Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Duitsland wilde kernafval opslaan in de zoutkoepels van Gorleben. Nader onderzoek toonde echter aan dat de locatie niet geschikt was. Nederland doet niets met die informatie.
De bovengrondse installatie in Gorleben. Foto: Gorleben Archiv.
We lezen regelmatig dat Finland nu het eerste land is met een concreet en vergaand plan voor de ondergrondse opslag van kernafval. Nederland zou daar een voorbeeld aan moeten nemen. Die berichtgeving is echter onjuist. De Duitse zoutkoepel Gorleben is een eerder en meer toepasselijk voorbeeld voor Nederland. In beide landen gaat het namelijk om definitieve opslag in een mijn in een zoutkoepel. Echter, op 17 september 2021 heeft de Duitse overheid na 40 jaar onderzoek (kosten 1,6 miljard euro) de zoutkoepel Gorleben ongeschikt verklaard. De Duitse overheidsorganisatie Bundesgesellschaft für Endlagerung (BGE) besloot vervolgens op 15 augustus 2023 de mijn, die al is aangelegd, weer op te vullen met 400.000 ton zout. Dat zout is destijds uit de koepel gehaald en ligt dichtbij bovengronds. Het valt me op dat de ervaringen met Gorleben geen enkele rol speelden of spelen in de discussie in Nederland.
In (West-)Duitsland werd begin jaren zeventig gekozen voor één locatie, waar al het hoogradioactief afval verzameld, opgewerkt, verpakt en opgeslagen zou moeten worden: een zogeheten Nukleares Entsorgungs Zentrum. De keuze voor dat ‘Entsorgungszentrum’ – en als onderdeel daarvan geologische eindberging in zout – was in 1975/76 gevallen op drie locaties waar verder onderzoek moest worden gedaan: Wahn, Lutterloh en Lichtenhorst. Maar bij al deze locaties kreeg de overheid te maken met veel verzet, waardoor ze werden geschrapt en bijvoorbeeld de geplande proefboringen niet doorgingen.
Eind 1976 verscheen een lijst van 20 mogelijke locaties waar Gorleben bovenaan stond. In februari 1977 koos de minister-president van Nedersaksen, Ernst Albrecht, voor de locatie Gorleben. Deze keus was voor veel wetenschappers verrassend, want Gorleben stond in eerste instantie niet bij de top 3 van mogelijke locaties. Maar bij deze locaties ging het om het ‘Nukleares Entsorgungszentrum’, dus hoofdzakelijk om de geschiktheid voor de bouw van een opwerkingsfabriek en minder om eindberging van radioactief afval. De criteria voor deze berging, de informatie over de zoutkoepels, speelde maar een bescheiden rol: de twee belangrijkste studies vermelden een “geringe rol” of 12,8%. De keuze viel op Gorleben zonder dat gegevens voor een vergelijking met andere zoutkoepels verzameld waren. Overigens werd in 1979 besloten de opwerkingsfabriek in Gorleben te schrappen en bleef alleen de eindberging over. In juli 2014 werd duidelijk dat de plannen voor Gorleben vooral een economische impuls aan de regio hadden moeten geven: de plaats lag destijds in een uithoek van de Bondsrepubliek tegen de grens met de DDR, waar economische achteruitgang was.
Ongeschikt door grondwater
In het grootschalige onderzoek vanaf 1977 ontdekte men onder meer dat de zoutkoepel Gorleben in contact stond met het grondwater. In Gorleben (14 kilometer lang en 4 kilometer breed) zijn 450 proefboringen geweest. Bij het hydrogeologische onderzoek ging het om 400 proefboringen. Daarnaast waren 44 boringen nodig tot net in de zoutkoepel om te bepalen of er een afdekkende kap is, evenals 6 proefboringen tot ongeveer 1.000 meter diepte. Al deze boringen vonden plaats rondom of in de zoutkoepel.
De toenmalige Duitse ministers van Milieu en van Economische Zaken stelden in augustus 2009 dat Gorleben vanwege de veiligheidsrisico’s ongeschikt was voor opslag van radioactief afval. Daarop begon de discussie over de opberging opnieuw. Dit leidde in 2013 tot een wet waarin stond dat er in 2015 criteria moesten komen voor de eindberging, gevolgd door de keuze van locaties en een uiteindelijke berging vanaf 2050. Volgens deze wet moet een deel van de al aangelegde mijn in stand blijven, maar mag de technische infrastructuur voor o.a. licht en voldoende frisse lucht ontmanteld worden. Bezoekersgroepen zijn ook niet meer welkom, om voor de buitenwereld niet langer de indruk te wekken dat aan een opbergplaats gewerkt werd. Een overheidscommissie moest de criteria voor de eindberging vaststellen en begon daarvoor in april 2016 een online consultatie. Gorleben bleef lange tijd op de lijst van mogelijkheden staan, maar de voorzitter van de overheidscommissie deelde op 1 mei 2016 mee dat Gorleben van de lijst gehaald moest worden. Op 17 september 2021 heeft de Duitse overheid na 40 jaar onderzoek (kosten 1,9 miljard euro) de zoutkoepel Gorleben ongeschikt verklaard.
Bovengronds was destijds een zwaar beveiligde vesting met drie in hoogte oplopende hekken om ongewenst bezoek op afstand te houden.
De Duitse overheidsorganisatie Bundesgesellschaft für Endlagerung (BGE) besloot vervolgens op 15 augustus 2023 de mijn, die al is aangelegd, weer op te vullen met 400.000 ton zout. Dat zout is destijds uit de koepel gehaald en ligt dichtbij bovengronds. BGE stelde op 5 maart 2024 hiermee nog in dat jaar te willen beginnen. Op 29 november 2024 werden de eerste ladingen zout naar beneden gebracht. In 2031 zijn alle werkzaamheden klaar.
Herman Damveld
