Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Olavsvern bij Tromsø werd in 2013 voor zo’n 4,1 miljoen euro verkocht aan particuliere investeerders. Later meerden er schepen van aan Gazprom gelieerde bedrijven aan, tot onrust van militaire experts en de NAVO.
De ingang van de basis voor onderzeeboten in Olavsvern bij Tromsoe in Noorwegen. Foto: iStock – uhg1234
Een onderzeeër die een berg in vaart: bij Olavsvern maakte een hangar in de rots dat mogelijk. De basis werd tijdens de Koude Oorlog gebouwd als strategisch steunpunt voor de NAVO, met directe toegang tot zee. De bouw kostte naar schatting 4 miljard Noorse kronen, maar in 2009 besloot het Noorse parlement dat het complex niet langer nodig was. Na de sluiting kreeg de plek andere gebruikers.
De rotsen boden onderzeeërs beschutting
Vanaf de jaren 1950 werd aan Olavsvern gewerkt. In 1967 was de basis operationeel. Voor de NAVO was de plek in het Noordpoolgebied vooral van belang om onderzeeërs op te sporen: schepen konden er terecht zonder dat de hangar vanaf zee open en bloot te zien was.
De afbouw begon lang vóór de verkoop. In 2002 verloor Olavsvern zijn officiële status als marinebasis. Het complex bleef nog tot de sluiting in 2009 in gebruik. Zo raakte een plek die tientallen jaren voor militaire doeleinden was ingericht, haar vaste rol kwijt.
De verkoopprijs was nog geen 1 procent van de bouwkosten
De meest genoemde schatting van de bouwkosten bedraagt ongeveer 432 miljoen euro. Bij de verkoop bedroeg de prijs 38 miljoen Noorse kronen. In dezelfde munt gerekend was dat minder dan 1 procent van wat de aanleg naar schatting had gekost.
Over de precieze verkoopprijs lopen de bedragen uiteen. Een andere vermelding zet het winnende bod van de particuliere kopers op net onder 6,5 miljoen dollar. Beide bedragen komen op een fractie van de geschatte investering uit. De kopers kregen bovendien een complex dat speciaal voor onderzeeërs was gebouwd, diep in de rotsen bij een toegang tot zee.
Russische schepen zorgden voor onrust
Na de verkoop verhuurden de eigenaren Olavsvern enige tijd aan bedrijven die banden hadden met Gazprom. Hun onderzoeksschepen voeren vanuit de voormalige marinebasis richting het Noordpoolgebied, waar Rusland belangstelling heeft voor grondstoffen. Juist die combinatie van locatie en gebruikers riep bij militaire deskundigen en de NAVO zorgen op.
Goed om te weten De basis is nooit aan Rusland verkocht. Ook een Russisch bedrijf is er nooit eigenaar van geweest.
De Russische schepen konden van Olavsvern gebruikmaken, terwijl de basis in particuliere handen bleef. De onrust betrof de toegang tot een strategische plek.
Ook voor Europese bondgenoten telt het Noordpoolgebied mee
De schepen vanuit Olavsvern voeren naar een gebied waar zowel grondstoffen als onderzeeërs van belang zijn. Daarmee raakte de verhuur ook de veiligheidsbelangen van Europese NAVO-landen. Een voormalige steunplaats voor het opsporen van onderzeeërs werd ineens gebruikt door schepen van bedrijven met banden met een Russische staatsgigant.
In 2016 pleitte het Center for Strategic and International Studies, een onderzoeksinstituut op het gebied van internationale veiligheid, voor heropening als onderzeebootsteunpunt. Volgens het rapport konden de NAVO en partnerlanden destijds niet snel genoeg reageren op een mogelijke Russische onderzeebootdreiging.
De krijgsmacht kreeg weer toegang
In 2020 nam WilNor Governmental Services 66 procent van de aandelen in Olavsvern Group over. WilNor is onderdeel van de Wilhelmsen-groep en werkt als logistieke partner voor de Noorse strijdkrachten. De basis kwam daarmee niet rechtstreeks in bezit van de NAVO, zoals de woorden terug in NAVO-handen kunnen doen vermoeden.
Wel ging de deur voor militair gebruik weer open. Olavsvern werd beschikbaar gesteld aan de Noorse krijgsmacht en haar bondgenoten, waaronder de NAVO. Sinds 2021 wordt de basis opnieuw voor militaire doeleinden gebruikt.
