Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Japanse makaken die een dodelijke virusuitbraak meemaakten, laten daarna voedsel dat er besmet uitziet vaker liggen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de University of California San Diego. Het gedrag doet denken aan mensen die in 2020 hun boodschappen schoonveegden. Maar apen staan niet alleen: van mieren tot kreeften hebben dieren slimme manieren om besmetting te voorkomen. 

makaak

Maken weten hoe ze soms besmetting kunnen voorkomen. Foto: iStock – BeritK

Een virus in een apenopvang

In 2020 brak in een opvang voor primaten in het zuiden van Texas een virus uit. Het ging om het simian retrovirus type II. Dit virus veroorzaakt een immuunziekte die lijkt op aids. Het verspreidt zich vooral via beten en krabben. Sommige dieren werden ernstig ziek en stierven.

De opvang greep snel in. Groepen werden van elkaar gescheiden. Er kwamen strenge tests en quarantaine. Daardoor ontstond een soort natuurlijk experiment. Drie groepen makaken hadden de uitbraak meegemaakt. Eén groep niet.

De apen stammen af van makaken die in 1972 vanuit Japan naar Texas kwamen. Ze hebben dus een vergelijkbare achtergrond. Alleen hun ervaring met ziekte verschilt.

Een druif op een drol

De onderzoekers testten 55 makaken. Elke aap kreeg de keus tussen twee stukjes voedsel. Het ene lag op een schoon houten plankje. Het andere lag op echte apenpoep. Die poep was wel afgesloten onder een laagje doorzichtige epoxyhars. Zo zag het er vies uit, maar rook het niet en was er geen risico op besmetting. Als lekkernij kregen de apen druiven, iets wat ze niet elke dag krijgen.

Om uit te sluiten dat de apen gewoon bang waren voor iets onbekends, vervingen de onderzoekers het schone plankje soms door een felgekleurde keukenspons.

Het resultaat was opvallend. Apen uit de groepen die de uitbraak hadden meegemaakt, aten in 47 procent van de proeven van het ‘besmette’ oppervlak. Bij de groep zonder uitbraak was dat 79 procent.

Het maakte daarbij niet uit of een aap zelf besmet was geweest. Ook gezonde apen die alleen hadden gezien hoe groepsgenoten ziek werden, waren voorzichtiger. Het gedrag hangt dus samen met het meemaken van de uitbraak, niet met zelf ziek zijn.

“Groepen hebben geschiedenissen, en die geschiedenissen komen tot uiting in gedrag”, zegt Stephan Kaufhold, die het onderzoek leidde.

Voorzichtig, zonder te weten waarom

Het opvallende is dat het virus helemaal niet via voedsel of poep werd overgedragen. Toch werden de apen juist kieskeuriger bij eten dat vies leek. Ze werden dus in het algemeen voorzichtiger.

Senior auteur van het onderzoek, Federico Rossano ziet een duidelijke parallel met mensen. “We kunnen nu laten zien, bij niet-menselijke primaten, dat dit voor hen hetzelfde is. Zelfs zonder kennis van hoe ziekte wordt overgedragen, verandert blootstelling aan anderen die ziek worden en sterven, de kans om gedrag te vertonen dat mogelijk tot een vorm van ziekte zou kunnen leiden.”

Kaufhold benadrukt tegenover de Amerikaanse radio NPR dat de apen geen biologieles hebben gevolgd. “We beweren niet dat makaken enig begrip hadden van het mechanisme van virussen, het lijkt gewoon een verhoogde voorzichtigheid te zijn.”

Niet iedereen is al overtuigd. Bioloog Andrew MacIntosh, die zelf vergelijkbare proeven deed, vindt het een plausibel idee. Maar hij wijst erop dat de test pas jaren na de uitbraak werd gedaan. In die tijd kunnen ook andere factoren het gedrag hebben beïnvloed.

Opvoeding telt mee

In een tweede onderzoek testte het team 54 makaken van zeven soorten. Sommige waren in de opvang geboren. Andere kwamen uit laboratoria, dierentuinen of waren vroeger huisdier.

De voormalige huisdieren aten veel vaker van het vieze oppervlak dan apen die door hun moeder waren grootgebracht. “Een mogelijkheid is dat deze apen niet de kans hadden om typisch vermijdingsgedrag te leren van hun moeders en andere makaken vroeg in hun leven”, zegt Kaufhold. Volgens de onderzoekers laat dit zien hoe belangrijk het is dat jonge apen opgroeien tussen soortgenoten.

Eerder onderzoek liet trouwens zien dat de afweging ook van de beloning afhangt. Wilde Japanse makaken eten een pinda nog wel van een vies oppervlak. Een minder lekker graankorreltje laten ze dan liggen.

Het gedragsmatige immuunsysteem

Wetenschappers noemen dit soort gedrag het gedragsmatige immuunsysteem. Het is een verzameling gewoonten die besmetting voorkomen, nog voordat het lichaam zelf in actie moet komen. Bij mensen speelt walging daarbij waarschijnlijk een grote rol. We deinzen terug voor poep, bedorven eten en andere bronnen van ziekteverwekkers.

Of apen ook echt walging voelen, is niet gemeten. Maar het gedrag komt in het dierenrijk veel vaker voor. Zelfs rondwormen kunnen poep met schadelijke bacteriën herkennen en vermijden.

