like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Hans de Boer tegen Jesse Klaver: 50.000 werklozen of minder CO2?

Van: op 27 januari 2019

co2 belasting klimaatverandering

Tijdens een speciale meet-up van GroenLinks in Den Haag onthulde Jesse Klaver dat er een wetsvoorstel komt dat co2 belasting voor de industrie gaat regelen. Een CObelasting die voor iedere vervuiler gelijk is, zou volgens Jesse Klaver en velen met hem het enige eerlijke systeem zijn en ook het enige systeem dat werkt. Met het vooruitzicht op een oplopende heffing tot € 200/ton in 2050, zou de industrie heel snel maatregelen moeten gaan nemen om de emissie te verminderen. Dat zou ook hard nodig zijn omdat die industrie volgens hem voor 80 % van de CO2-uitstoot zorgt. Hij stelde ook dat een eerlijke verdeling van de lasten een forse lastenvermindering voor de burger zou gaan betekenen.

De dag daarna ging Hans de Boer van VNO-NCW bij Sven Kockelmann in de tegenaanval. Hij stelde dat de industrie slechts voor 1/4 van de uitstoot verantwoordelijk is, voor 1/3 aan de vermindering bijdraagt en slechts 1/6 van alle duurzaamheidssubsidies ontvangt. Hij dreigde met 50.000 werklozen als het wetsvoorstel van Jesse Klaver er door zou komen omdat door de uitholling van de concurrentiekracht de grote bedrijven dan uit ons land zullen vertrekken. Hij stelde verder dat de industrie al jaarlijks 15 miljard bijdraagt om Nederland klimaatneutraal te maken.

Hoe moeten wij als simpele zielen achter de waarheid komen en daarmee onze keus tussen GroenLinks en VVD bepalen? Gelukkig heb ik nog wat onbeschreven sigarendozen gevonden en staat het net vol met cijfers van het CBS statline en met jaarlijkse Resultatenbrochures over meerjarenafspraken met de grote bedrijven. Helaas zijn beide bronnen niet goed vergelijkbaar, maar daarover later.

Op grond van de gedetailleerde energiebalans van CBS statline van 18/12/2018 maakte ik eerst een vereenvoudigd overzicht van ons energiegebruik in 2017.

 

Finaal energiegebruik 2017 in PJ volgens CBS Statline Energiebalans 18/12/2018, met omrekening naar CO2 emissie in Mt

PetaJoule (PJ) = 0,277 TeraWattuur (TWh) = 0,277 miljard kWh

BronTotaal 

Steenkool

 

 

Olie

 

AardgasElektrischHernieuw­baarWarmte
Mt CO2/PJ0,150,070,0650,165
Totaal Mt

PJ

158

1869

3,3

22

43

609

49

754

63

380

 

41

 

167

Nijverheid Mt

PJ

46

574

3,3

22

9,5

135

12

187

21

128

 

4

 

97

Vervoer Mt

PJ

33

447

-31

438

0,13

2

1

7

--
       Sub personen

PJ

17,5

250

-
Landb,Visserij Mt

PJ

11

155

-1,75

25

2,9

44

6

34

 

7

 

47

Dienstverlening Mt

PJ

31

284

-0,5

7

8,3

127

22

130

 

6

 

12

Woningen  Mt

PJ

33

406

-1

15

19

288

13

81

 

23

 

12

 

Bij deze cijfers is het van belang op te merken dat lang niet alle import en productie van fossiele energiedragers tot CO2-emissie in Nederland voert. Nederland produceert, importeert en exporteert en zet de ene energiedrager om in een andere zodat je gemakkelijk het spoor bijster raakt. Zo wordt aardolie omgezet in kerosine, diesel, benzine, teer, kunststoffen en basischemicaliën voor de chemie, en worden kolen, gas en biomassa omgezet in elektriciteit. Daarom heeft het CBS daarvoor gecorrigeerd en is in deze tabel alleen het finaal energiegebruik in Nederland weergegeven. Dat betekent bijvoorbeeld dat voor het totale finale verbruik elektrisch van 380 PJ primair eerst ca 1085 PJ primaire energie in de vorm van gas, steenkool en biomassa is gebruikt in de diverse centrales. Ook het finale gebruik van diesel en benzine voor vervoer is slechts een deel van de totale primaire input aan aardolieproducten voor de raffinage.

