Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De Multivariate ENSO Index kwam in juni en juli uit op +2,41, de hoogste stand voor die periode sinds de metingen in 1979 begonnen. De snel versterkende El Niño laat zich daarmee ook buiten de Stille Oceaan voelen.

Reef in de Stille Oceaan

Als de Stille Oceaan opwarmt krijgen ook wij er last van. Foto: iStock – Adrii Slonchak

In een zomer die in Nederland als de warmste ooit gemeten de boeken inging, warmde ook een groot stuk van de tropische Stille Oceaan in hoog tempo op. De wekelijkse Niño 3.4-index tikte rond 12 augustus +2,7 °C aan, een signaal dat de El Niño van 2026-2027 veel meer is dan een afwijking op een weerkaart. Achter het nieuwe record van de Multivariate ENSO Index zit een meetreeks die zeewatertemperatuur volgt, samen met luchtdruk, wind en warmtestraling uit de atmosfeer. NOAA rekent erop dat deze El Niño in de noordelijke herfst en winter zeer sterk kan worden, waardoor de aandacht verschuift van één oceaangebied naar mogelijke gevolgen voor weerpatronen verder weg.

Een sprong die zelfs 1997 voorbijgaat

Begin april stond de Niño 3.4-index nog op +0,47 °C. In juli was dat +2,03 °C: een uitzonderlijk snelle opmars in drie maanden voor het zeegebied in de centrale tropische Stille Oceaan dat meteorologen als graadmeter gebruiken.

  • Van mei tot en met juli kwam het seizoensgemiddelde uit op +1,51 °C.
  • De maandwaarde van juli lag op +2,03 °C.
  • Op 31 augustus werd een afwijking van +2,6 °C gemeten.

Die julistand lag al boven de waarden die in oktober 1997 en september 2015 werden gehaald. Dat waren de twee sterkste El Niño’s uit de eerdere meetreeksen. Het absolute satellietrecord staat nog op +3,1 °C uit 2015, dus de marge is inmiddels behoorlijk klein.

De oceaanmeter loopt hard op

De Niño 3.4-index kijkt alleen naar de temperatuur van het zeewater in één afgebakend deel van de oceaan. Daardoor zie je scherp hoe snel het warme water zich daar heeft opgebouwd, maar nog niet hoe de atmosfeer erop reageert.

Voor Nederland is dat verschil belangrijk. Een warme strook oceaan ergens in de Stille Oceaan vertelt nog niet rechtstreeks hoe onze winter uitpakt, al gebruiken weerinstituten zulke metingen wel om wereldwijde weerpatronen te volgen.

Bij +2,0 °C verandert het etiket

Het KNMI noemt een El Niño sterk zodra de afwijking van de zeewatertemperatuur boven +1,5 °C uitkomt. Boven +2,0 °C heet het een zeer sterke El Niño. De juliwaarde zat dus al ruim boven de eerste grens.

De voorspellers van NOAA’s Climate Prediction Center gaven de El Niño meer dan 90 procent kans om in de herfst en winter op het noordelijk halfrond zeer sterk te worden. Voor een temperatuur boven +2,0 °C in het bewaakte oceaangebied rekenden NOAA-voorspellers op 63 procent kans.

De WMO gaat nog verder en houdt er rekening mee dat deze fase de sterkste in 40 jaar kan worden. De organisatie schat de kans op een zeer sterke gebeurtenis inmiddels op bijna 100 procent. Dat zijn verwachtingen voor de komende maanden, geen vaststaand eindpunt.

Warmer water maakt de inzet groter

Ook buiten het Niño 3.4-gebied liep de oceaantemperatuur deze zomer flink op. Op 22 augustus bereikte de gemiddelde temperatuur van de oceanen tussen 60 graden zuiderbreedte en 60 graden noorderbreedte 21,1 °C, de hoogste stand in de meetreeks van Copernicus Climate Pulse.

Die meting gaat over de extra-polaire oceaan, dus zonder de koudste wateren rond de polen. Het is een bruikbare wereldwijde thermometer voor het zeeoppervlak, al zegt hij niets over één specifieke kust of de Noordzee.

Goed om te weten
De WMO verwacht dat de El Niño tijdens de noordelijke herfst en winter van 2026-2027 verder kan aansterken. Dan komt ook meer zicht op hoe lang de hoge oceaantemperaturen aanhouden.

Over de studie

De Multivariate ENSO Index, kortweg MEI.v2, wordt bijgehouden door het Physical Sciences Laboratory van NOAA. Deze reeks loopt van 1979 tot nu en combineert vijf meetreeksen: luchtdruk op zeeniveau, temperatuur van het zeeoppervlak, wind van west naar oost, wind van zuid naar noord en warmtestraling die de aarde weer verlaat.

Door die combinatie meet de index warm water én de reactie van de atmosfeer daarop. De technische opzet van de MEI.v2-reeks maakt het mogelijk om El Niño en La Niña over bijna een halve eeuw op dezelfde manier naast elkaar te leggen.