like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Een andere economie vraagt om anders denken

Van: op 31 oktober 2017

Natuurlijk moet het anders. Natuurlijk kan de economie niet doorgaan zoals ze nu doet. Natuurlijk kan de groei niet aanhouden, zeker niet als het ten koste gaat van de natuur. Natuurlijk is de toenemende tweedeling—of is het vierdeling?—een bedreiging voor een gezonde samenleving. Natuurlijk. Waarom ziet iedereen dat dan niet? Waarom gaan we dan niet massaal om? Waarom ontbreekt het gevoel van urgentie in de verkiezingen en het regeerakkoord dat resulteerde?

De reden is, zo stel ik voor, dat de gangbare manier van denken over de economie in de weg staat. Het is een manier van denken die goed van pas kwam toen economieën in een depressie kwamen in de jaren dertig en toen de overheid een belangrijke taak werd toebedacht. Precies zoals de Nederlander Jan Tinbergen het bedacht, had de overheid een instrumentele aanpak nodig. En daarvoor zijn cijfers nodig. Dus gingen economen rekenen en kwamen ze met cijfers zoals het Bruto Binnenlands Product en het Nationaal Inkomen. Vervolgens kwamen ze met kosten-baten analyses om overheidsbeslissingen een rationele fundering te geven. Economie werd daarmee een instrumentele wetenschap.

Die benadering voldoet niet meer. Ja, rekenen blijft relevant. Piketty, bijvoorbeeld, laat met veel rekenwerk zien dat de verdeling van vermogen ongelijker wordt. Zijn bevindingen gaven te denken. Maar fundamenteel anders is zijn aanpak niet. Het blijft een kwestie van zaken in financiële cijfers gieten.

Anders is de aanpak van iemand als Kate Raworth. In het programma Buitenhof van zondag 29 oktober kon ze op haar bevlogen manier duidelijk maken dat de instrumentele wetenschap die economie is ook ideologisch is en dat de instrumentele kijk op zaken een bredere visie op de wereld in de weg staat. Haar beeld van de donut dient ertoe om duidelijk te maken dat de mensheid rekening moet houden met de wereld waarin ze opereert, met het milieu, de natuur en haar bronnen en alles dat de mensheid gegeven is. Dat is wereld buiten de donut. Daarbinnen is de leefwereld waarin mensen zorgen voor het eigen welzijn. De donut zelf moet voor een goede balans zorgen tussen beide werelden. Haar pleidooi komt neer op een moreel appel. Kate Raworth wil dat we verder kijken dan wat economen meten en daarmee denken, dat we conventionele groeidoelen herwaarderen en andere doelen dan toename van het BBP gaan nastreven.

Het probleem van Raworth is dat ze niet aangeeft hoe we de economie anders moeten denken om beter uit te komen. Ook Thomas Sedlacek, die even populair was met zijn boek Economie van Goed en Kwaad, komt niet tot een alternatieve manier van denken.

Gelukkig zijn allerlei economen, sociologen en filosofen bezig met het herdenken van de economische wetenschap. Met collega’s als Deirdre Mc Closkey, David Throsby, en Robert Skidelsky vind ik inspiratie blij klassieke denkers zoals Aristoteles, Adam Smith en ook wel John Maynard Keynes en Friedrich Hayek. In Doing the Right Thing: a value based economy (Ubiquity Press, 2017, vrij te downloaden) breng ik een reeks ideeën samen en ontwikkel een op waarden gebaseerde benadering.

Uitgangspunt is dat mensen, maar ook organisaties, verenigingen, gemeenschappen en naties gericht zijn op iets goeds, zoals een goed leven, goed werk, een goede gemeenschap, een goede samenleving. Het goede heeft altijd een kwalitatieve aard. Een goed mens, een goed gezin, goede kunst, een goede buurt of wat ook is niet in cijfers te vatten. Het gaat steeds om eigenschappen die betrokkenen op waarde moeten schatten. Dat goed doen is waar veel wat wij mensen doen om gaat.

Om een voorbeeld te geven: iemand kan nog zo’n duur huis hebben (en hoog scoren in Piketty’s berekening), zijn thuis kan wel eens leeg en armoedig zijn (omdat hij veel te hard moet werken om de hypotheek te betalen waardoor zijn vrouw en kinderen hem liever kwijt dan rijk zijn). Het huis kunnen we kwantificeren; het thuis is een kwaliteit. En het gaat om het thuis.

Ik pleit daarom voor een economische wetenschap die gericht is op kwaliteiten, op duidelijk krijgen hoe we specifieke kwaliteiten, zoals saamhorigheid in een buurt, of een liefdevol gezin, of een vitale en innovatieve samenleving, kunnen realiseren. Zo’n wetenschap vraagt om nieuwe begrippen, een andere invulling van gangbare begrippen zoals “bezit” (een goed thuis is een belangrijker bezit dan een duur huis), en wat “productie” en “consumptie” betekenen (leden van een huishouding produceren gezamenlijk een thuis).

Vanzelfsprekend kunnen gewenste kwaliteiten ook betrekking hebben op de natuur. Vanzelf gaat dat niet. Het gaat om bewustwording: wat zijn de belangrijke kwaliteiten voor mij als burger in deze wereld? Een Kate Raworth doet veel aan die bewustwording. Maar voor echt anders denken is een ander denkraam nodig. Misschien is de “value based approach” een goede stap in de goede richting.

Arjo Klamer

In de bijeenkomst ‘Een nieuwe economie van iedereen’ op 2 november worden het belang en de mogelijkheid van vertrouwen en samenwerken ten behoeve van een economie die iedereen dient verder besproken.

Hier lees je meer over de nieuwe economie.

Lees meer over: ,

Meer artikelen uit de categorie: Inzicht