Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De vaten die het CNRS in mei 2026 op de bodem van de Atlantische Oceaan inspecteerde, zijn aangetast en lekken radioactieve stoffen. Of dat ook het zeeleven heeft veranderd, moet nog blijken.

vat kernafval op de zeebodem

Foto: Dreamstime

Tussen 1949 en 1990 dumpten veertien landen radioactief afval op grote diepte, waaronder Frankrijk en de Verenigde Staten. De zone waar het meeste terechtkwam, beslaat 14.500 vierkante kilometer. Lange tijd was de aanname dat de radioactieve stoffen vanzelf zouden afbreken. Nu is de vraag of diepzeedieren die stoffen intussen hebben opgenomen en of ze zich in het voedselweb ophopen.

De vaten waren bedoeld voor 20 jaar

Op de bodem van de Iberian Deep in de noordoostelijke Atlantische Oceaan liggen meer dan 200.000 vaten. Het Verenigd Koninkrijk voerde de meeste dumpingen uit; België en Frankrijk volgden. De vaten liggen verspreid over internationale wateren, op dieptes van 3.000 tot 5.000 meter. De meeste liggen rond 4.700 meter, ruim dieper dan onderzoekers met gewone duikapparatuur kunnen komen.

Het afval zat eerst vast in beton of bitumen en ging daarna in metalen cilinders. Die moesten de inhoud ongeveer twintig jaar binnenhouden. Niemand was van plan de vaten later weer op te halen. Er kwam ook geen programma om hun toestand op de zeebodem te volgen. Daardoor bleef tientallen jaren onbekend wat er met de cilinders gebeurde.

Goed om te weten Het Verdrag van Londen uit 1972 legde het dumpen van afval op zee geleidelijk aan banden. In 1993 kwam er een einde aan deze praktijk.

Een klein stukje bodem leverde duizenden vaten op

De onbemande onderwaterrobot UlyX, die werd ingezet om de zeebodem met vaten in kaart te brengen, afgemeerd in La Seyne-sur-M

De onbemande onderwaterrobot UlyX, die werd ingezet om de zeebodem met vaten in kaart te brengen, afgemeerd in La Seyne-sur-Mer. Beeld: Maxime Rabilloud (IFREMER, Service Conditions de travail et Prévention des Risques Professionnels, ZI de la Pointe du Di, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons.

De eerste gerichte verkenning vond plaats in juni 2025. Tijdens de onderzoeksmissie NODSSUM bracht de onbemande robot UlyX de zeebodem in kaart. Aan boord van het onderzoeksschip L’Atalante werkten ongeveer dertig onderzoekers mee. Hun telling laat vooral zien hoeveel er al op een klein deel van de bodem ligt:

  • UlyX vond 3.355 vaten.
  • Die lagen verspreid over 163 vierkante kilometer.
  • Dat was slechts een klein deel van de volledige dumpzone.

Een kaart alleen vertelt nog niet wat er uit de vaten ontsnapt. Daarvoor moesten onderzoekers dichterbij komen en meten op de zeebodem zelf. Na de verkenning volgde daarom een expeditie met de bemande duikboot Nautile, die ook foto’s van afzonderlijke vaten kon maken.

Van dichtbij is de schade goed zichtbaar

Tussen 27 mei en 28 juni 2026 gingen dertig mensen aan boord van het onderzoeksschip Pourquoi Pas. De Nautile maakte 20 duiken en fotografeerde ongeveer 50 vaten van dichtbij. Veel daarvan waren ernstig verroest. Bij sommige lag besmet materiaal al op de zeebodem, direct naast het vat.

De metingen ter plekke lieten meer radioactiviteit dan verwacht zien. Het gemeten niveau bleef wel laag; de onderzoekers meldden geen direct gevaar. Hoeveel radioactief materiaal verder van de vaten terecht is gekomen, staat nog niet vast. Daarvoor zijn metingen op één plek niet genoeg.

Leven op het metaal

De vaten zijn intussen onderdeel van het leefgebied op de diepzeebodem van de Iberian Deep. Tijdens de duiken in juni 2026 zagen onderzoekers anemonen, sponzen en krabben op de metalen cilinders, ook op exemplaren die helemaal open zijn gebarsten. Juist die dieren kunnen helpen uitzoeken wat de lekkage betekent voor het leven rond de vaten.

Het team nam water, bodemmateriaal en levende dieren mee voor onderzoek in het laboratorium. Daar zoeken de onderzoekers naar radionucliden: radioactieve stoffen die uit het afval kunnen komen. Ze kijken vooral of die stoffen in het weefsel van dieren terecht zijn gekomen en zich daar ophopen. Dat heet bioaccumulatie.

Als diepzeedieren de stoffen opnemen, kunnen die via dieren die elkaar eten verder in het zeeleven belanden. Wat dit betekent voor vissen die mensen eten, is nog onbekend. Er is dus ook geen vastgesteld risico voor de visvangst op basis van deze eerste metingen.

De uitslag moet nog komen

OSPAR, de organisatie die de noordoostelijke Atlantische Oceaan beschermt, gebruikt de gegevens van NODSSUM al om de bewaking van de dumplocaties te versterken. Daarmee krijgt ook het Europese toezicht op historisch afval op zee concretere informatie, na tientallen jaren zonder onderzoek op deze plekken.

De laboratoriumanalyses duren meerdere maanden. Vooral de monsters van dieren vlak bij de vaten moeten laten zien of radioactieve stoffen in hun weefsel zitten en hoe ver die verspreiding reikt. De eerste volledige resultaten worden begin 2027 verwacht.