like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Er zijn nieuwe begrippen nodig om circulaire vooruitgang te meten

Van: op 29 oktober 2016

circulaire economieDe ambitie voor Nederland op het gebied van de circulaire economie is inmiddels torenhoog. Het is de bedoeling dat in 2050 Nederland volledig circulair is. In veel gevallen wordt dit in studies over de transitie naar de circulaire economie (CE) vertaald in de gevolgen voor economische groei. Daarbij wordt aangevoerd dat de CE banen en economische groei gaat opleveren. Maar economische groei is een lineair begrip. Wat heb je daaraan als je het over een circulaire economie hebt? Maar hoe kan het succes van die circulaire economie op macroniveau dan wel gemeten worden?

 

De economische kringloop

Economische groei is de stijging van het bruto binnenlands product (bbp). Dit begrip heeft inmiddels een historie van zo’n jaar of tachtig. Bbp is daarmee als economisch kengetal een groot succes. Het meet op systematische wijze de (gemonetariseerde) economische kringloop in een land. Zowel de productie, bestedingen als de inkomensvorming worden op een eenduidige manier per land verzameld, opgeteld en aan elkaar gelijk gesteld. Immers, binnen een land zijn de bestedingen in een jaar exact gelijk aan de inkomens en productie, als ook rekening wordt gehouden met besparingen en voorraadvorming. De eenduidig opgestelde financiële boekhoudingen in alle landen geven daarmee een goede manier om economische prestaties te vergelijken. Lange tijd heeft bbp als begrip uitstekend gewerkt. Vooral in de periode na de Tweede Wereldoorlog, waarin de belangrijkste uitdaging was om genoeg te produceren voor de bevolking, was economische groei zeer belangrijk.

 

De economie binnen de grenzen van de aarde

Een belangrijke beperking van het bbp – er zijn er veel meer – is dat het alleen financiële stromen beschouwt. De overgang naar een economisch systeem dat binnen de grenzen blijft van wat de aarde te bieden heeft, zoals de CE, is onmogelijk te meten met economische groei. Voorraden, zoals natuurlijke hulpbronnen, zijn in termen van het bbp niet relevant. We kunnen zo veel opmaken als we willen. Sterker nog, hoe meer en hoe vaker spullen verkocht worden, hoe meer economische groei. Of dat nou ten koste gaat van ons welzijn, gepaard gaat met milieuvervuiling of wordt betaald door schulden te maken – dat is allemaal niet relevant voor economische groei.

De CE vraagt dus per definitie een ander begrip van vooruitgang dan economische groei. Het succesvol sluiten van kringlopen door efficiënter gebruik van materialen, een overgang naar het gebruik van zoveel mogelijk hernieuwbare grondstoffen, langer gebruik van goederen, hergebruik, reparatie en als het echt niet anders kan recycling laat zich niet alleen beschrijven in termen van financiële transacties. Het versterken van de waarden, waar het in zo’n systeem nadrukkelijk om gaat, zoals ecologische waarden en sociale waarden, verdienen een duidelijke plaats in een systeem dat binnen de grenzen van de aarde opereert.

Naast stroomgrootheden zoals in het bbp, dienen ook (natuurlijke) voorraden te worden meegenomen. Daarnaast moeten de consequenties van het handelen nu op de toekomstige voorraden duidelijk worden. Vooruitgang wordt dan een intertemporeel begrip. Dit bij elkaar opgesomd leidt eigenlijk tot de inmiddels vrij klassieke definitie van duurzame ontwikkeling uit het Brundlandt-rapport uit 1987: ‘vooruitgang die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen’.

 

De consequenties voor economische groei

Op macroniveau is een ander begrip dan economische groei nodig om vooruitgang te meten in de CE. Maar dat neemt niet weg dat er wel gevolgen zijn voor inkomens, banen en economische groei. Op mondiaal macroniveau zijn die consequenties voor economische groei glas- en glashelder. We weten dat ons huidige economische systeem bij lange na niet voldoet aan duurzame vooruitgang: we souperen de natuurlijk voorraden veel te snel op, zodat toekomstige generaties vooral een heel warme planeet krijgen overgeleverd, met minder biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen. De circulaire oplossing is minder productie, langer spullen gebruiken en efficiënter produceren. Dit betekent een tragere economische kringloop. Ofwel: minder financiële transacties en dus economische krimp. Dat geldt als we alleen naar producten kijken.

Er zijn twee zaken die daar tegenover kunnen staan. Ten eerste toenemende dienstverlening: producten moeten bijvoorbeeld worden gerepareerd. Afvalstromen georganiseerd. De deeleconomie, platformmodellen, producten als dienst zijn allemaal bedrijfsmodellen die duurzamer zijn en dienstverlenende banen opleveren. De toegevoegde waarde van dit soort dienstverlenende banen zal echter hoogstwaarschijnlijk niet hoog genoeg zijn om de daling van de productie op te vangen. Ten tweede hoeft die krimp van de economie zich niet in elk land voor te doen. Veel producten worden gemaakt in mondiale waardeketens. Landen waar veel producten worden geproduceerd die in een circulaire economie veel langer meegaan, zullen een krimpende economie kennen. In landen waar veel wordt geconsumeerd kan de economie zelfs groeien door bijvoorbeeld de groei van de reparatie-economie.