Voorts kan er nogal wat verwarring ontstaan omtrent het begrip “de industrie”. Indien we de industrie beperken tot de nijverheid, dan is de bijdrage aan het totaal natuurlijk kleiner (30%) dan wanneer we goederenvervoer, dienstverleningen en landbouw en visserij ook als industrie zien. Als de energiebedrijven en olieraffinage bedrijven meegerekend worden tot de industrie is het totaal weer bijna twee keer zo groot als alleen de nijverheid. Een andere verwarring betreft de bijdrage van de burger omdat behalve het wonen daar toch ook het personenvervoer meegerekend moet worden. Alleen de bijdrage van woningen voor gas en licht is 22 % van het totaal in Nederland. De bijdrage van de burger voor wonen plus auto zou volgens deze tabel op 33 % van het totaal uitkomen. Burger en nijverheid ontlopen elkaar dus nauwelijks.

Tenslotte klopt door de omrekening van PJ naar Mt CO2 aan de hand fan factoren de totale hoeveelheid Mt CO2 (158 Mt) niet helemaal  precies met het CBS getal 163Mt

Het voorstel van Jesse Klaver voor CO2-belasting is een bedrag oplopend van €25 per ton CO2 in 2020 naar €200 in 2050. Dat is niet direct te vertalen naar een bedrag per PJ omdat de hoeveelheid CO2 bij verbranden van steenkool, gas, licht of benzine niet hetzelfde is. De verhouding van de hoeveelheid PJ per sector geeft echter wel een redelijk beeld over de lastenverdeling bij een gelijke belasting per ton voor iedereen.

Omdat volgens het CBS de totale emissie 163 miljoen ton (Mt) CO2/jaar bedraagt (https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/37/co2-uitstoot-in-2017-gelijk-aan-die-in-1990), is de totale belastingopbrengst bij een gelijk maar oplopend tarief simpel te berekenen. Hierin is nog niet meegenomen dat er voor 29 Mt CO2 equivalenten in de vorm van andere broeikasgassen wordt uitgestoten.

 

Potentiële belastingopbrengst voor totaal 163 miljoen ton/j CO2 uitstoot bij verschillende tarieven

Tarief per ton CO2Opbrengst voor 163 Mt/j CO2
€ 25€ 4,05 miljard

 

€ 50€ 8,1 miljard
€ 100€ 16,2 miljard
€  150€ 24,3 miljard

 

€200€ 32,4 miljard

 

Bij de huidige emissies zou de opbrengst van de CO2 belasting dan in 2050 oplopen tot 32,4 miljard per jaar, maar omdat iedereen maatregelen zal gaan treffen om de CO2 uitstoot te verminderen tot we uiteindelijk in 2050 helemaal niets meer uitstoten, zal ook die opbrengst uit CO2 belasting geheel  verdwijnen. Laten we aannemen dat we gedurende de komende 30 jaar gemiddeld €20 miljard per jaar betalen dan is er voor de hele transitie €600 miljard uit de belastingopbrengsten te besteden. Dat zou bij het huidige prijsniveau voor het investeren in opwekking van de totale behoefte aan duurzame energie genoeg moeten zijn.

Omdat de burger op grond van de tabel in 2017 ook voor 35% aan de CO2 emissie bijdraagt volgt daaruit 57 Mt CO2 en gemiddeld ongeveer 3,35 ton CO2 per persoon. Dit is dan wel exclusief de bijdrage door het eten van biefburgers en lamskoteletten en ook exclusief de vliegreizen.

De vraag die door de meningsverschillen tussen Klaver en de Boer aan de orde is, luidt hoeveel de burger en de industrie elk op dit moment al bijdragen via de accijns op benzine, en via de energiebelasting op gas en elektrisch.

Het vergt wat rekenwerk om de accijns van €1 inclusief BTW per liter benzine, de energiebelasting inclusief BTW van €0,36 per m3 gas en de energiebelasting inclusief BTW van €0,12 per kWh stroom  die de kleingebruiker moet betalen om te rekenen per hoeveelheid PJ en per ton CO2. Maar het is te doen.

