Als de EU haar eigen doelstellingen voor elektrische auto’s haalt, dan bespaart ze daarmee tot 12 miljard euro aan oliekosten per jaar tegen 2030, stelt een nieuwe analyse. Het is dé manier om de EU strategisch minder afhankelijk te maken.
Europa heeft zichzelf voorgenomen om 35 miljoen elektrische auto’s en 20.000 vrachtwagens op de weg te hebben tegen 2030. Die moeten in de plaats komen van diesel- en benzinewagens om uitstoot te verminderen. Maar in de huidige oliecrisis komt daar een flinke olie-bonus bij: Europa kan miljoenen euro’s besparen en wordt tegelijk strategisch minder afhankelijk van olie-regio’s.
Volgens de berekeningen van denktank Ember en de mobiliteitskoepel E-Mobility Europe kunnen die besparingen oplopen tot maar liefst 190 miljoen vaten — goed voor een besparing van 12 miljard euro. Die cijfers gaan uit van het behalen van de EU-doelstelling van 35 miljoen volledig elektrische auto’s, 3 miljoen elektrische bestelwagens en 200.000 elektrische vrachtwagens tegen 2030.
Wegverkeer als grootste slokop
Het wegverkeer is nu nog de grootste olie-slokop in de hele EU, goed voor twee derde van de totale Europese vraag naar olieproducten. Een snelle elektrificatie is dan ook een snelle manier om die afhankelijkheid te verminderen. Vorig jaar bijvoorbeeld heeft de opmars van elektrische voertuigen de EU al zo’n 57 miljoen vaten uitgespaard — goed voor een besparing van 4 miljard euro. En dat tempo houdt aan: alleen al in de eerste maand van 2026 zorgden een miljoen nieuw geregistreerde voertuigen voor een besparing van vier miljoen vaten olie.
“Europa moet beslissen: blijven we onze strategische autonomie afstaan aan andere regio’s, of zetten we alles op alles om de volledige vruchten te plukken van elektrische energiezekerheid?”, zegt Chris Heron, secretaris-generaal van E-Mobility Europe. “Als continent moeten we beslissen wie we willen zijn. We moeten opnieuw zelf aan het stuur gaan zitten en op lange termijn weer veerkrachtig worden.”
Hoe groot is de besparing in verhouding tot het totale olieverbruik?
Om de cijfers in perspectief te plaatsen: de EU is nog altijd zwaar afhankelijk van olie-import. Volgens gegevens van de Raad van de Europese Unie importeerde de EU in 2025 ongeveer 435 miljoen ton ruwe olie, met een waarde van meer dan 212 miljard euro. Omgerekend naar vaten (1 ton ruwe olie komt neer op ruwweg 7,3 vaten) gaat het om zo’n 3,2 miljard vaten aan ruwe-olie-import per jaar.
De beoogde besparing van 190 miljoen vaten tegen 2030 zou daarmee neerkomen op ongeveer 6 procent van de huidige jaarlijkse olie-import van de EU — en op ruim 5,5 procent van de bijbehorende importrekening van 212 miljard euro. Klein in verhouding tot het totaal, maar het gaat wel om structureel weggenomen vraag, jaar na jaar, in plaats van een eenmalige besparing.
Ter aanvulling: de EU haalde haar olie in 2025 vooral uit de Verenigde Staten, Kazachstan en Noorwegen, die elk tussen 12 en 15 procent van de import voor hun rekening namen, terwijl het aandeel van Rusland daalde van 25,8 procent in 2021 naar 2,2 procent in 2025. Elke vermeden vraag via elektrificatie raakt dus direct de geopolitieke afhankelijkheid van een handvol grote olie-exporterende landen.