 

Micro en macro moeten samenkomen

Een succesvolle transitie naar een CE vergt een ander begrippenkader op macroniveau. Maar dat zal samen moeten gaan met het hanteren van andere indicatoren op bedrijfsniveau en in de keten. Want als voor bedrijven alleen financiële indicatoren blijven gelden, werkt dit niet. Daar passen ook de voorstellen van Jonker en Faber voor indicatoren in (zie: https://tgthr.nl/de-taal-van-de-circulaire-economie), zoals de mate van recyclebaarheid van producten, de verhouding tussen gerecyclede en ‘virgin’-grondstoffen die gebruikt worden in het productieproces en een repareerbaarheidsindex. Micro en macro moeten uiteindelijk samen komen. Want een macrodoelstelling moet gebaseerd zijn op kentallen die ook op microniveau wat zeggen.

Hans Stegeman, Niels Faber en Jan Jonker

 

Hans Stegeman is Hoofdeconoom Nederland bij de Rabobank en werkt aan een promotie-onderzoek over de CE aan de Radboud Universiteit. Zijn onderzoek concentreert zich op de vertaling van brede maatschappelijke, ecologische en politieke trends naar het economisch domein en de transitie naar een circulaire economie in het bijzonder.

Niels Faber is onderzoeker en promovedi-begeleider aan de Radboud Universiteit Nijmegen en docent aan de Hanzehogeschool Groningen. Zijn onderzoek concentreert zich op emergente vormen van organiseren rond duurzaamheid. Hij is auteur van meer dan 50 publicaties.

Jan Jonker is hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn werk richt zich op nieuwe business modellen in een veranderende economie. Met ruim 40 mensen schreef hij de bestseller ‘Nieuwe Business Modellen; Samen Werken aan Waardecreatie’ (2014) die inmiddels ook omgezet is in een gelijknamige MOOC op het platvorm Iversity.

Recent hebben zij met een team het landelijk onderzoek over Business Modellen voor de Circulaire Economie op basis van de (regionale) pilot gelanceerd. U kunt daar ook aan meedoen, klik hier .

 

Lees meer over:

Meer artikelen uit de categorie: Inzicht

Bijna iedereen voelt de crisis en Duurzaamnieuws behoort tot de organisaties waar de pijn meteen steekt. Een heel groot deel van onze inkomsten is plots weggevallen en we vallen buiten de steunmaatregelen. Toch gaan we door, want ook dit gaat voorbij en dan is een duurzame opbouw harder nodig dan ooit. Kun jij ons meehelpen er doorheen te komen? Word dan lid, of help ons met een donatie. Dat kan hier.

Alvast bedankt - en blijf gezond!




 

Reacties: (2)

Trackback URL | Comments RSS Feed

  1. Guy van Wunnik schreef:

    De term ‘circulaire economie’ is eigenlijk een lastige. Het bestaan hierin van het woord ‘economie’ expliciteert dat het vooral gaat over economie en impliceert dat mensen die verstand hebben van economie, de huidige-oude-dinosaurus-economie, hier hun oude wijsheden op kunnen toepassen.

    En dat is niet zo.

    CE is zo een vergaande en diepgaande paradigmaverschuiving dat alles eigenlijk opnieuw uitgevonden moet worden. En ja, hier horen ook de indicatoren bij. Hoe meet je nu de status, en liefst de vooruitgang, in CE?

    Vooropgesteld dat ik het antwoord nu niet heb, heb ik zeker ideeën over hoe je deze wel kunt ‘vinden’. Het begint bij 1 eenvoudige vraag: waarom? Waarom bestaat CE? Wat wil CE bereiken? Daarna komt de vraag die al tot meer tastbare antwoorden zal leiden: wanneer is CE een succes? Aan welke zaken kun je zien dat CE fantastische vooruitgang heeft geboekt? Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan reeds bestaande zaken zoals de SDG’s.
    En nog verder daarna kun je op verschillende niveaus (macro/micro) de daarop van toepassing zijnde indicatoren ontwikkelen.

    De grootste uitdaging zal blijken te zijn:
    1) om het eens te worden over de indicatoren. Met te veel oud-denken zal dat moeilijk worden.
    2) hoe meten we de indicatoren op een betrouwbare manier zodanig dat we een zuivere indicatie krijgen.

    Vergeleken bij deze 2 uitdagingen is het bepalen van de indicatoren zelf een geringe uitdaging 

  2. Dick van Elk schreef:

    1. Het BBP is een afgeleide van de primaire processen.
    2. De gegeven materiële mogelijkheden binnen de grenzen van de aarde zijn constant, behalve de netto influx van energie; de economie is derhalve een afgeleide van de netto influx op aarde van energie, tenzij we ook immateriële zaken weten te monetariseren, bv gegeven/ontvangen liefde, gevonden/verloren hoop, verleende/ontvangen zorg, etc.
    3. Een circulaire economie is per definitie het gevolg van de huishouding van een kringloopgemeenschap. In het geval van de consequenties van een mondiale kringloopgemeenschap…die we dan eerst maar eens moeten vormen…
    4. De taal van de micro- en macroprocessen past beter bij het primaire leven dan de meestal financiële taal van de micro- en macro-economie; probeer het daar eens mee.

    (Desgewenst kan ik wellicht een handje helpen).