like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Twijfels over effect en redelijkheid verbod laagcalorisch gas bij negen grootverbruikers

Van: op 17 mei 2019

kolencentrale

In maart 2018 werd door het kabinet besloten dat de winning van aardgas uit het Groningenveld zo snel mogelijk, en uiterlijk 2030, moet stoppen. Dit om de veiligheid en de veiligheidsbeleving voor de inwoners uit de regio te vergroten. Inmiddels zijn er diverse maatregelen genomen die het mogelijk maken om de gaskraan dicht te draaien, zonder verlies van de leveringszekerheid. Als het aan de regering ligt, komt daar nog een nieuwe maatregel bij: de negen grootste verbruikers van het type gas dat in Groningen wordt gewonnen (laagcalorisch gas) mogen dit vanaf 1 oktober 2022 niet meer gebruiken.

Hoewel de getroffen bedrijven de noodzaak van het verminderen van het gebruik van Gronings gas onderschrijven, plaatsen zij enkele vraagtekens bij het effect en de redelijkheid van de voorgestelde wijziging van de Gaswet in de huidige vorm. Middels de internetconsultatie vorige maand uitten zij hun zorgen.

Veiligheidsnorm en veiligheidsbeleving

De voornaamste aanleiding voor het stoppen met de aardgaswinning in het Groningenveld is de reeks aardbevingen die als gevolg van de winning in de regio hebben plaatsgevonden. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft het advies uitgebracht om de winning tot 2022 terug te brengen naar 12 miljard kubieke meter per jaar. Deze hoeveelheid zou met 90% zekerheid aan de veiligheidsnorm voldoen, mits dit in combinatie is met versteviging van bepaalde gebouwen. 

Minister Wiebes heeft daarbovenop besloten dat de winning in deze periode nog verder teruggebracht moet worden. De versteviging van gebouwen zou te traag verlopen en bovendien moet er, naast de objectieve getallen, rekening gehouden worden met de ‘veiligheidsbeleving’ van de Groningers. Enkele van de reeds genomen maatregelen zijn de omzetting van hoogcalorisch gas naar laagcalorisch gas (zodat dit in plaats van het laagcalorische Groningse gas gebruikt kan worden) met in Nederland geproduceerde of geïmporteerde stikstof. Ook worden de contracten met buitenlandse gebruikers van Gronings aardgas afgebouwd. Gasunie Transport Services (GTS), verantwoordelijk voor het transport van aardgas in Nederland, meldde in een update eind vorig jaar dat de bestaande maatregelen bij een gemiddelde vraag de winning in het gasjaar 22/23 tot onder 5 miljard m3 kunnen reduceren; minder dan de helft van de veiligheidsnorm. 

Gasunie stelt in de update bovendien dat door het succes van deze maatregelen het ombouwen van grootverbruikers naar een ander type gas na genoemd gasjaar nauwelijks nog invloed heeft op de winning in Groningen. Aangezien het verbod voor de grootverbruikers ingaat op 1 oktober 2022, blijft het effect van de maatregel beperkt tot één jaar.

Keuze voor afbakening negen grootverbruikers 

Omdat het effect zich grotendeels beperkt tot één jaar, en om het project overzichtelijk en binnen korte termijn uitvoerbaar te houden, is er voor gekozen om de maatregel te beperken tot de negen grootste verbruikers van laagcalorisch gas. Bovendien vallen de kosten voor de benodigde aanpassingen door GTS zo veel lager uit. Tot slot zou omschakeling van alle grootverbruikers naar hoogcalorisch gas de toch al ingezette verduurzaming in de weg lopen.

Om de 9 grootverbruikers af te bakenen is gekozen om het gebruik van laagcalorisch gas te verbieden voor diegenen die in de gasjaren 17/18 en 18/19 meer dan 100 miljoen m3 verbruikten. Dit is een harde grens, dus het verbod geldt niet voor een afnemer die in die jaren 99 miljoen m3 verbruikte. Ook wordt er geen rekening gehouden met het verbruik in andere jaren dan genoemd. Dit betekent dat een verbruiker die later zakt naar minder dan 100 miljoen m3 alsnog moet stoppen, terwijl een verbruiker die stijgt naar meer dan deze hoeveelheid dit gewoon mag doen.

Zorgen over gestelde termijn, duurzaam alternatief verhinderd

Energie Nederland heeft bij de internetconsultatie van het wetsvoorstel zorgen geuit over de gestelde termijn, er zou te weinig tijd zijn om de omschakeling naar hoogcalorisch gas te realiseren. Hierin speelt mee dat sommige van de negen getroffen grootverbruikers warmte leveren aan warmtenetten, waarbij ze een verantwoordelijkheid dragen voor de levering van warmte aan de aangesloten gebouwen en huizen. Dit beperkt de beschikbare tijd waarbinnen men de productie kan stoppen om de ombouw te realiseren. Een langere termijn zou echter betekenen dat het jaar waarin de maatregel nog effect kan hebben (2022) niet wordt gehaald, waarmee de maatregel eigenlijk geen effect meer heeft.

Ook wordt ombouw naar een duurzame brandstof verhinderd, dit kan niet binnen de korte termijn en op de lange termijn zullen de benodigde investeringen voor ombouw naar hoogcalorisch gas nieuwe investeringen voor opnieuw een ombouw ontmoedigen. Dit argument wordt overigens door de Minister gebruikt om bij de overige grootverbruikers af te zien van deze maatregel.

Recht op compensatie

Naast de te korte termijn stelt Energie Nederland in hun zienswijze dat het niet rechtvaardig is om de kosten voor het oplossen van de aardbevingsproblematiek, een maatschappelijk probleem, neer te leggen bij een kleine groep bedrijven. Omdat GTS zorgt voor een aansluiting op het dichtstbijzijnde netwerk, hadden de bedrijven eerder helemaal geen keuze in het type te gebruiken aardgas. Ook kunnen de kosten voor de benodigde ombouw niet worden terugverdiend, aangezien de aanpassing geen meerwaarde oplevert. 

In het wetsvoorstel is ruimte gemaakt voor nadeelcompensatie, maar de details over de toewijzing zijn niet in het voorstel opgenomen. Dit wordt via een ministeriële regeling besloten, wat betekent dat dit zonder beoordeling van de Eerste en Tweede Kamer evenals de Raad van State wordt bepaald. Daarmee is niet duidelijk in hoeverre bedrijven gecompenseerd zullen worden voor de kosten, wel wordt door de Minister verwacht dat deze bedrijven al voor de inwerkingtreding van de wet stappen zetten om de ambitieuze planning te kunnen halen. De komende tijd moet uitwijzen of het wetsvoorstel naar aanleiding van de internetconsultatie nog gewijzigd zal worden. 

Wouter van de Veen

Lees meer over:

Meer artikelen uit de categorie: Inzicht