 

Belastingopbrengst door kleingebruikers (burgers)

VerbruikHoeveelheidBijdrage burgers
Benzine250 PJ€ 6,9 miljard
Elektriciteit  81 PJ€ 2,7 miljard
Gas288 PJ€ 3,4 miljard
Totaal619 PJ€ 13   miljard

 

De totale belastingopbrengst door de burgers bedraagt € 13 miljard per jaar. Omgerekend naar de totale uitstoot van 57 Mt CO2 betekent dit gemiddeld €228/ton CO2.

Die € 13 miljard is overigens ongeveer net zo veel als alle subsidies via SDE+ en belastingkortingen via EIA en KIA die beschikbaar is voor bedrijven. In grote lijnen kun je dus stellen dat de burger nu deze subsidies en belastingkortingen voor de bedrijven betaalt.

De hoeveelheid belastingen voor energie die de nijverheid, de vrachtvervoerders, dienstensector, landbouw en visserij nu bij elkaar bijdragen is volstrekt onduidelijk. De accijns op diesel voor het vrachtvervoer is 40% lager dan op benzine en alle vrachtvervoer levert via dieselaccijns € 3,4 miljard op. De energiebelasting op gas en stroom is volgens de regressieve schijven minder naarmate het gebruik hoger is. De vraag is met welke hoeveelheid de bedrijven in elk van de drie belastingcategorieën zitten.

 

Energiebelasting en opslag duurzame energie (x 1.21 voor categorie 1) afhankelijk van gebruiksvolume en omgerekend per ton CO2

Categorie

(Schijven)

Grijze stroomAardgasBenzineDiesel
Stroom kWhGas m3€/ton CO2€/ton CO2€/ton CO2€/ton CO2
1.   <10.000<170.000270190439272
2.   10-50.000Tot 10615437
3.   50.000 – 107Tot 1074113,5
4.   > 107>1071,77

 

Het gebruik van energie door de verschillende sectoren nijverheid is volgens CBS Statline als volgt:

SectorEnergieverbruik in PJ
Nijverheid totaal574
            Chemie en farmacie         305
            Voeding en genotmiddelen         89
            IJzer en staal         40
            Bouw         26
            Paper en Grafisch         25
            Bouwmaterialen         25
            Metaalproducten en machines         23
            Non ferro         11
            Textiel, kleding, leder         4
            Transportmiddelen         4
            Hout         2
            Diversen         20

 

We mogen rustig aannemen dat minsten 500 PJ gebruikt wordt door grote bedrijven die in de hoogste categorie vallen. Bij een gemiddelde emissie van 0,09 ton CO2 per PJ staat deze groep nijverheid voor 45 miljoen ton CO2 emissie waarvan 15 miljoen ton door elektrisch en 30 miljoen ton door gas en dit brengt dan volgens de tarieven € 0,235 miljard belastingen op. Het gemiddelde van € 5,2 per ton CO2 staat dus in schril contrast met de € 228/ton die de burgers betalen. Voor de overige bedrijvigheid van landbouw/visserij en dienstensector zullen de tarieven wel wat hoger zijn, maar hoeveel precies is moeilijk te achterhalen.

Die 45 miljoen ton CO2 van de grote bedrijven uit de CBS tabel is maar 28 % van de totale emissie van Nederland en ongeveer de helft van de totale emissie door alle bedrijven inclusief landbouw, visserij en dienstensector en exclusief alle vervoer.  Op grond van deze getallen is dus nog niet duidelijk hoe Jesse Klaver er bij komt dat die grote bedrijven 80% veroorzaken.

Voor de bewering van Hans de Boer dat de industrie al € 15 miljard per jaar uitgeeft aan het terugdringen van CO2 heb ik nergens een goede onderbouwing kunnen vinden. Hans de Boer vermeldt ook niet of dit investeringen betreft die in aanmerking komen voor de Energie Investerings- Aftrekregeling (EIA) waardoor het netto bedrag aanzienlijk lager zou uitkomen. Ook vermeldt hij niet in hoeverre het Europese emissiehandelssysteem heeft bijgedragen aan de kosten. De verkoop van emissierechten leverde aanvankelijk circa € 25 per ton CO2, maar het bedrag is tot 2017 gedaald tot € 5 per ton en daarna weer gestegen tot €24/ton.

