Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Sinds de drooglegging zijn in de Flevolandse polders ruim 400 scheepswrakken ontdekt. En de bodem is nog niet uitverteld: maritiem archeoloog Yftinus van Popta vermoedt dat er nog tientallen verborgen liggen.
Archeologen van de Rijksuniversiteit Groningen bij de opgraving van het scheepswrak ‘Queen Anne’ in Flevoland. Beeld: Herr ott, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
Onder een akker in de Noordoostpolder bleek een ongekend groot vrachtschip in de klei te liggen. Het werd in 2016 ontdekt; twee jaar later begonnen archeologen met de opgraving. Het schip lag ooit op de bodem van de Zuiderzee, maar kwam door de inpoldering op het droge te liggen. In het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot van Batavialand worden bijna 40.000 voorwerpen uit opgravingen bewaard: tastbare sporen van dat verdwenen landschap.
De akker is ook een scheepskerkhof
Een boer ziet land. Een archeoloog ziet op dezelfde plek ook de oude zeebodem. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt Flevoland zelfs het grootste droge scheepskerkhof ter wereld. Dat woordje droog maakt het verschil: schepen die ooit onder water lagen, kwamen door de inpoldering terecht op het land van de Noordoostpolder en Oostelijk en Zuidelijk Flevoland.
Over het precieze aantal vondsten lopen de tellingen uiteen. De provincie telt 425 wrakken; een andere telling komt op 435. De tellingen verschillen. De Rijksdienst houdt het daarom bij meer dan 400 ontdekte en onderzochte schepen.
De hele Zuiderzee was veel groter dan de polder
De Zuiderzee bestond zo’n 700 jaar voordat de Afsluitdijk er een einde aan maakte. In die eeuwen gingen volgens een schatting van archeologen tussen de 3.000 en 4.000 schepen naar de bodem van de héle Zuiderzee. Die schatting betreft ook de Zuiderzee buiten het latere Flevoland.
Ook is lang niet ieder gezonken schip teruggevonden. De honderden vondsten in de polders laten zien wat de drooglegging heeft blootgelegd, niet hoeveel wrakken er ooit in het hele water lagen. Het ene getal telt gevonden schepen op land, het andere schat het aantal gezonken schepen over eeuwen en over een veel groter gebied.
Goed om te weten Opgravingen van scheepsvondsten uit de voormalige Zuiderzeebodem begonnen al in 1944.
Een groot wrak, nog veel vragen
Het grote vrachtschip uit de Noordoostpolder liet bij de opgraving nog niet meteen zijn verhaal los. Yftinus van Popta was daar projectleider. Hij werkt als maritiem archeoloog aan de Rijksuniversiteit Groningen en deed ook onderzoek naar wrakken die mogelijk nog in de polderbodem verborgen zijn.
“En dit is een heel groot wrak met een vraagteken.”
Yftinus van Popta, maritiem archeoloog en projectleider
In Lelystad krijgt het onderzoek een andere vorm. Batavialand beheert sinds 2021 het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot, waar de rijkscollectie met vondsten uit de Zuiderzee wordt bewaard. Daar blijven ook kleine voorwerpen uit opgravingen beschikbaar voor onderzoek. De voorwerpen die bij een wrak zijn gevonden, horen bij die scheepsvondst.
De vondsten blijven in beeld
De Flevolandse wrakken worden ook digitaal geregistreerd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed houdt ze ook bij in MaSS, een databank voor maritiem erfgoed. Die werd in 2020 uitgebreid met Flevolandse scheepswrakken. In februari 2024 kwamen daar 152 extra Flevolandse wrakken bij.
De oude zeebodem wordt in Flevoland nu gewoon gebruikt. De vindplaatsen liggen verspreid over voormalige stukken Zuiderzee die inmiddels land zijn. Een databank maakt zichtbaar welke schepen al bekend zijn, terwijl het onderzoek naar mogelijk verborgen wrakken doorgaat.
Over het onderzoek
Voor de Scheepswrakken Database Flevoland gebruiken onderzoekers onder meer de originele opgravingsdocumentatie van Batavialand. Die gegevens werden via DANS beschikbaar gesteld en in 2024 verwerkt in versie SDF4. Al in 2017 verscheen in het tijdschrift Palaeohistoria een studie op basis van een eerdere versie van die databank.
De in 2024 bijgewerkte databank geeft onderzoekers meer informatie om bekende vindplaatsen te bestuderen en nieuwe vondsten mee te vergelijken.
