
Waar gaat dit over: Grote technologiebedrijven gebruiken kunstmatige intelligentie en algoritmes om boeren te adviseren over wat ze moeten verbouwen en hoe. Critici waarschuwen dat dit de voedselketen verder centraliseert.
Waarom wil je dit lezen: Omdat voedselzekerheid niet alleen gaat over opbrengst en efficiëntie, maar ook over macht, biodiversiteit en lokale autonomie. En die staan mogelijk onder druk.
Bedrijven als Google, Microsoft, Amazon, IBM en Alibaba werken samen met grote landbouwconcerns om met behulp van algoritmes te bepalen welke gewassen waar het beste kunnen groeien. Dat blijkt uit een rapport van denktank International Panel of Experts on Sustainable Food Systems.
Volgens de auteurs van het rapport verschuift de macht daarmee steeds verder van het veld naar de serverruimte. Boeren krijgen adviezen op basis van data, verzameld via satellieten, drones en sensoren in de bodem. Kunstmatige intelligentie analyseert vervolgens vochtigheid, temperatuur en bodemkwaliteit en rolt daar een aanbeveling uit.
Op papier klinkt dat efficiënt. In de praktijk vrezen experts dat het leidt tot een landbouwsysteem dat van bovenaf is opgelegd, waarin een handvol bedrijven bepaalt wat er wereldwijd wordt verbouwd, schrijft The Guardian.
Vijf gewassen domineren
De Canadese landbouwexpert Pat Mooney, die meewerkte aan het rapport Head in the Cloud, waarschuwt dat de algoritmes zich vooral richten op een beperkt aantal gewassen: maïs, rijst, tarwe, soja en aardappelen. Dat zijn de gewassen waar grote agro-industriële bedrijven al zwaar in investeren.
Lokale gewassen die door de eeuwen zijn aangepast aan de specifieke omstandigheden dreigen daardoor buiten beeld te raken. In Ethiopië is bijvoorbeeld teff, een voedzaam graan dat goed tegen droogte kan, al generaties lang een basisvoedsel.
Een algoritme dat vooral is getraind op wereldwijde bulkgewassen herkent zo’n lokaal gewas mogelijk niet eens als serieuze optie. Het advies zal dan eerder uitkomen op maïs, inclusief het bijbehorende systeem van zaden, kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
Volgens Mooney dreigen boeren zo verstrikt te raken in een mondiaal systeem waarin ze niet alleen zaden kopen, maar ook machines en chemische middelen die bij dat specifieke teeltmodel horen. Wie instapt, zit vast.
Een kwetsbaar voedselsysteem
Die afhankelijkheid is riskant. De oorlog in Oekraïne en de toenemende klimaatextremen lieten al zien hoe kwetsbaar het mondiale voedselsysteem is. Wanneer productie en distributie sterk geconcentreerd zijn, kunnen verstoringen snel wereldwijd doorwerken.
Hoe groter en internationaler het systeem, hoe moeilijker het wordt om veerkracht te garanderen. Voedselzekerheid, stellen de critici, moet juist zo lokaal mogelijk georganiseerd zijn. Niet alleen om transport te beperken, maar ook om kennis, biodiversiteit en autonomie te behouden.
Toch groeit de markt voor digitale landbouw snel. Volgens marktonderzoekers was die vorig jaar goed voor 30 miljard dollar en kan dat oplopen tot 84 miljard in 2034. De Wereldbank financierde al voor ruim een miljard dollar aan digitale landbouwprojecten. Ook de Europese Unie investeert honderden miljoenen in onderzoek.
Digitale innovaties ogen modern en efficiënt, en trekken daardoor gemakkelijk de aandacht van beleidsmakers en investeerders. Zelfs als boeren twijfelen, kan hun overheid de technologie alsnog als toekomstbestendig presenteren.
Landbouw van onderop
Lim Li Ching, medevoorzitter van IPES-Food, pleit voor een andere benadering: innovatie van onderop. Technologie moet aansluiten bij de realiteit van boeren, niet andersom. Boeren zijn niet alleen producenten, zegt zij, maar ook beheerders van biodiversiteit.
Voorbeelden daarvan bestaan al. In Peru beschermen families honderden aardappelrassen. In China bewaren boeren traditionele zaden. In Tanzania wisselen boeren via sociale media informatie uit over weerpatronen en marktprijzen. Geen centrale algoritmes, maar gedeelde kennis.
Agro-ecologie, een landbouwbenadering die inzet op biodiversiteit, lokale kringlopen en minimale chemische input, staat daarbij centraal. Het idee is eenvoudig: versterk wat lokaal werkt, in plaats van alles te standaardiseren.
Wie bepaalt wat we eten?
De kern van het debat is niet technologie versus traditie. Het gaat om zeggenschap. Wie bepaalt uiteindelijk wat er wordt verbouwd, welke zaden beschikbaar zijn en welke landbouwmodellen worden opgeschaald?
Kunstmatige intelligentie kan boeren helpen bij het interpreteren van complexe data. Maar als die systemen vooral de belangen van multinationals weerspiegelen, verschuift de macht ongemerkt.
Voedsel lijkt vanzelfsprekend zolang de schappen vol liggen. Maar achter elk brood, elke kom rijst en elke aardappel schuilt een keuze. De vraag is of die keuze straks nog op het veld wordt gemaakt, of in de cloud van een multimiljardair.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )

