Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Je hoeft je dahlia’s niet uit voorzorg vóór de eerste nachtvorst uit te graven: de knollen profiteren ervan als de plant zo lang mogelijk doorgroeit. Diezelfde knollen zijn niet winterhard. Hoe zorg je dat ze de winter doorkomen?
Zo bereid je dahlia’s voor op overwinteren. Foto: iStock – Maryviolet
Na een koude nacht hangen de bladeren van je dahlia zwart en slap langs de stengels. Dat is het moment om te rooien, maar wie de schop te dicht bij de plant zet, kan de knollen beschadigen. Zulke knollen zijn tijdens het bewaren gevoeliger voor rot en uitdroging, en zelfs een vorstvrije plek vraagt aandacht: volgens Floralux moeten ze bij een constante temperatuur van 4 tot 7 graden liggen.
Bovengronds is het voorbij, ondergronds dreigt nog vorst
De stengels laten al zien wat een koude nacht doet. Onder de grond loopt de knol een ander risico: als die bevriest, gaat hij dood. Ook langdurig natte grond is slecht voor dahliaknollen. Bij het kiezen tussen rooien en laten zitten telt dus mee hoe nat je tuin in de winter wordt.
Dat maakt de plek in je tuin belangrijk. In lichte grond die water goed doorlaat, hebben knollen meer kans om buiten te overwinteren dan in grond die lang nat blijft. De Royal Horticultural Society, kortweg RHS, noemt de eerste situatie vooral geschikt voor mildere streken. Voor de andere situatie is bewaren binnenshuis de aangewezen aanpak.
Die extra dagen in de grond tellen mee
Tot de vorst toeslaat, geeft de plant nog energie door aan de knollen. Haal je haar eerder uit de grond, dan stopt dat proces. Vroeg rooien levert geen voordeel op, ook als je de knollen uiteindelijk toch binnen wilt bewaren. Je hoeft ze dus niet alvast op te graven omdat er koude nachten aankomen.
Er zit wel een grens aan het wachten. Komt de vorst laat, dan adviseert de RHS om de knollen uiterlijk eind november alsnog te rooien. Je hoeft in dat geval niet te blijven wachten tot het blad door de kou is aangetast. Zo heeft ook een zachte herfst een duidelijk eindpunt voor wie de knollen wil bewaren.
Geef de knollen ruimte bij het graven
Bij het rooien komt de schop of tuinvork van pas, zolang je ruim om de plant heen steekt. Knollen kunnen verder reiken dan je direct aan de stengels ziet; een steek vlak ernaast kan ze raken. Kies liever wat meer afstand en werk voorzichtig naar de knollen toe. Beschadigingen maken ze kwetsbaarder tijdens de maanden waarin je ze bewaart.
Snoei de stengels na het opgraven terug tot ongeveer 5 tot 15 cm boven de knollen. Daarna maak je de knollen schoon; afspoelen met water kan ook. Laat ze vervolgens enkele dagen ondersteboven drogen op een koele, donkere plek. Een garage, kas of koele bijkeuken is daarvoor geschikt.
Voor het bewaren heb je meer dan één optie
Pas als de knollen droog zijn, gaan ze de winteropslag in. De bakken en materialen die daarvoor worden gebruikt, verschillen. Je kunt ze volgens Groei op meerdere manieren wegleggen:
- Wikkel de knollen in kranten of doe ze in papieren zakken.
- Leg ze in een doos of krat met droog zand.
- Gebruik in een doos of krat oude potgrond.
Floralux beschrijft nog een andere aanpak: een krat met lichtvochtige turfmolm. Welke manier je ook kiest, laat de knollen niet de hele winter ongezien liggen. Kijk elke maand of je rot of schimmel ziet.
Buiten laten zitten kan, als de plek meewerkt
Op een geschikte plek kun je het rooien overslaan. Knip dan de stengels af en bedek de kroon, de bovenkant van de knol waar de stengels uit kwamen, met mulch. De RHS adviseert daarover een laag van ongeveer 15 cm. Die laag ligt over de kroon.
Deze aanpak hangt sterk af van de grond. Blijft die lang nat, dan blijft dat risico voor de knollen bestaan, ook onder een deklaag. Kijk daarom vóór je beslist naar de plek waar de dahlia staat. Wie zijn knollen binnen bewaart, kan ze na het drogen meteen inpakken; bij knollen in de grond is het afdekken van de kroon de volgende stap.
