Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Een DNA-studie van 302 honden laat zien dat de dieren bij de kerncentrale van Tsjernobyl genetisch verschillen van honden in de nabijgelegen stad. Of straling daarbij een rol speelt, is nog niet vastgesteld.
Een bewaker voert zwerfhonden in de Chornobyl Exclusion Zone. Beeld: University of Cambridge.
Een hond die bij een kerncentrale rondzwerft, lijkt niet meteen een kandidaat voor stamboomonderzoek. Toch zijn de honden rond Tsjernobyl grotendeels nakomelingen van huisdieren die bewoners achterlieten toen ze na de kernramp van 1986 vluchtten. In een studie uit 2023 in Science Advances brachten onderzoekers vijftien hondenfamilies in kaart; de grootste strekte zich uit over alle onderzochte plekken binnen de radioactieve exclusiezone. De DNA-analyse laat zien hoe de groepen zich tot elkaar verhouden; de rol van hun leefomgeving is nog onduidelijk.
Bij de centrale blijven familieleden dicht bij elkaar
Vlak bij de kerncentrale van Tsjernobyl, waar in 1986 de ramp plaatsvond, lopen honden rond die genetisch sterk op elkaar lijken. Binnen die groep is sprake van meer inteelt dan bij de honden op de andere onderzochte plekken. Dat wijst erop dat verwante dieren er vaak samen jongen krijgen.
Veel honden bij de centrale lijken bovendien op herdershonden. Die afkomst is op zichzelf niet uitzonderlijk: ook andere vrij rondlopende honden in Oost-Europa hebben voorouders onder Duitse herders en verwante rassen. De bijzonderheid zit dus vooral in hoe sterk de dieren bij de centrale onderling verwant zijn.
Een paar kilometer verder verandert het beeld
In Tsjernobyl-stad, ongeveer 15 kilometer van de centrale, ziet het DNA er al anders uit. Deze honden hebben meer voorouders van moderne hondenrassen en lijken daardoor meer op honden buiten het gebied. Een korte afstand op de kaart betekent hier dus niet dat je met dezelfde hondengroep te maken hebt.
Ook in Slavoetytsj, op ongeveer 28 tot 45 kilometer van de rampplek, is die menging met moderne rassen te zien. Het verschil tussen de groepen is duidelijk, maar de metingen vertellen nog niet waardoor het is ontstaan. De familiegeschiedenis van de honden beslaat meerdere generaties.
Goed om te weten Een herdershondachtige afkomst betekent niet dat een hond een rashond is. Vrij rondlopende honden kunnen voorouders van verschillende rassen hebben.
De honden blijven niet op 1 plek
De grenzen tussen de groepen zijn ook niet waterdicht. De verwantschap tussen honden bij de centrale en in Tsjernobyl-stad laat zien dat dieren zich tussen die plekken verplaatsen. Zo komen familiebanden terecht op locaties waar de honden genetisch als groep toch van elkaar verschillen.
Geneticus Elaine Ostrander van het National Human Genome Research Institute verwoordde wat de DNA-analyse in elk geval oplevert:
‘We weten welke honden familie van elkaar zijn.’
Elaine Ostrander, geneticus bij het National Human Genome Research Institute
Die familiebanden helpen om de populaties uit elkaar te houden. Zonder dat onderscheid zou een genetisch kenmerk van een hechte familie al snel kunnen lijken op een eigenschap van alle honden in het besmette gebied. De aangetoonde verplaatsingen maken dat onderscheid extra belangrijk.
Straling blijft de grote onbekende
Het verband met straling staat nog niet vast. De studie laat genetische verschillen zien zonder te bewijzen dat blootstelling aan straling die heeft veroorzaakt. Hoeveel straling de afzonderlijke honden precies hebben opgelopen, is evenmin gekwantificeerd. De leefomgeving is daarmee een belangrijke onderzoeksvraag, geen bewezen verklaring.
Volgens Norman Kleiman, milieugezondheidswetenschapper aan Columbia University en mede-auteur van de studie, kan vervolgonderzoek mogelijk genen helpen vinden die dieren beschermen bij langdurige blootstelling aan straling en andere vervuiling. Misschien leveren zulke genen ooit ook inzicht op voor mensen. Eerst moet duidelijk worden of ze bij deze honden inderdaad een rol spelen.
Die voorzichtigheid geldt ook voor de honden bij de centrale: hun sterke onderlinge gelijkenis kan niet zomaar als aanpassing aan vervuiling worden uitgelegd. Dat ze verwant zijn, staat vast. Of juist bepaalde erfelijke eigenschappen hen helpen overleven, moet verder onderzoek uitwijzen.
Over de studie
Voor de studie in Science Advances onderzochten Ostrander en haar collega’s de genetische structuur van honden uit drie vrij rondzwervende populaties. Ook Timothy Mousseau, hoogleraar biologische wetenschappen aan de University of South Carolina, leidde het onderzoek.
Het team vergeleek de honden op basis van hun DNA en gebruikte een verwantschapsanalyse om familiebanden te herkennen. Die aanpak laat zien welke dieren voorouders delen en waar hun nakomelingen terechtkwamen. Vervolgonderzoek moet bepalen of straling heeft bijgedragen aan de verschillen tussen de populaties.
