Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De jaarlijkse trek van de Chinese wolhandkrab naar zee loopt nog tot in november. Voor Nederlandse beroepsvissers is deze invasieve exoot een schadepost en inmiddels ook een gewild exportproduct.

Een Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis), de soort die massaal naar zee trekt.

Een Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis), de soort die massaal naar zee trekt. Beeld: Christian Fischer, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.

Onder het oppervlak van Nederlandse rivieren is de Chinese wolhandkrab op weg naar het brakke water bij zee. Daar plant de soort zich voort; de trek vanuit het zoete water is eind oktober nog gaande, al lag de piek in september. De krab kwam vermoedelijk via ballastwater uit Oost-Azië naar Europa en heeft zich inmiddels over alle Nederlandse provincies verspreid. Vissers en waterbeheerders hebben met deze invasieve soort te maken, zeker nu vangst in sommige wateren verboden is vanwege dioxines en pcb’s.

Bij de monding is de reis nog niet voorbij

In de winter paren wolhandkrabben in riviermondingen, waar zoet en zout water samenkomen. Daarna trekken de vrouwtjes verder de zee in. Hun eieren laten ze pas het volgende voorjaar los. De weg naar zee hoort dus bij een voortplanting die maanden duurt. De piek van de trek valt in september; eind oktober trekken de krabben nog steeds.

Goed om te weten Wolhandkrabben zijn katadroom: ze leven in zoet water, maar trekken voor de voortplanting naar zout water.

Dat patroon verklaart waarom de soort op heel verschillende plekken opduikt. Je vindt wolhandkrabben in Nederland en België langs de kust, in brak water én in zoet binnenwater. Een rivier als de Rijn of de Maas is voor deze krab dan ook geen eindbestemming. Het is een deel van zijn leefgebied en van de route die hij elk najaar aflegt.

De naam vertelt niet het hele verhaal

De wetenschappelijke naam van de soort is Eriocheir sinensis. Toch wees DNA-onderzoek uit dat de wolhandkrabben in Nederland en België genetisch geen zuivere Chinese wolhandkrabben zijn. Het IJsselmeer en Markermeer leverden in 2016 ongeveer 60 ton wolhandkrab op.

Voor waterbeheerders is vooral van belang dat de krab op meerdere plekken kan leven. Rijkswaterstaat ziet de wolhandkrab als een invasieve exoot, een soort die hier van oorsprong niet thuishoort en zich heeft gevestigd. Voor beroepsvissers was hij lange tijd vooral een schadepost. Inmiddels levert een deel van de vangst ook geld op.

De vangst heeft een markt gevonden

Volgens Wageningen University & Research (WUR) wordt het grootste deel van de Nederlandse vangst geëxporteerd. De cijfers laten zien dat wolhandkrab al vóór de huidige najaarstrek een serieus product was voor vissers:

  • In 2016 kwam uit het IJsselmeer en Markermeer samen ongeveer 60 ton wolhandkrab.
  • In 2017 werd landelijk naar schatting bijna 114 ton aangeland. Daarvan ging 85 procent naar het buitenland.

Die afzet loopt onder meer naar Chinese, Japanse en Koreaanse consumenten in grote Europese steden. De krab die in Nederlandse wateren wordt gevangen, belandt dus lang niet altijd op een Nederlands bord. Voor een visser maakt dat verschil: een dier dat schade veroorzaakt, kan tegelijk een verkoopbare vangst zijn.

Handel neemt de hinder niet weg

Vangen heeft bovendien grenzen. In bepaalde Nederlandse wateren geldt een vangstverbod, omdat wolhandkrabben daar dioxines en pcb’s bevatten. Een afzetmarkt betekent dus niet dat vissers de soort overal kunnen opvissen. Waar zo’n verbod geldt, blijft de krab aanwezig zonder dat vangst voor de handel een optie is.

Ook recreatieve vissers merken de aanwezigheid van de krab. In Vlaanderen onderzoekt de Universiteit Antwerpen sinds 2025 wat wolhandkrabben voor hengelaars betekenen; zij melden geregeld schade aan hun vistuig. Dat onderzoek gaat over Vlaamse wateren, maar laat zien waarom de gevolgen van de soort verder reiken dan de beroepsvisserij.

Het internationale Interreg-project Clancy zoekt daarom naar manieren om de wolhandkrab in Noordwest-Europa te bestrijden en inheemse ecosystemen te beschermen. Welke aanpak het beste werkt, moet nog blijken. Terwijl de trek dit seizoen richting november doorgaat, loopt ook die zoektocht door.

Over het onderzoek

De vangstcijfers komen uit WUR-onderzoek naar wolhandkrab in Nederland. Een afzonderlijk onderzoek naar de IJsselmeervisserij leverde het cijfer voor het IJsselmeer en Markermeer op. WUR onderzocht ook hoe de handel is opgebouwd: die keten telt naar schatting circa 250 beroepsvissers en drie handelaren die wolhandkrab exporteren.