Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Vier op de vijf Europeanen willen dat hun overheid meer meet dan alleen economische groei. Het EU-onderzoeksproject MERGE presenteert daarom twee sets richtlijnen. Ze laten zien hoe beleidsmakers en statistici welzijn centraal kunnen zetten met data en processen die de EU al heeft. Milieuorganisaties en denktanks juichen de richting toe, maar sommigen vinden dat Europa veel verder moet gaan.

welzijn van mensen

De EU wil meer inzetten op het welzijn van mensen. Foto: iStock – eugenesergeev

Wat burgers willen

Het Finse MERGE-project ondervroeg 6.000 mensen in Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Polen en Spanje. Vier op de vijf willen dat hun regering welzijn, sociale factoren en milieu meet naast economische groei. De EU beschikt al over veel gegevens om dat te doen. Ze heeft ook beleidsprocessen waarin die gegevens besluiten kunnen sturen. De twee nieuwe sets richtlijnen van MERGE laten zien hoe je die twee met elkaar verbindt.

Het gaat om Beleidsrichtlijnen (Policy Guidelines) en Technische Richtlijnen (Technical Guidelines). Ze bouwen voort op onderzoek en co-creatie binnen MERGE en vier andere door de EU gefinancierde onderzoeksprojecten. De kern: maak duurzaam en inclusief welzijn het overkoepelende beleidsdoel van Europa. Dat betekent welzijn voor iedereen, nu en in de toekomst.

Dat idee is niet nieuw. Het staat al in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Daarin staat dat de Unie zich ten doel stelt de vrede, haar waarden en het welzijn van haar volkeren te bevorderen. Economische groei is in die tekst een middel, geen doel op zich.

Welvaartsstaat zonder groei

De huidige welvaartsstelsels zijn afhankelijk van groei. Toch kampen veel rijke Europese landen nu al met lage groei. Volgens de Beleidsrichtlijnen ligt een deel van de oplossing in de omslag naar welzijn zelf.

Groei gaat vaak gepaard met sociale schade en milieuschade. Wie die schade voorkomt, bespaart geld. Ook de kosten van niets doen tegen klimaatverandering vallen dan lager uit. Een voorbeeld is preventieve zorg. Die vermindert de behoefte aan dure behandelingen. Samen met andere maatregelen, zoals het schrappen van schadelijke subsidies, helpt preventie om de welvaartsstaat betaalbaar te houden. Ook zonder voortdurende groei.

Beginnen bij wat de EU al doet

De richtlijnen kiezen bewust voor processen die al bestaan. Een paar voorbeelden:

  • Het Europees Semester. Dat is de jaarlijkse cyclus waarin Brussel de begrotingen en economieën van lidstaten beoordeelt. De Europese Commissie zou welzijnsindicatoren kunnen gebruiken om voortgang te volgen. Ook bij het opstellen van de landenspecifieke aanbevelingen kunnen ze een rol spelen.
  • De EU-begroting. Bestaande uitgavenregels kunnen geld koppelen aan welzijnsdoelen op lange termijn.
  • Bestaande monitoring. De Europese pijler van sociale rechten, de Green Deal en de Clean Industrial Deal volgen al relevante cijfers.

Voor elk van deze processen geven de richtlijnen praktische aanbevelingen. De eerste stappen kunnen dus meteen gezet worden.

Van data naar besluiten

Volgens de richtlijnen is een gebrek aan data niet het grootste probleem. Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de Europese Commissie heeft al een welzijnsdashboard gebouwd. Het telt 50 kernindicatoren en is klaar voor gebruik. Die set is het resultaat van een lange selectie. Ambtenaren van verschillende diensten van de Commissie brachten meer dan duizend mogelijke maatstaven eerst terug tot 140 en daarna tot 50.

De data echt gebruiken is lastiger. MERGE ondervroeg statistici, ambtenaren, onderzoekers en experts uit het maatschappelijk middenveld. Bijna iedereen kende de zogenoemde Beyond GDP-benadering, het idee om verder te kijken dan het bruto binnenlands product. Toch wist 31 procent niet hoe je die in de praktijk brengt.

Voor hen zijn de Technische Richtlijnen geschreven. Ze laten zien hoe snellere bronnen gaten in de officiële statistiek kunnen dichten. Denk aan satellietbeelden en gegevens van mobiele netwerken. Tijdsbestedingsonderzoek kan onbetaald zorgwerk zichtbaar maken. De richtlijnen adviseren statistiekbureaus ook om welzijnscijfers in het publieke debat te brengen. Bijvoorbeeld door begrijpelijk materiaal voor journalisten te maken. Europa heeft volgens MERGE een complete gereedschapskist klaarliggen.

“Onderzoeksprojecten leveren vaak kennis op die moeilijk in de praktijk toe te passen is. Met deze richtlijnen wilden we dat veranderen. Ze geven beleidsmakers en het maatschappelijk middenveld wat ze nodig hebben om duurzaam en inclusief welzijn in het centrum van beleid te plaatsen. Dat wil zeggen, indicatoren om voortgang te volgen, modellen om te beoordelen wat beleid zal doen, en concrete beleidsinstrumenten om verandering te realiseren,” zegt dr. Tuuli Hirvilammi. Zij is hoofdonderzoeker van MERGE aan de Universiteit van Tampere.

