Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Datacenters gebruiken steeds meer stroom. Een Deense onderzoeker wil daarom een deel van hun rekenwerk verplaatsen naar apparatuur die al in het stroomnet zit. Denk aan de regelelektronica van een zonnepark. Volgens eerste berekeningen daalt het energieverbruik van datacenters daardoor met zo'n 10 procent.
AI-berekeningen koppelen aan het stroomnet kan flink energie besparen. Foto: iStock – Cornutus
Komt AI daarmee binnenkort uit het stopcontact? Nou nee, dat niet. Maar in het hele stroomnetwerk zit wel veel apparatuur die meer kan doen dan alleen wat regelwerk uitvoeren. En dat kan welkome besparingen aan energie opleveren.
Want datacenters zijn onmisbaar, ook voor de digitale toekomst van Europa. Maar ze slurpen steeds meer elektriciteit. Dat zet het energiesysteem onder druk. De Europese Commissie wil daar iets aan doen. Begin juni presenteerde ze een strategische routekaart voor digitalisering en kunstmatige intelligentie in de energiesector. Daarin staan onder meer digitale oplossingen om het stroomnet slimmer te benutten. Ook moeten datacenters op een duurzamere manier onderdeel worden van het Europese energiesysteem.
Volgens de Commissie zijn datacenters nu al goed voor 2,5 procent van het stroomverbruik in de EU. Brussel werkt daarom aan een model voor afspraken tussen drie partijen: de exploitanten van datacenters, energiebedrijven en overheden.
Rekenen met wat er al is
Precies dat probleem probeert Subham Sahoo op te lossen. Hij is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Aalborg in Denemarken. Die universiteit hoort bij de koplopers in Europees energieonderzoek. Sahoo ontwikkelde een technologie met de naam Power to Compute, kortweg P2C. Het idee is eenvoudig. Niet al het rekenwerk voor AI hoeft in datacenters te gebeuren. Een deel kan ook plaatsvinden in het bestaande energiesysteem.
“We staan voor een uitdaging waarbij de groene transitie, de elektrificatie van bedrijven en de digitale ontwikkeling allemaal dezelfde kant op trekken. Iedereen heeft meer stroom en meer capaciteit nodig. Daarom moeten we ook nadenken over hoe we de bestaande infrastructuur verstandiger kunnen gebruiken,” zegt Subham Sahoo, universitair hoofddocent bij de afdeling Energie van de Universiteit van Aalborg.
Een rekensom voor het zonnepark
Veel elektronische apparaten zijn al aangesloten op het stroomnet. Sommige daarvan kunnen volgens Sahoo ook rekenwerk doen. Neem de regelelektronica in een installatie met zonnepanelen. Normaal regelt zo’n apparaat alleen de stroom. Met P2C krijgt het daarnaast een kleine rekentaak van een datacenter. Het apparaat lost die op en stuurt het antwoord terug.
P2C vervangt datacenters dus niet. De technologie verdeelt een deel van hun werk over apparatuur die al in het energiesysteem zit. Zo brengt P2C twee onderdelen van de nieuwe Europese strategie samen. Het eerste is de inzet van AI en digitale oplossingen in de energiesector. Het tweede is een duurzamere inpassing van datacenters.
“We zien P2C niet als een concurrent van de datacenters. We zien het als een aanvulling. De datacenters zullen nodig blijven, maar als we een deel van het rekenwerk naar bestaande energie-infrastructuur kunnen verplaatsen, kunnen we de behoefte aan nieuwe fysieke infrastructuur verminderen,” zegt Sahoo.
Minder stroom en minder koeling
Eerste berekeningen laten zien dat P2C het energieverbruik van datacenters met ongeveer 10 procent kan verlagen. De kosten voor het koelen van de servers kunnen met 10 tot 20 procent dalen. Dat zijn wel vroege resultaten. Het is nog te vroeg voor harde conclusies over het effect op grote schaal.
Het vooruitzicht is in elk geval aantrekkelijk. Datacenters kunnen dan meer werk verzetten zonder dat ze fysiek hoeven te groeien. Tegelijk wordt apparatuur die al in het energiesysteem zit beter benut.
Volgende stap: de echte wereld
Tot nu toe is P2C alleen in het laboratorium getest. Verschillende Deense bedrijven hebben al interesse getoond in een proef op grote schaal. Volgens Sahoo kan de technologie snel dichter bij de praktijk komen. Dan moeten wel de juiste partners en gegevens beschikbaar zijn.