Waarschijnlijk doelt Hans de Boer op inspanningen gedaan in het kader van meerjarenafspraken voor ETS bedrijven (EU Emissiehandelssysteem). Deze worden beschreven in de jaarlijkse Resultatenbrochures Meerjarenafspraken Energie Efficiëntie en omvat Meerjarenafspraken MJA1, 2 en 3 sinds 1992 en MEE sinds 2009. Deze ETS bedrijven gebruiken samen 835 PJ en dat zou volgens de brochure 25% van het totale energieverbruik in Nederland zijn. Daar duikt dit getal van ¼ dat Hans de Boer bij Sven Kockelmann noemt op. In andere publicaties wordt dan weer 45% genoemd, wat in overeenstemming is als het totaal finale gebruik van 1869 PJ in de CBS statline cijfers gebruikt wordt. Als het 25% zou zijn, zou voor het totale verbruik in Nederland met 3340 PJ gerekend moeten zijn. Daar moet dan ook de energieomzetting en de energiesector zelf bij zijn geteld.

Wel komt in deze resultatenbrochure ook de aap uit de mouw voor het getal van 80% waar Jess Klaver op doelt. Deze 80 % is het energieverbruik van alle ETS bedrijven ten opzichte van alle industrie. Wat alle industrie is, wordt echter niet duidelijk gemaakt. Uitgaande van die 80 % zou het verbruik voor alle industrie dan 1044 PJ zijn en dat is bijna twee keer zo veel als 574 PJ voor het verbruik door de nijverheid volgens de definitie van CBS statline.  Ook dit verschil wordt verklaard door het verschil tussen primair verbruik inclusief de energiebedrijven en het finaal verbruik exclusief de energie bedrijven.

Als u het nog kunt volgen, kunt u voor ruimtevaartingenieur doorgaan. Wellicht zouden we nog voor de statenverkiezingen een wetsvoorstel moeten indienen dat alleen ruimtevaartingenieurs stemrecht hebben.

Volgens de resultatenbrochures zijn er sinds het begin goede resultaten bereikt door proces efficiëntie en keten efficiëntie plus het opwekken van duurzame energie. Voor de afspraken onder MEE sinds 2009 zou dit 13% (circa 75PJ) zijn en voor de afspraken onder de MJA sinds 2008 jaarlijks tussen 1 en 3%, maar niet duidelijk is over hoeveel PJ dat in totaal sinds 1992 gaat en ook is niet duidelijk in hoeverre deze percentages gecompenseerd zijn door groei van de productie.

Wat wellicht interessanter is, is dat volgens de energiebalansen van CBS statline voor diverse jaren de uitstoot door de Nijverheid sinds 2009 niet wezenlijk is veranderd.

 

 Totale uitstoot nijverheid en vervoer (CBS Statline energiebalans, 2009, 20015, 2017)   

200920152017
Totale uitstoot nijverheid in PJ/j557  554574
Totale uitstoot vervoer488  435447

 

Mijn conclusie is dat de energie en klimaatdiscussie ernstig vervuild wordt doordat er met getallen rondgestrooid wordt die op geheel verschillende definities gebaseerd zijn. Er worden voortdurend appels met peren vergeleken en percentages genoemd zonder te vermelden op welke hoeveelheid de percentages betrekking hebben. De cijfers uit CBS statline over finaal gebruik zijn niet vergelijkbaar met de cijfers over primair verbruik in de resultatenbrochures voor de meerjarenafspraken met de ETS bedrijven. Deze afspraken lopen tot 2020. Het wetsvoorstel van GroenLinks om vanaf 2020 te beginnen met een uniforme CO2 belasting lijkt zeer de moeite waard om goed doorgerekend te worden.

Het zou mooi zijn als andere Europese landen dat ook deden, maar als we daarop moeten wachten schieten we natuurlijk niet op. Een feit is dat er voorbeelden zijn zoals Zweden, Finland en Verenigd Koninkrijk waaruit blijkt dat het systeem goed werkt. De angst voor het weglopen van de bedrijven zou ook kunnen worden weggenomen als de diverse energiebelastingen en ontheffingen die in de overige Europese landen gelden eens op tafel kwamen. Hans de Boer zou zijn argumenten en beweringen wat beter moeten onderbouwen en maar eens met keiharde cijfers moet komen uitleggen waarom het niet zou kunnen.

Han Blok

Lees meer over:

Meer artikelen uit de categorie: Inzicht