Doorrekening: hoe de besparing de komende vijf jaar kan oplopen
De 12 miljard euro is een eindpunt voor 2030, geen vast jaarlijks bedrag vanaf nu. Om een idee te geven van hoe de besparing tussen nu en dan kan groeien, is hieronder een indicatieve doorrekening gemaakt op basis van de bekende ankerpunten: 57 miljoen vaten (en circa 4 miljard euro) in 2025, oplopend naar 190 miljoen vaten (12 miljard euro) in 2030. Dat komt neer op een gemiddelde jaarlijkse groei van ruwweg 27 procent, als de besparing gelijkmatig zou doorgroeien:
| Jaar | Geschatte jaarlijkse olie-besparing | Geschatte jaarlijkse kostenbesparing |
|---|---|---|
| 2025 (realisatie) | ~57 miljoen vaten | ~€4 miljard |
| 2026 | ~72 miljoen vaten | ~€5 miljard |
| 2027 | ~92 miljoen vaten | ~€6 miljard |
| 2028 | ~117 miljoen vaten | ~€7,5 miljard |
| 2029 | ~148 miljoen vaten | ~€9,5 miljard |
| 2030 (doel) | 190 miljoen vaten | €12 miljard |
Let op: dit is een eigen, indicatieve doorrekening op basis van de gepubliceerde eindpunten van Ember en E-Mobility Europe, geen officiële jaarprognose van de onderzoekers zelf. De werkelijke curve hangt af van de snelheid waarmee EU-lidstaten hun wagenpark daadwerkelijk elektrificeren.
Die aanname sluit overigens goed aan bij wat er nu al gebeurt op de markt. Volgens de meest recente ACEA-cijfers werden er in de eerste vijf maanden van 2026 bijna 951.000 volledig elektrische auto’s geregistreerd in de EU, goed voor een marktaandeel van 20 procent — tegen 15,3 procent een jaar eerder. De groei zit vooral in de grote landen: Duitsland (+40,9%), Frankrijk (+55,4%) en Italië (+75,7%), al daalden de registraties in Nederland juist met 9,7 procent.
Denktank Transport & Environment bevestigt dat beeld in haar jaarlijkse EV Progress Report: volledig elektrische auto’s (BEV) waren in 2025 goed voor ongeveer 19 procent van alle nieuwe registraties in Europa, met een verwacht marktaandeel van rond de 23 procent in 2026 en 28 procent in 2027, op voorwaarde dat de Europese CO₂-doelstellingen overeind blijven. Diezelfde organisatie waarschuwt dat een versoepeling van de EU-doelen voor 2030 de prijsgelijkheid tussen elektrische en fossiele auto’s zou kunnen vertragen — en daarmee dus ook de olie- en kostenbesparing die Ember en E-Mobility Europe voorspellen.
Actuele versnelling door de oliecrisis
Opvallend is dat de groei van EV-registraties dit voorjaar nog eens is versneld door de geopolitieke spanningen rond Iran. Volgens cijfers van New Automotive en E-Mobility Europe stegen de registraties van volledig elektrische auto’s in maart 2026 met 51 procent, verspreid over vijftien grote Europese markten, met 500.000 nieuwe EV’s in de EU, een stijging van 33,5 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Ben Nelmes, ceo van New Automotive, benadrukt dat elke elektrische auto op de weg Europa iets minder afhankelijk maakt van geïmporteerde olie.
Dat sluit aan bij bredere analyses van Ember over de rol van olie in de wereldeconomie: Ember-onderzoeker Daan Walter noemt olie de achilleshiel van de wereldeconomie, en wijst erop dat elke prijsstijging van 10 dollar per vat de wereldwijde importrekening met ongeveer 160 miljard dollar per jaar verhoogt. In die context is elke vermeden vatenimport dus niet alleen een besparing, maar ook een buffer tegen toekomstige prijsschokken.
Wat het rapport verder aanbeveelt
Naast de directe besparingscijfers zet het rapport van Ember en E-Mobility Europe vijf prioriteiten neer die samen moeten zorgen voor volledige elektrische energiezekerheid: meer elektrische auto’s, bestelwagens en vrachtwagens op de weg krijgen, de Europese EV-industrie versterken, elektriciteit tot de betaalbare brandstof van transport maken, plus het beveiligen van de digitale laadinfrastructuur en het inzetten van EV’s als energieopslag. De onderzoekers wijzen naar het aankomende Electrification Action Plan van de Europese Commissie als een belangrijk ijkpunt om deze strategie te verankeren.
Bronnen: Ember & E-Mobility Europe (juli 2026); Raad van de Europese Unie/Consilium, “Where does the EU get its oil from?” (2026); ACEA-marktcijfers (mei 2026); Transport & Environment, EV Progress Report 2026; New Automotive & E-Mobility Europe (maart 2026); Ember-analyse over wereldwijde olieafhankelijkheid.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