“Dit is niet iets wat we zien als een verre visie ver in de toekomst. Onze voorlopige resultaten zijn veelbelovend, en de ambitie is om zo snel mogelijk uit het laboratorium en in echte testomgevingen te komen,” zegt Subham Sahoo.
Niet nieuw: rekenen met andermans computer kon al langer
Het idee om bestaande apparatuur mee te laten rekenen is niet nieuw. Sinds de jaren negentig stellen miljoenen mensen hun pc beschikbaar voor wetenschappelijk rekenwerk. Dat heet volunteer computing. De computer rekent mee als jij hem even niet gebruikt.
GIMPS (1996) was een van de eersten. Vrijwilligers zoeken naar uiterst zeldzame priemgetallen van Mersenne. In oktober 2024 vond het project het grootste bekende priemgetal ooit. Het telt ruim 41 miljoen cijfers. Opvallend genoeg kwam die vondst niet meer van een gewone pc, maar van krachtige grafische chips.
SETI@home (1999) maakte het idee wereldberoemd. Een screensaver doorzocht radiosignalen van telescopen op sporen van buitenaards leven. In twintig jaar deden meer dan 5,2 miljoen mensen mee. Eind maart 2020 ging het project in winterslaap. De onderzoekers hadden genoeg data verzameld. Buitenaards leven werd niet gevonden.
Folding@home (2000) simuleert hoe eiwitten zich vouwen. Dat helpt bij onderzoek naar ziektes als alzheimer, parkinson en kanker. Toen het project in maart 2020 aan corona ging rekenen, sloten honderdduizenden nieuwe deelnemers aan. Het netwerk passeerde als eerste ooit de grens van een exaflop. Dat is een miljard maal een miljard berekeningen per seconde. Half april zat het op zo’n 2,4 exaflop, ongeveer vijftien keer zoveel als de snelste supercomputer.
BOINC (2002) is het platform dat de Universiteit van Berkeley bouwde na SETI@home. Er draaien tientallen projecten op. Einstein@home ontdekte sinds 2005 tientallen nieuwe pulsars, snel draaiende neutronensterren. Rosetta@home voorspelt eiwitstructuren. Climateprediction.net rekent duizenden varianten van klimaatmodellen door.
World Community Grid (2004) werd opgezet door IBM. Het richt zich op onderzoek naar kanker, aids, tropische ziektes en schone energie. Zo screende Harvard via dit netwerk ruim twee miljoen organische stoffen. Dat leverde 35.000 materialen op die het rendement van koolstofhoudende zonnecellen mogelijk kunnen verdubbelen. Sinds 2021 is het netwerk in handen van het Krembil Research Institute in Toronto.
De animo neemt wel af. In 2008 had BOINC op zijn hoogtepunt zo’n 350.000 actieve gebruikers. In augustus 2026 waren dat er ruim 25.000, met samen zo’n 131.000 computers. Supercomputers en de cloud hebben veel werk overgenomen.
P2C werkt anders dan deze projecten. Hier stellen geen vrijwilligers hun eigen pc beschikbaar. Het gaat om apparatuur in het energiesysteem die niet is gemaakt om te rekenen. En het werk komt van datacenters, niet van wetenschappers. Het principe is wel hetzelfde: rekenkracht die er al is slimmer benutten.
Bronnen
- Heise, New largest known Mersenne prime number confirmed with GPU: https://heise.de/en/news/M136279841-New-largest-known-Mersenne-prime-number-confirmed-with-GPU-9989146.html
- Windows Central, Folding@home op 2,4 exaflop, april 2020: https://windowscentral.com/foldinghome-coronavirus-project-15-times-faster-any-supercomputer
- UC Berkeley, Einstein@home en BOINC: https://vcresearch.berkeley.edu/node/18801
- World Community Grid, onderzoek en resultaten: https://www.worldcommunitygrid.org/research/proposal.s
- Nature (via NYU), Computer sharing loses momentum, 2014: https://engineering.nyu.edu/news/computer-sharing-loses-momentum
- Wikipedia, BOINC (cijfers augustus 2026): https://en.wikipedia.org/wiki/Berkeley_Open_Infrastructure_for_Network_Computing
