruik van fossiele energie, zal er minder uitstoot plaats vinden van diverse schadelijke stoffen, zoals het kankerverwekkende (ultra)fijnstof. Ook qua geestelijke gezondheid kunnen positieve inverdieneffecten verwacht worden,
  9. Mensenrechten. Met de reductie van onze Mondiale Voetafdruk, met name door de punten 1, 2 en 5 verkleinen we tevens de grote verschillen in de claims op de beperkte mondiale gebruiksruimte, ofwel we werken aan fair sharing, mondiaal.
  10. Versterking regionale economie. Geld gaat veel meer circuleren in de eigen omgeving, komt de regionale bedrijven ten goede, en biedt dus ook meer en gevarieerder werkgelegenheid, vaker op fietsafstand, dus minder auto’s nodig. Voor velen is dit wellicht het belangrijkste punt. Want nu ‘verdwijnt’ een groot deel van onze betalingen naar bijvoorbeeld verre energiebedrijven en hun aandeelhouders, naar voedselimporteurs, en de webwinkels niet te vergeten.
  11. Beter inkomen. Met name boeren en tuinders kunnen door regionale afzet betere prijzen voor hun producten ontvangen. Want ze zijn dan niet meer afhankelijk van de moordende mondiale concurrentie en daardoor veel te lage wereldmarktprijzen! Regionale prijzen kunnen eerlijker zijn, inclusief sociale en milieukosten. Daar wordt iedereen beter van.
  12. Versterking lokale democratie. Door meer focus op de regio (provincie, gemeente, waterschap) wordt het belang van het actief volgen van en participeren in de politieke besluitvorming in de lokale democratie groter en ook interessanter. Denk bijvoorbeeld aan de bestemmingsplannen, natuurbeleid, WMO-kwesties, de omgevingswet en de energietransitie.

Kringen van zelfvoorziening

Voor regionalisering hoeft niet alles kleinschalig of regionaal te gebeuren. Het is een zoektocht naar de optimale schaal, qua vervoer, energiegebruik, productiemogelijkheden, mineralenkringloop en vele andere aspecten. Een bakker in een dorp is slimmer dan allemaal zelf brood gaan bakken. En niet elke gemeente moet een hoogoven gaan bouwen. Voor een duurzame economie kunnen we denken in kringen van zelfvoorziening, waarbij elk product en elke dienst een andere optimale kring zal krijgen. Bijvoorbeeld de (relatief) zware groenten en aardappelen kunnen het beste in de directe omgeving geteeld worden. Maar kruiden als kaneel en nootmuskaat groeien hier niet, zijn licht, we gebruiken er relatief maar weinig van, en kunnen per schip vervoerd worden. Hierbij is tevens de vraag aan de orde hoeveel beslag we leggen op landbouwgrond elders (een fair Earth share voor iedereen) en of er sprake is van duurzame productie, zonder gifgebruik en andere schade.

Lokale inventarisaties

Gezien de voordelen van regionalisering, kunnen we wel stellen dat hier sprake is van een in vele opzichten lonkend perspectief. De ideeën zijn niet nieuw, maar de eerder genoemde crises maken het hard nodig er nog meer werk van te maken. Dus waar wachten we nog op? En hoe kunnen we hier een begin aan maken?  Voor een radicale ontwikkeling naar die regionalisering zal ook landelijk, provinciaal en lokaal beleid nodig zijn. Een belangrijk onderwerp daarbij is dat regionale producten bescherming nodig hebben tegen oneerlijke prijsvorming van elders gerealiseerde productie. Selectieve protectie dus. Ook zullen lokale en regionale overheden bij hun bestedingen aan de lokale en regionale bedrijvigheid voorrang moeten gaan geven, ondanks de geldende Europese richtlijnen op het gebied van aanbestedingen. Op al die niveaus moeten we dus aan de slag, maar we gaan er niet op wachten.

We kunnen het proces een effectieve en opvallende start geven door lokale inventarisaties te gaan maken van wat er nu allemaal al in eigen gemeente en omliggende plaatsen wordt geproduceerd, en of die producten ook voor consumenten en instellingen beschikbaar zijn. Daarover publiceren en mensen oproepen mee te denken en kijken, kan de bewustwording vergroten. En dat kan de aandacht gaan trekken van de lokale en regionale politiek. Het belangrijkste is natuurlijk dat de regionale producten vooral ook in de eigen regio worden gekocht. Een gezamenlijke marketing kan de volgende stap zijn en, om te beginnen, wekelijkse regiomarkten. Hopelijk groeit de beweging daarna door naar dagelijkse markten in fraaie gebouwen, die in zuidelijke landen zo populair zijn.

Jan Juffermans

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op www.degrotetransitie.nl

Lees meer over:

Meer artikelen uit de categorie: Inzicht

Bijna iedereen voelt de crisis en Duurzaamnieuws behoort tot de organisaties waar de pijn meteen steekt. Een heel groot deel van onze inkomsten is plots weggevallen en we vallen buiten de steunmaatregelen. Toch gaan we door, want ook dit gaat voorbij en dan is een duurzame opbouw harder nodig dan ooit. Kun jij ons meehelpen er doorheen te komen? Word dan lid, of help ons met een donatie. Dat kan hier.

Alvast bedankt - en blijf gezond!