Mandrils ruiken wie besmet is

In de regenwouden van Gabon leven mandrils, felgekleurde apen die elkaar veel vlooien. Dat vlooien is belangrijk voor de sfeer in de groep. Het sust ruzies en versterkt banden. Maar het lichamelijke contact is ook riskant, want darmparasieten komen via de ontlasting op de vacht terecht.

Franse en Duitse onderzoekers ontdekten dat mandrils besmette groepsgenoten minder vaak vlooien. Vooral de zone rond de anus slaan ze over. Kregen de besmette dieren een ontwormingsmiddel, dan werden ze daarna weer vaker gevlooid.

Hoe weten mandrils wie besmet is? Via hun neus. De ontlasting van besmette dieren ruikt chemisch anders. In een proef met 16 mandrils in gevangenschap roken de apen aan bamboestengels. Stengels die waren ingewreven met poep van besmette dieren, meden ze.

Mieren passen hun samenleving aan

Ook insecten nemen maatregelen. Zwarte wegmieren veranderen hun sociale netwerk zodra er een schimmel in de kolonie opduikt. Onderzoekers in Zwitserland en Oostenrijk plakten minuscule streepjescodes op 2.266 mieren. Zo konden ze elk contact volgen.

Toen tien procent van de foeragerende mieren werd blootgesteld aan schimmelsporen, veranderde de hele kolonie. Groepjes mieren trokken zich meer op zichzelf terug. Foerageerders gingen vooral met foerageerders om, verzorgers met verzorgers. Ook mieren die zelf geen sporen hadden gekregen, pasten hun gedrag aan. De koningin bleef zo goed beschermd. Aan het eind van het experiment leefden alle koninginnen nog.

“Dit is de eerste wetenschappelijke studie die laat zien dat een dierensamenleving in staat is om actief haar organisatie te veranderen om de verspreiding van ziekte te verminderen”, zei onderzoeker Laurent Keller destijds.

Vorig jaar volgde een vervolg in hetzelfde vakblad Science. Mieren die met ziekte te maken kregen, groeven hun nest anders. De ingangen lagen verder uit elkaar en de kamers waren minder met elkaar verbonden. Zo beschermen ze de voedselvoorraad en het broed. Je zou het een vorm van architectonische quarantaine kunnen noemen.

Kreeften mijden zieke huisgenoten

Caribische langoesten zijn gezellige dieren. Ze delen graag een schuilplaats op de zeebodem. Toch zijn ze kieskeurig over hun huisgenoten. Ze mijden soortgenoten die besmet zijn met het dodelijke virus PaV1.

Het bijzondere is de timing. Gezonde langoesten gingen besmette dieren al uit de weg na zes weken. Pas na acht weken bleek het virus echt besmettelijk. De kreeften ontwijken een zieke dus nog voordat die anderen kan aansteken. Waarschijnlijk ruiken ze de ziekte.

Dat loont. In het lab stierf meer dan 60 procent van de langoesten die met een besmette soortgenoot samenleefden binnen 80 dagen. In het wild in Florida bleef de besmettingsgraad onder de 7 procent. Later veldonderzoek liet zien dat gezonde langoesten zelfs hun schuilplaats verlaten als er een zieke bij komt. Ze nemen dan het risico om opgegeten te worden.

Apen als eigen dokter

Voorkomen is één ding, genezen een ander. Ook daar zijn sommige dieren goed in. Chimpansees kauwen op bittere scheuten om hun maag tot rust te brengen. Gorilla’s, chimpansees en bonobo’s slikken ruwe bladeren in hun geheel door om darmparasieten kwijt te raken.

In 2022 zagen onderzoekers in Indonesië iets wat nog nooit was vastgelegd. Een wilde Sumatraanse orang-oetan, Rakus, had een wond op zijn wang. Hij kauwde op bladeren van Akar Kuning, een plant die mensen in Zuidoost-Azië gebruiken tegen pijn en ontsteking. Het sap smeerde hij op de wond. Daarna drukte hij de gekauwde bladeren erop als een soort pleister. Binnen een maand was de wond dicht.

Het gaat om één waarneming. Toch noemen experts het zeer waarschijnlijk zelfmedicatie, omdat Rakus het middel alleen op de wond aanbracht.

Wat dit ons vertelt

Al deze voorbeelden laten zien dat ziektepreventie niet door mensen is uitgevonden. Afstand houden, groepen scheiden en vies voedsel laten liggen zijn strategieën die de evolutie al lang heeft uitgeprobeerd.

Het makakenonderzoek voegt daar iets nieuws aan toe. Het gedrag is niet vast, maar verandert door ervaring. Een uitbraak kan een groep jarenlang voorzichtiger maken. Omdat apen van elkaar leren, kan die voorzichtigheid misschien zelfs worden doorgegeven. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of nieuwe apen het gedrag overnemen van een groep die een uitbraak heeft meegemaakt.

Voor ons is het een herkenbaar beeld. Wie in 2020 boodschappen afnam met desinfectiemiddel, deed misschien niets geks. Volgens de onderzoekers zijn zulke reflexen geen paniek, maar een oeroude manier om te overleven in een onzekere wereld.

Bronnen