Op 7.000 meter diepte, ten westen van Australië, zijn bijna 500 walvisskeletten gevonden in een gebied van 1.200 kilometer. Sommige resten zijn 5,3 miljoen jaar oud en kunnen nieuw licht werpen op de evolutie van walvissen.
Op de bodem van de Indische Oceaan ligt een uitzonderlijk archief van walvisleven en -dood verborgen. Een bemande duikboot, de Fendouzhe, bracht daar een enorme verzameling fossielen in kaart, die volgens onderzoekers via een V-vormige geul naar de diepe zeebodem werd geleid. Het diepste punt in het gebied, de Dordrecht Deep, werd door de Fendouzhe in 2023 gemeten op maximaal 7.079 meter. De vondst, op 10 juni 2026 beschreven in Nature, is bijzonder omdat rond de karkassen complete, nog grotendeels onbekende ecosystemen kunnen ontstaan. Daarnaast ligt in de skeletten naar schatting 6,7 miljoen ton opgeslagen CO2, wat de ontdekking ook relevant maakt voor ons begrip van de oceaan als koolstofreservoir.
De duikboot bracht een veel groter archief aan het licht
De bemande duikboot Fendouzhe maakte in 2023 maar liefst 32 duiken in de Diamantina-zone. Er konden drie mensen mee aan boord, terwijl robotarmen botfragmenten van de zeebodem pakten voor nader onderzoek.
Het team van Global TREnD en IDSSE telde uiteindelijk 485 fossielen van walvisachtigen. De meeste resten blijken van spitssnuitdolfijnen te zijn, een groep tandwalvissen die normaal gesproken moeilijk te bestuderen is omdat ze vooral in diepe zeeën leven.
Tussen die botten zat ook een soort die nog niet bekend was en inmiddels is uitgestorven. Zulke vondsten geven paleontologen een veel completer beeld van welke walvissen miljoenen jaren geleden in de open oceaan rondzwommen.
Een archief dat minstens 5 miljoen jaar bleef groeien
De bemande onderzeese onderzoeksboot Fendouzhe wordt vanaf een schip te water gelaten voor onderzoek op grote diepte. Beeld: Institute of Deep-sea Science and Engineering.
De skeletten lijken zich minstens vijf miljoen jaar lang te hebben opgestapeld. Hier kwamen over een enorm lange periode steeds opnieuw kadavers op de diepzeebodem terecht.
De vondst doet denken aan de ontdekking van hydrothermale bronnen in 1977, waar onderzoekers voor het eerst zagen dat ook in totale duisternis rijke gemeenschappen kunnen leven. De energie komt daar uit chemicaliën in het water en de bodem.
Goed om te weten
Een walviskadaver op de zeebodem heet in de wetenschap een walvisval. Zo’n karkas kan jarenlang voedsel leveren aan dieren die duizenden meters onder het wateroppervlak leven.
Rond de botten krioelt het van leven
Bij de fossielen zagen de duikers onder meer kwallen, slangsterren, tweekleppige schelpdieren en wormen die zich door bot heen vreten. Die botetende wormen halen voedingsstoffen uit het skelet zelf, waardoor een karkas ook lang nadat het zachte weefsel is verdwenen nog een voedselbron blijft.
Een deel van deze dieren komt ook voor bij hydrothermale bronnen en koude methaansijpels. Walvisvallen kunnen zo als tussenstation werken voor soorten die afhankelijk zijn van chemische energie op de diepzeebodem.
- De karkassen leveren vetten en organisch materiaal aan diepzeedieren.
- Botetende wormen maken voedingsstoffen uit het skelet vrij.
- Schelpdieren en andere kleine dieren profiteren van bacteriën rond het kadaver.
Walvissen laten ook hun eigen geschiedenis achter
Oceanograaf Craig Smith van de Universiteit van Hawaï ontdekte in 1987 de eerste walvisval die uitgebreid werd onderzocht. Hij ziet de grote hoeveelheid fossielen als belangrijk bewijsmateriaal voor de evolutie en verspreiding van walvissen door de geologische tijd.
Vooral spitssnuitdolfijnen zijn daarbij interessant. Van de ruim twintig levende soorten weten we nog altijd opvallend weinig, omdat ze lang onder water kunnen blijven en vaak ver uit de kust leven.
De Diamantina-zone kan dus helpen om ontbrekende stukken in de stamboom van walvissen in te vullen. Fossielen laten zien welke soorten tegelijk leefden, hoe hun verspreidingsgebied veranderde en welke groepen uiteindelijk verdwenen.
Ook dichter bij Europa kunnen zulke plekken liggen
De 485 gevonden fossielen vormen waarschijnlijk maar een klein deel van wat daar op de bodem ligt. Op basis van die telling schat het onderzoeksteam dat er in de Diamantina-zone meer dan 10 miljoen skeletten kunnen rusten.
Walvissen brengen tijdens hun leven koolstof door de oceaan mee, en na hun dood verdwijnt een deel daarvan voor lange tijd naar de zeebodem.
Fossielen die sleepnetten eerder bovenhaalden bij de Iberische kust en voor Zuid-Afrika geven onderzoekers reden om ook daar met diepzeeonderzoek verder te zoeken.
