Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Op 14 september bereikte het zee-ijs rond Antarctica zijn wintermaximum van 17,59 miljoen vierkante kilometer. Of deze lage piek een tijdelijke uitschieter is of wijst op een blijvende verandering rond de Zuidpool, is nog onduidelijk.
IJs rond de Zuidpool. Foto: iStock – staphy
Rond Antarctica is de winterse aangroei van zee-ijs voorbij, maar de satellietmetingen blijven opvallen: vanaf 2 oktober 2026 werden ook voor afzonderlijke dagen laagterecords gemeten. Dat roept vragen op over wat er in de oceaan en de atmosfeer gebeurt, en hoe die elkaar beïnvloeden. Onderzoekers vergelijken de nieuwe metingen met eerdere jaren om beter te begrijpen waarom het ijs zich zo gedraagt.
De winterpiek hoort bij de laagste ooit
In bijna 50 jaar satellietmetingen kwam het Antarctische zee-ijs maar twee keer tot een nog lagere winterpiek. Het blijft wel een enorm oppervlak: bijna twee keer zo groot als Brazilië. De ranglijst laat vooral zien hoe ver de ijsgroei achterblijft bij veel eerdere winters.
Een wintermaximum is een momentopname. Daarna trekt het ijs in de zuidelijke lente normaal gesproken weer terug. Wetenschappers kijken daarom ook naar het verloop van dag tot dag. Zo kunnen ze zien of de terugtrekking afwijkt van wat in eerdere jaren gebruikelijk was.
Eerst groeirecords, daarna forse teruggang
De geschiedenis van het Antarctische zee-ijs loopt niet netjes in 1 richting. Uit de satellietgegevens over zee-ijs blijkt juist hoe sterk het beeld kan omslaan:
- Van 2012 tot en met 2014 werd drie winters achter elkaar een record voor de ijsuitbreiding gevestigd.
- Sinds 2016 volgden flinke dalingen, al herstelde het ijs zich in sommige seizoenen tijdelijk.
- In 2026 trok het ijs na de winterpiek vooral snel terug in de Rosszee, de Amundsenzee en het deel van de Zuidelijke Oceaan bij de Indische Oceaan.
Het National Snow and Ice Data Center, dat de satellietmetingen bijhoudt, wees in zijn rapport van 7 oktober op de aanhoudend lage waarden van de afgelopen jaren. Ook NASA volgt de ontwikkeling. Juist de combinatie van eerdere groeirecords en recente dieptepunten maakt het lastig om op basis van 1 seizoen een blijvende verandering vast te stellen.
Rond de Zuidpool krijgt ijs alle ruimte om te drijven
De ligging van Antarctica speelt een grote rol. Op de Noordpool ligt vooral een oceaan tussen continenten; de Zuidpool is een continent met de Zuidelijke Oceaan eromheen. Daardoor kan Antarctisch zee-ijs zich in de winter over open water uitbreiden. Het schuift daarbij ook richting breedtegraden waar het zeewater minder koud is.
Wanneer op het zuidelijk halfrond de lente begint, helpt de stijgende temperatuur het ijs weer terug te dringen. Maar dat verklaart de uitzonderlijk lage waarden van dit jaar niet volledig. Onderzoekers kijken ook naar de wisselwerking tussen oceaan en atmosfeer. Ze kunnen de uitschieters van 2026 nog niet aan één oorzaak toeschrijven.
Voor de zeespiegel telt vooral landijs
Een laag zee-ijsmaximum betekent niet dat de zeespiegel daardoor rechtstreeks stijgt. Zee-ijs drijft namelijk al in het water. Bij ijs op land ligt dat anders: als het wegsmelt of de zee in stroomt, komt er water bij. Dat onderscheid is ook voor Nederland belangrijk, met zijn lange kust aan de Noordzee.
Een onderzoek naar de ijskappen onder leiding van Inès N. Otosaka van Northumbria University, gebaseerd op 27 satellietmissies en 42 studies, becijferde dat Antarctica en Groenland samen tussen 1979 en 2023 meer dan 11,3 biljoen ton landijs verloren. Die hoeveelheid droeg 31,4 millimeter bij aan de wereldwijde zeespiegelstijging. Het gaat dus om een ander soort ijsverlies dan de lage zee-ijsbedekking waar de nieuwste metingen over gaan.
De volgende metingen moeten meer duidelijk maken
Satellieten blijven de ijsbedekking volgen, zodat onderzoekers het verdere verloop kunnen vergelijken met eerdere seizoenen. Daarbij is zowel de wintergroei als de terugtrekking erna van belang. Pas over meerdere jaren wordt duidelijker of de recente lage waarden van 2026 tijdelijke schommelingen zijn of bij een langdurige verandering horen.
Goed om te weten De grafiek bij de metingen vergelijkt 2026 ook met de mediaan van 1981 tot en met 2010. Dat is de middelste waarde als je de jaren op volgorde van ijsoppervlak zet.
Voor beleid rond kustgebieden zijn die lange meetreeksen nuttiger dan 1 losse winter. De komende satellietmetingen laten zien hoe ver het zee-ijs zich tijdens de zuidelijke zomer terugtrekt, onder meer in de Rosszee en de Amundsenzee.