Een lange weg

De richtlijnen staan niet op zichzelf. Brussel praat al bijna twintig jaar over verder kijken dan het bbp. Het Beyond GDP-initiatief van de EU begon in 2007 met een conferentie. Die werd georganiseerd door de Commissie, het Europees Parlement, de Club van Rome, de OESO en WWF. In 2019 riep de Raad onder Fins voorzitterschap op tot een “economie van welzijn”. Ook toen werd het Europees Semester genoemd als het instrument om dat te verankeren. In 2023 kondigde de Commissie in haar Strategisch Vooruitzichtenrapport aan dat ze aanvullende welzijnsmaatstaven zou ontwikkelen. Het JRC-dashboard is daar het resultaat van.

MERGE werkt nauw samen met andere Europese projecten, zoals SPES, ToBe, WISE Horizons en WISER. In 2024 schreven de coördinatoren daarvan al samen een beleidsnotitie op verzoek van de Commissie. Daarin stelden ze voor een Uitvoerend Vicevoorzitter voor Welzijn en Toekomstige Generaties aan te stellen. Die moet ervoor zorgen dat de verschillende beleidsterreinen binnen de Commissie op één lijn komen. Ook Nederlandse onderzoekers spelen een rol. Een van de auteurs is Rutger Hoekstra van de Universiteit Leiden, die al jaren pleit voor één internationale set welzijnsindicatoren.

Ook wereldwijd beweegt er iets. In mei 2026 publiceerde een onafhankelijke expertgroep van de Verenigde Naties het rapport Counting What Counts. Daarin staat het eerste wereldwijde plan om vooruitgang naast het bbp te meten. De lidstaten bespreken de aanbevelingen nu in de Algemene Vergadering.

Wat ngo’s ervan vinden

Milieu- en welzijnsorganisaties lopen al jaren voorop in dit debat. In 2023 richtten het Instituut voor Europees Milieubeleid (IEEP) en het ZOE Institute for Future-fit Economies de EU Wellbeing Economy Coalition op. Daarin werken onder meer de Club van Rome, WWF, Seas At Risk en de Wellbeing Economy Alliance (WEAll) samen. Ook het Europees Milieubureau (EEB) is lid.

Die coalitie gaat verder dan MERGE. Ze wil dat de EU zich structureel losmaakt van een economisch systeem dat op bbp-groei draait. Ze noemt twaalf concrete stappen om een welzijnseconomie op te bouwen. Het EEB maakte samen met Oxfam Duitsland een nog radicaler plan. Dat steunt op drie pijlers: uitbuitende structuren afbreken, economisch bestuur democratiseren en de economie laten krimpen. Volgens het EEB werkt de verslaving van de EU aan groei zelfs op haar eigen voorwaarden niet. De welvaart komt vooral terecht bij een kleine groep aan de top. Ondertussen lijdt het milieu eronder.

EuroHealthNet, een netwerk van organisaties voor volksgezondheid, wees al eerder op een zwakke plek. Volgens dit netwerk is er in het Europees Semester wel vooruitgang geboekt. Maar economie krijgt nog steeds voorrang boven andere beleidsterreinen. Dat is precies het proces waar MERGE nu wil beginnen.

De Brusselse denktank CEPS signaleerde in mei 2026 dat welzijn naar de achtergrond dreigt te raken. De nadruk verschoof van de Green Deal naar de Clean Industrial Deal en concurrentievermogen. CEPS pleit ervoor welzijn terug te brengen op de Europese duurzaamheidsagenda. Ook met het modelleren van alternatieve economische toekomstbeelden voorbij het bbp.

Het verschil tussen MERGE en de activisten zit vooral in de toon en het tempo. MERGE kiest voor kleine stappen binnen bestaande regels. De ngo’s willen een fundamentele omslag. Beide kampen zijn het wel eens over het vertrekpunt: groei is geen doel op zich.

En Nederland?

Nederland is in dit opzicht al een stap verder dan veel andere lidstaten. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceert sinds 2018 elk jaar op Verantwoordingsdag de Monitor Brede Welvaart. Die kijkt naar welzijn hier en nu, later en elders. “Later” gaat over toekomstige generaties. “Elders” over de effecten van onze welvaart op mensen in andere landen. Dat lijkt sterk op wat MERGE met “duurzaam en inclusief welzijn” bedoelt.

De editie van 2026 laat zien dat Nederland een van de welvarendste landen van Europa is. Maar niet iedereen profiteert evenveel. Jongeren, mensen zonder hbo- of wo-diploma en mensen met een migratieachtergrond scoren lager dan gemiddeld. Ook daalt het vertrouwen in de samenleving breed. Dat is precies het soort signaal dat een welzijnsdashboard zichtbaar moet maken. De vraag is of het ook in de beleidskeuzes doorwerkt. Daar draait de Europese discussie nu om.

Over MERGE

MERGE is een project dat wordt gefinancierd uit Horizon Europe, het onderzoeksprogramma van de EU. Het doel is om indicatoren voor welzijn, inclusie en duurzaamheid op te nemen in beleid op alle bestuursniveaus. Het project heeft 16 partners. Daaronder zijn onderzoeksinstellingen, technische partners, beleidsorganisaties en organisaties uit het maatschappelijk middenveld. Coördinator is de Universiteit van Tampere in Finland.

Bronnen