Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Jadav Payeng begon bomen te planten op een kaal zandeiland in de Brahmaputra. Het Molai-bos beslaat inmiddels zo’n 550 hectare, en er leven zelfs Bengaalse tijgers.
Het landschap op Majuli, India . Foto: iStock – Credit: Danielrao
Een jong boompje in de grond zetten is één ding; doorgaan als een heel beplantingsproject stopt, is iets anders. In de Indiase deelstaat Assam werd zo’n project in 1983 opgegeven, waarna Jadav ‘Molai’ Payeng alleen verderging. Het bos bij Majuli is inmiddels ook een plek waar jaarlijks een kudde van ongeveer honderd olifanten neerstrijkt en doorgaans een halfjaar blijft. Ook andere wilde dieren hebben er een plek gevonden.
De slangen lagen dood in de hitte
Rond 1979 begon Payeng bomen te planten langs de Brahmaputra. Hij had daar dode slangen gevonden. Zonder boomschaduw hadden ze de hitte niet overleefd, vertelde hij later. Dat beeld liet hem niet los.
“De slangen stierven door de hitte, omdat er geen bomen waren. Ik ging zitten en huilde om hun levenloze lichamen.”
Jadav Payeng, de man die het Molai-bos aanlegde
Payeng is abonnee van de Mishing-gemeenschap en komt uit Jorhat, in de deelstaat Assam. Zijn bos ligt bij Kokilamukh, vlak bij het riviereiland Majuli. Daar kreeg zijn plantwerk een heel andere schaal dan dat eerste boompje deed vermoeden.
Central Park past erin, met ruimte over
Jadav Payeng, de man die het Molai-bos aanlegde, in gesprek met chef Atul Lahkar in het bos bij Jorhat. Beeld: JyotiPN, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
Het bekende Central Park in New York beslaat ongeveer 341 hectare. Zet je dat naast het Molai-bos, dan scheelt het zo’n 209 hectare. Het Molai-bos is ongeveer 550 hectare groot.
Het terrein was ook voor anderen al in beeld. De bosbouwafdeling van het district Golaghat wilde er 200 hectare beplanten. Toen die poging stopte, ging Payeng verder zonder het team dat tot dan toe aan het project had gewerkt. Zijn naam bleef uiteindelijk aan het bos verbonden.
Dat verschil in schaal is flink: de oorspronkelijke beplantingspoging ging over minder dan de helft van het gebied dat nu als Molai-bos bekendstaat. Maar oppervlakte vertelt je nog niet wat er tussen die bomen gebeurt. Daarvoor moet je naar de dieren kijken.
Ook neushoorns vonden er een plek
Naast de dieren uit de intro leven er in het bos Indiase neushoorns en apen. Er zijn ook reptielen, konijnen en meer dan 100 herten. Zo werd de beplanting een plek waar uiteenlopende dieren kunnen verblijven.
- Herten en konijnen vinden er een vaste leefplek.
- Ook grote dieren kunnen het gebied bereiken.
Ook de kleinere bewoners tellen mee. Een bos waar zowel herten als reptielen leven, biedt kennelijk meer dan alleen bomen en schaduw. Welke dieren je er aantreft, laat zien hoe het gebied in de loop van de jaren is veranderd.
In Nederland zou de grondvraag meteen op tafel liggen
Payeng leefde zelf jarenlang midden in het gebied. Hij woonde er met zijn vrouw en drie kinderen in een eenvoudige hut. Het gezin verdiende geld door melk van hun koeien en buffels te verkopen. Zijn dagelijkse leven speelde zich dus af op de plek waar hij bleef planten.
Voor zijn werk kreeg hij in 2015 de Padma Shri, de op drie na hoogste civiele onderscheiding van India. Dat zegt iets over de aandacht die het bos heeft gekregen. Het zegt nog niets over hoe je zo’n aanpak kunt overnemen op een andere plek.
Voor Nederland is juist die vraag interessant. Een terrein van 200 hectare vrijmaken voor beplanting, zoals destijds bij Kokilamukh de bedoeling was, vraagt hier om duidelijke afspraken over grondgebruik. Payengs verhaal laat zien wat langdurig doorgaan kan opleveren, zonder een kant-en-klaar plan voor een dichtbevolkt land te bieden.
Over het onderzoek
Over de duur van Payengs werk lopen de tellingen uiteen. Er worden dertig en veertig jaar genoemd.
De telling van veertig jaar begint bij Payengs eerste plantwerk rond 1979. De dertig jaar slaan op de periode waarin hij alleen aan het bos werkte.
