Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Asier Madarieta gebruikte satellietgegevens en aardbevingsmetingen om de draaiing van de aardkorst onder het Iberisch Schiereiland te onderzoeken. Zijn bevindingen kunnen helpen om actieve breuken beter in kaart te brengen, al is op sommige plekken meer onderzoek nodig.

spanje

Spanje draait, maar we heel langzaam. Foto: iStock – NicoElNino

De Afrikaanse en Euraziatische aardplaten bewegen met zo’n 4 tot 6 millimeter per jaar naar elkaar toe. Rond het zuiden van het Iberisch Schiereiland botsen ze in een gebied vol bewegende delen van de aardkorst. Het Alborán-gebied en de boog bij Gibraltar maken die beweging extra ingewikkeld. Hoe de spanning zich daar opbouwt, is een belangrijke vraag voor een regio waar aardbevingen kunnen ontstaan.

De langzame draaiing van het schiereiland

Het Iberisch Schiereiland draait langzaam met de klok mee. Dat blijkt uit onderzoek onder leiding van Asier Madarieta, geodynamisch onderzoeker bij de Universiteit van het Baskenland en verbonden aan de Università degli Studi di Palermo (Italië). Zijn team bekeek hoe de aardkorst over langere tijd reageert op de krachten die op de regio inwerken. Het gaat om een beweging die pas zichtbaar wordt als je metingen over een groot gebied naast elkaar legt.

Die draaiing verloopt niet overal op dezelfde manier. Rond de Straat van Gibraltar raakt de aardkorst op verschillende plekken vervormd, terwijl breuken de spanning opvangen. Een pijl op een kaart laat de algemene richting van de beweging zien, maar vertelt dus nog niet wat er bij een afzonderlijke breuk gebeurt.

De Gibraltarboog verdeelt de druk ongelijk

Het Alborán-gebied is naar het westen verschoven. Die beweging hielp de Gibraltarboog vormen, een actieve boog die het Betisch gebergte op het Iberisch Schiereiland verbindt met het Rifgebergte in Noord-Afrika. Daardoor krijgt de grens tussen de aardplaten hier een heel andere vorm dan een rechte lijn op de kaart.

De boog werkt als een soort buffer, maar de aardkorst reageert aan weerszijden van de Straat van Gibraltar anders. Madarieta en zijn collega’s zien in hun analyse twee patronen:

Ten oosten van de straat neemt de aardkorst van de boog een deel van de vervorming door de botsing op. Het directere contact ten westen ervan kan de spanning makkelijker doorgeven aan het zuidwesten van het schiereiland.

Voor aardbevingsonderzoek maakt dat verschil uit. Wie wil begrijpen waar de korst onder druk staat, kan het gebied rond de straat niet als één geheel behandelen. Juist de route die de spanning door de aardkorst volgt, helpt bepalen waar onderzoekers naar actieve breuken moeten zoeken.

Aardbevingen en satellieten vullen elkaar aan

Het team gebruikte aardbevingen die in de afgelopen decennia zijn geregistreerd om de richting van de spanning in de aardkorst te onderzoeken. Zulke spanningsvelden laten zien hoe gesteente onder druk staat. Daarnaast bekeken de onderzoekers met nauwkeurige satellietwaarnemingen hoe het aardoppervlak vervormt.

Bij de Straat van Gibraltar brachten Asier Madarieta en zijn team met aardbevingsgegevens de krachten in de ondergrond en met satellieten de vervorming aan het oppervlak in beeld. Door beide soorten gegevens te combineren, konden de onderzoekers beter plaatsen hoe diepe spanningen en vervorming aan de oppervlakte met elkaar samenhangen. Die combinatie staat centraal in hun onderzoek naar de aardkorst, dat verscheen in het vakblad Gondwana Research.

Zo wordt ook duidelijker in welke zones een actieve breuk kan liggen. Dat is een scheur in de aardkorst waarlangs beweging mogelijk is en die een aardbeving kan veroorzaken. De metingen wijzen onderzoekers dus gerichter de weg, al laten ze nog niet bij elke breuk precies zien hoe die loopt.

De kaart heeft nog lege plekken

De resultaten van Madarieta kunnen helpen bij QAFI, een databank van breuken uit het Kwartair op het Iberisch Schiereiland. Die databank is nog niet compleet. In de westelijke Pyreneeën ontbreekt bijvoorbeeld informatie die nodig is om mogelijke actieve breuken nauwkeuriger op de kaart te zetten.

Een betere kaart kan onderzoekers helpen gebieden met aardbevingsgevaar scherper af te bakenen. Het onderzoek richt zich op de ligging van breuken en de verdeling van spanning in de aardkorst. Voor het westelijke deel van de Gibraltarboog zijn nu gedetailleerdere geologische en geofysische studies nodig.