Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

In Beieren bouwden middeleeuwse metselaars een stadsmuur met gesteente waarvan ze de bijzondere inhoud niet kenden. De diamantjes erin zijn microscopisch klein. Hoe ze in die stenen terechtkwamen, begint bij de inslag die de krater vormde.

Nördlinger Ries

De krater van de Nördlinger Ries is veel groter dan het dorp zelf. Foto: iStock – Lefteris_

Wie door Nördlingen loopt, ziet een middeleeuwse stad met een vrijwel volledig bewaard gebleven stadsmuur. Van boven valt pas op hoe rond de stad is: ze ligt in de 24 kilometer brede Nördlinger Ries. Een inslag vormde die krater zo’n 14,8 miljoen jaar geleden én leverde het gesteente waaruit later onder meer de Sint-Joriskerk werd gebouwd. In dat gebouw zit naar schatting enkele kilo’s diamant verwerkt, zonder dat je daar tijdens een bezoek iets van ziet.

De stad ligt niet midden in de krater

De ronde muur van Nördlingen ligt binnen de krater. Het stadje ligt ongeveer 6 kilometer ten zuidwesten van het middelpunt. De stadsmuur dateert uit de 14e eeuw en hoort bij de weinige middeleeuwse muren in Duitsland die nog helemaal intact zijn.

Op een satellietbeeld van NASA zie je die ronde muur in één oogopslag. Vanaf de grond merk je vooral hoe aaneengesloten hij nog is. De vorm van de stad laat zo iets zien van de krater waarin ze ligt, al is de ommuurde stad veel kleiner dan de krater zelf.

De inslag maakte ook het bouwmateriaal

Apollo 14-astronauten en back-upbemanning tijdens geologische training in de Nördlinger Ries in augustus 1970.

Apollo 14-astronauten en back-upbemanning tijdens geologische training in de Nördlinger Ries in augustus 1970. Beeld: Public domain, via Wikimedia Commons.

Het gesteente in de muren heet sueviet. Het ontstond bij de inslag en bestaat uit brokstukken die door de enorme klap bij elkaar zijn gekomen. Er zitten onder meer stukjes glas en mineralen in. De diamantjes vormden zich door de plotselinge, extreme druk van diezelfde inslag.

Dat maakt de stenen bijzonder. Glinsterende edelstenen zie je er niet in. De diamantjes zijn alleen onder een microscoop te herkennen. Wie langs de muur loopt, kijkt dus naar een bouwsteen die er vrij gewoon uitziet, terwijl zijn samenstelling vertelt wat er lang vóór de stad gebeurde.

De bouwers gebruikten sueviet ook voor andere gebouwen. De Sint-Joriskerk verrees aan het eind van de 15e eeuw, toen het gesteente dichtbij voorhanden was. De metselaars kozen het als bouwmateriaal; dat er diamant in verborgen zat, wisten ze niet.

NASA kwam hier oefenen voor de maan

De krater trok later heel andere bezoekers. In augustus 1970 liet NASA astronauten van de Apollo 14- en Apollo 17-missies hier geologisch veldwerk doen. Ze oefenden met het herkennen van gesteente dat door een inslag was veranderd, voordat ze naar de maan gingen.

Daarvoor was de Nördlinger Ries geschikt: inslagen hebben ook op de maan gesteente gevormd dat op sueviet lijkt. Een wandeling door dit gebied kon astronauten dus voorbereiden op wat ze daar zouden aantreffen. De overeenkomst zit in de manier waarop het gesteente ontstond.

Goed om te weten Het Rieskrater Museum in Nördlingen heeft een maansteen die astronauten van Apollo 16 naar de aarde brachten. De steen komt dus van de maan; het sueviet in de stad ontstond hier op aarde.

Veel diamant, zonder diamantmijn

Verspreid door het gesteente van de hele krater zit naar schatting 72.000 ton microdiamant. Dat indrukwekkende getal gaat over het complete kratergebied. De korrels zijn microscopisch klein en worden niet commercieel gewonnen.

Het gebied heeft inmiddels een andere erkenning gekregen: Geopark Ries is een UNESCO Global Geopark. Daar kun je de geologische geschiedenis van de inslag verbinden met wat mensen later met het gesteente deden. In Nördlingen bleef dat verhaal letterlijk onderdeel van de bebouwing.

Over het onderzoek

Geologisch onderzoek naar de samenstelling van sueviet bracht de microdiamanten aan het licht. De schatting voor het hele kratergebied berust op diamant dat verspreid in dat gesteente zit. Het totaal zegt niets over de hoeveelheid diamant in een afzonderlijke steen uit een muur.

Het Rieskrater Museum documenteert de geologie en geschiedenis van de inslag. Directeur is geoloog professor Stefan Hölzl. Het museum opende op 6 mei 1990 en bewaart ook de tastbare link met de maanmissies: de maansteen van Apollo 16.