Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Tijdens de aanleg van de Noord/Zuidlijn kwamen onder het Damrak en Rokin zo’n 700.000 voorwerpen uit de voormalige Amstelbedding tevoorschijn. Een selectie ligt nu permanent achter glas in metrostation Rokin, tussen de roltrappen die reizigers dagelijks passeren.

archeologische vondsten Amstel

De vondsten worden tentoongesteld in de Noord-Zuidlijn. Foto: kunstwijk.wordpress.com/

Een sleutel, een schaar, een wollen kous: gewone spullen die bij de bouw van een metrolijn ineens archeologische vondsten werden. Stadsarcheoloog Jerzy Gawronski leidde het onderzoek, dat wordt omschreven als de grootste archeologische opgraving die Amsterdam ooit heeft gekend. Via de website Below the Surface zijn foto’s van 19.000 vondsten te bekijken. Wat kunnen zulke alledaagse voorwerpen vertellen over het leven in de stad, en hoe maak je een verzameling van deze omvang toegankelijk?

Achter het glas ligt een klein deel van de buit

In station Rokin hebben de archeologen ongeveer 10.000 voorwerpen een plek gegeven in twee lange vitrines. Dat is grofweg 1 op de 70 vondsten. Je ziet dus maar een klein deel van wat er tijdens de bouw naar boven kwam, terwijl je gewoon onderweg bent naar de metro.

De Noord/Zuidlijn is metrolijn 52. Juist bij de aanleg ervan konden archeologen onderzoek doen op plekken die anders onder de stad verborgen blijven. De vitrines maken dat verleden zichtbaar zonder dat je er een museum voor binnen hoeft, doordat ze midden in de route van de reizigers staan.

Van emmer tot anker: wat lag er onder de stad?

Het onderzoek langs het metrotracé liep van 2003 tot 2018. Op de bouwlocaties bij Damrak en Rokin kwamen voorwerpen van heel verschillende grootte tevoorschijn. Een groot anker springt meteen in het oog, maar ook een emmer of een spade maakt deel uit van dezelfde verzameling.

  • Potten en scherven laten zien dat de vondsten lang niet altijd compleet zijn.
  • Naast groot gereedschap kwamen ook kleine gebruiksvoorwerpen boven. De gebreide kous dateert van eind 19e of begin 20e eeuw.

Die verschillen maken de opgraving lastig samen te vatten in één pronkstuk. Een anker vraagt aandacht door zijn formaat; een scherf doet dat juist doordat er zo weinig van over is. Samen geven de voorwerpen een veel breder beeld van wat op deze bouwplaatsen in de grond zat dan de vitrines alleen kunnen tonen.

De presentatie werd zelf een kunstwerk

Eind 2012 kregen kunstenaars Grégory Gicquel en Daniel Dewar de opdracht om van de vondsten een installatie voor station Rokin te maken. Ze werkten daarvoor samen met Gawronski en zijn archeologische team. De kunstenaars maakten van de presentatie achter glas een kunstwerk, waarbij reizigers naar archeologie kijken op een plek die voor dagelijks gebruik is gebouwd.

De vondsten waren er al te zien voordat de metrolijn officieel openging. Op 8 maart 2016 werden ze voor het eerst in het station tentoongesteld. De officiële opening van de Noord/Zuidlijn volgde op 22 juli 2018, door burgemeester Femke Halsema samen met acht Amsterdammers.

Goed om te weten De metro reed al op 21 juli 2018 voor het eerst feestelijk, een dag vóór de officiële opening.

Ook buiten het station kun je de vondsten bekijken

De vitrines bieden ruimte aan een selectie. Op de website Below the Surface gaat het verhaal verder met ruim 27.000 foto’s. Daardoor kun je voorwerpen bekijken die je tijdens een rit door station Rokin nooit allemaal achter glas zou kunnen zien.

Ook de onderzoeksgegevens zijn digitaal doorzoekbaar. Dat maakt het project bruikbaar voor wie meer wil weten dan wat er in de vitrines past, van een geïnteresseerde reiziger tot iemand die gericht naar een vondst zoekt. De resultaten van het project werden op 13 juni 2018 officieel gepresenteerd.

Over het onderzoek

De Archeologiewerkplaats op het Amsterdamse Marineterrein onderzocht alle opgegraven voorwerpen. Dat werk ging dus veel verder dan het samenstellen van de tentoonstelling, want ieder object hoorde bij het archeologisch onderzoek dat Gawronski en zijn team leidden.

De digitale verzameling legt de gegevens op een andere manier vast dan de foto’s doen. Voorwerpen tellen ook zonder eigen foto of registratie mee in het onderzoek. De volledige dataset bevat 135.000 archeologische registraties.