Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
De HMS Lutine verging in 1799 tussen Vlieland en Terschelling. Het grootste deel van de lading is nooit geborgen, maar één vondst uit het wrak kreeg in Londen een bijzondere rol.
Soms steken de resten van een scheepswrak boven het zand uit. Foto: iStock – cswmoffat
Een zandbank kan een scheepswrak blootleggen en daarna weer onder het zand laten verdwijnen. Zoals met het wrak van de Lutine, die met goud, zilver en munten op weg naar Hamburg was, toen een storm een einde maakte aan de reis; van de ongeveer 240 opvarenden overleefde er maar één. Lloyd’s of London betaalde de verzekeringsclaim op het goud en zilver volledig uit, maar de bergers kregen te maken met een zeebodem die bleef verschuiven.
De Lutine voer pas 6 jaar onder Britse vlag
De Lutine was in 1779 in Toulon gebouwd als Frans schip. De Britten maakten haar in 1793 buit en zetten haar in als fregat. Op 9 oktober 1799 eindigde die tweede loopbaan in het vaarwater tussen de Waddeneilanden.
Bij de lading zaten ook Spaanse matten en dubloenen, munten die in de tijd van de Lutine waarde vertegenwoordigden. Zonder een goede inventaris is moeilijk vast te stellen hoeveel van de oorspronkelijke vracht na alle bergingen ontbreekt.
Er kwam wel degelijk goud boven
De eerste bergers gingen vrijwel meteen na de ramp aan de slag. Boots- en visserslieden haalden tussen 1799 en 1821 voor ruim 55.000 pond aan goud en zilveren baren boven. De helft van die opbrengst ging naar de Nederlandse staat. Het was een flinke buit, al kregen de bergers het grootste deel van de vracht nooit te pakken.
Lloyd’s schatte in 1858 de waarde van de hele oorspronkelijke lading op 1.200.000 Britse pond. De schatting uit 1858 geeft geen uitsluitsel over wat er nu nog op de zeebodem ligt. De hoge waarde verklaart waarom de Lutine zo lang bergers bleef aantrekken, ook nadat de eerste pogingen grotendeels waren mislukt.
Zelfs de vaargeul is verdwenen
De Lutine verging bij het IJzergat, een vaarwater dat inmiddels door de verplaatsing van zand niet meer als zodanig bestaat. Daardoor kun je een oude aanduiding van de plek niet zomaar op een huidige kaart leggen. En wie de resten vindt, moet nog bij de lading zien te komen.
Het wrak zakte weg in de verschuivende zandbanken. Het meeste edelmetaal ligt nog onder een dikke laag zand, met daaronder klei. Ook in de 19e en 20e eeuw werd opnieuw geprobeerd iets te bergen, onder meer nog in 1938. Een plek die bij de ene poging bereikbaar lijkt, kan later weer diep bedekt zijn.
De bel kreeg een ander leven in Londen
Verschuivend zand werkte soms ook in het voordeel van de bergers. Tussen 1857 en 1859 kwam het wrak opnieuw bloot te liggen. In 1858 haalden ze de scheepsbel boven. Die kreeg een plek in de ondertekenkamer van Lloyd’s hoofdkantoor in Londen, waar verzekeraars hun zaken doen.
De bel werd daar gebruikt om belangrijke mededelingen aan te kondigen. In latere decennia klonk zij vooral bij herdenkingen en andere bijzondere gelegenheden, waaronder herdenkingen van de aanslagen van 11 september 2001. Lloyd’s luidde haar ook in september 2022, ter nagedachtenis aan koningin Elizabeth II.
Bij het wrak in de Nederlandse Waddenzee ligt het meeste edelmetaal nog onder zand en klei. De scheepsbel kwam in 1858 boven water en belandde bij Lloyd’s in Londen.
Over het onderzoek
Onderzoeker Martin Hendriksma, die een boek schreef over de jacht op het Lutine-goud, vergeleek historische documenten om de waarde van de ongeborgen schat te schatten. De volledige lading is niet geborgen en de waarde uit de tijd van het schip laat zich niet rechtstreeks omzetten naar een bedrag van nu.
Hendriksma komt uit op ongeveer 60 miljoen euro naar huidige waarde voor wat nog onder het zand ligt. Dat is aanzienlijk minder dan eerdere schattingen die opliepen tot 1 miljard euro.
