Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Onderzoekers van de Universiteit van Luik vonden in 2016 resten van bestrijdingsmiddelen op chrysanten bij Belgische bloemisten. Nu Allerheiligen nadert, rijst de vraag wat die resten betekenen voor bloemisten die elke dag met de bloemen werken.
Veel chrysanten staan bol van het gif. Foto: iStock – pongkun maeiam
Vlak voor Allerheiligen staan de chrysanten weer bij de bloemist, klaar om op een graf te worden gezet. Bij twintig onderzochte chrysantenboeketten werden in totaal 31 verschillende werkzame stoffen uit bestrijdingsmiddelen gevonden, met maximaal vijftien in één boeket. Een vervolgonderzoek richtte zich op de handschoenen van bloemisten, die de bloemen telkens weer vastpakken.
Rozen blijken nog zwaarder belast
Een bloemist pakt op een werkdag heel wat soorten snijbloemen vast. De metingen beperken zich dan ook niet tot chrysanten, want ook rozen en gerbera’s gingen onder de loep. Dat maakt verschil, want de hoeveelheid resten liep per bloemsoort flink uiteen.
- Op chrysanten zaten gemiddeld 6,2 verschillende stoffen per onderzocht boeket.
- Rozen kwamen uit op gemiddeld 13,6 stoffen per boeket.
- Bij gerbera’s lag dat gemiddelde op 4,3.
Rozen waren daarmee het zwaarst belast van de drie soorten. Bij één rozenboeket werden zelfs 28 verschillende stoffen gevonden. De onderzoekers maten daar gemiddeld 26,03 milligram resten per kilo bloemen; het hoogste gehalte bij een chrysantenboeket was 15,73 milligram per kilo. Zo’n gewicht zegt overigens iets anders dan het aantal gevonden stoffen.
Ook over alle bloemsoorten samen liepen de gehalten op. Bij 60 procent van de onderzochte snijbloemen lag de totale hoeveelheid resten boven 5 milligram per kilo. Bij 4 procent was dat meer dan 50 milligram per kilo. Dat laatste vergeleken de onderzoekers met ongeveer 1.000 keer de maximale hoeveelheid die voor resten op voedingsmiddelen geldt. Het team onderzocht ook mensen die dagelijks met bloemen werken.
Wat blijft er aan handschoenen hangen?
Dat vervolg bracht de onderzoekers bij 20 bloemisten in de provincie Namen en omgeving. Op hun handschoenen vonden ze samen 111 verschillende werkzame stoffen uit bestrijdingsmiddelen, gemiddeld 37 per onderzocht handschoenmonster. De bloemen lieten dus ook sporen achter op het materiaal waarmee de bloemisten ze vastpakten.
Een handschoenmeting vertelt nog niet hoeveel van die stoffen iemands lichaam binnenkrijgt. Ze laat wel zien dat bloemisten tijdens het werk met een mengsel in aanraking kunnen komen. De onderzochte handschoenen kwamen van mensen die bloemen verwerken en boeketten maken, niet uitsluitend van mensen die chrysanten vastpakken.
Ook in urine werden resten gevonden
Daarom onderzocht het team later ook urine van bloemisten. Het vond daarin sporen van 70 verschillende stoffen: 56 bestrijdingsmiddelen en 14 afbraakproducten ervan. Zo’n afbraakproduct ontstaat wanneer een stof wordt omgezet. De meeste aangetroffen stoffen hoorden bij drie groepen bestrijdingsmiddelen, namelijk carbamaten, organofosfaten en neonicotinoïden.
Die uitkomst is geen meting van de gezondheidsgevolgen voor de deelnemende bloemisten. Ook kun je de sporen in hun urine niet aan chrysanten alleen toeschrijven, omdat bloemisten met allerlei bloemen werken. Voor iemand die een boeket op een graf zet, geven deze beroepsonderzoeken evenmin een maat voor de persoonlijke blootstelling.
Nederland zit dicht op deze bloemenhandel
De Belgische bloemisten verkochten bloemen uit verschillende landen. De chrysanten en gerbera’s die in België worden verkocht, komen volgens het onderzoek doorgaans uit België of Nederland. Bij rozen waren de herkomstlanden veel uiteenlopender. Helemaal zeker is zo’n herkomst niet altijd, omdat snijbloemen volgens de onderzoekers niet steeds betrouwbaar te traceren zijn.
In Nederland voerde de NVWA in 2024 en 2025 71 inspecties uit bij telers van snijbloemen in kassen, waaronder chrysantentelers. De toezichthouder keek of zij gewasbeschermingsmiddelen volgens de regels gebruikten. Dat is iets anders dan meten welke resten op boeketten bij de bloemist zitten; de inspectiecijfers geven geen afzonderlijke uitkomst voor chrysanten.
Wie bloemen koopt, kan dus naar de teler en de teeltwijze vragen. Alleen het woord lokaal vertelt nog niet welke middelen zijn gebruikt, zeker als de herkomst lastig te controleren is. Voor Nederlandse chrysanten blijft een gerichte meting van verkochte boeketten nodig; bij één van de twintig onderzochte Belgische chrysantenboeketten werden vijftien verschillende stoffen gevonden.
Over de studie
Khaoula Toumi en haar collega’s van Gembloux Agro-Bio Tech, onderdeel van de Universiteit van Luik, onderzochten voor de eerste studie 90 boeketten bij 50 Belgische bloemisten. Daaronder waren 50 rozenboeketten en 20 boeketten met gerbera’s. Hun onderzoek naar resten op snijbloemen verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift International Journal of Environmental Research and Public Health.
Het onderzoek met handschoenmonsters verscheen in 2017 in hetzelfde tijdschrift. De studie waarin de urine van bloemisten werd onderzocht, volgde in 2019 in Human and Ecological Risk Assessment.
