Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Keuringsdienst van waarde liet 27 flessen extra vierge olijfolie uit Nederlandse supermarkten testen. Vijftien haalden de eisen niet. Hoe weet je dan of jouw fles die naam wél verdient?
Controleer het etiket goed voor de juiste olijfolie. Foto: iStock – NazariyKarkhut
Je pakt een fles olijfolie met ‘extra vierge’ op het etiket, maar wat zegt dat over de olie die erin zit? Die woorden staan voor de hoogste wettelijk beschermde kwaliteitsklasse: alleen foutloze olie mag zo heten. De uitzending van Keuringsdienst van waarde op 9 oktober zette die belofte onder druk. Intussen controleert de overheid jaarlijks circa 26 flesjes, terwijl Nederland zo’n 20 miljoen liter olijfolie importeert.
Een duur etiket biedt geen zekerheid
Voor het supermarktschap kun je nog op de prijs afgaan en denken dat een peperdure fles de kwaliteitsbelofte op het etiket wel zal waarmaken. Bij de test van 27 flessen haalden vijftien oliën de eisen niet. Zowel bij goedkope als bij dure olijfolie kwam de kwaliteit niet altijd overeen met wat de verpakking beloofde. Een hogere prijs is dus geen garantie dat je olie uit de hoogste klasse koopt.
Dat maakt kiezen lastig. Als zelfs een dure fles de beoordeling niet haalt, kun je aan het prijskaartje niet zien of de inhoud de naam op het etiket verdient. Olijfoliesommelier Vivian van Wordragen werd daarom door Keuringsdienst van waarde geraadpleegd om consumenten te helpen bij hun keuze in de supermarkt. Zij volgde een driejarige opleiding aan een olijfolieschool in Italië.
Vier flessen vielen zelfs buiten de eetbare categorie
De olijven voor olie uit de hoogste klasse moeten binnen 24 uur na de oogst worden verwerkt, uitsluitend met mechanische middelen. Ook daarna telt de kwaliteit van de olie zelf, die vrij moet zijn van fouten. De beoordelingen laten zien hoe groot het verschil kan zijn tussen wat er op een fles staat en wat er uiteindelijk in zit.
- Twaalf oliën kregen de beoordeling extra vierge. Zij haalden de klasse die op hun etiket stond.
- Elf oliën vielen terug naar vierge, een lagere kwaliteitsklasse.
- Vier oliën kregen het oordeel lampante. Die olie is niet geschikt voor consumptie.
Vooral dat laatste oordeel gaat verder dan een verschil in smaakvoorkeur. Het panel beoordeelde die vier oliën als ongeschikt om te eten, terwijl ze als olijfolie voor de consument in het Nederlandse supermarktschap stonden. De verdeling over de kwaliteitsklassen maakt ook duidelijk dat afkeuring niet steeds hetzelfde betekent. Een fles uit de lagere klasse is iets anders dan een fles met het oordeel lampante.
De controle op olijfolie is beperkt
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de NVWA, voert de officiële controles op de kwaliteitseisen uit. Wilma van Grinsven-Padberg, hoofdonderzoeker bij het Olijfolie Instituut, wijst op de beperkte omvang daarvan. Met zo weinig controles is niet vast te stellen hoe vaak een verkeerd etiket voorkomt bij alle olijfolie die in Nederland wordt verkocht. De uitkomst van één supermarktproef kun je dan ook niet zomaar op iedere fles toepassen.
De uitslag van de supermarktproef laat wel zien dat het probleem bij verschillende soorten flessen kan opduiken. De prijs bood geen betrouwbaar onderscheid tussen olie die aan de hoogste eisen voldeed en olie die daaronder viel. Wie voor een duurder product betaalt, krijgt op basis van dit onderzoek dus niet automatisch de kwaliteit die de verpakking suggereert.
Wat kun je zelf met zo’n uitslag?
In de winkel kun je de beoordeling van een proefpanel niet van de buitenkant van een gesloten fles aflezen. Van Wordragen werd juist ingeschakeld om consumenten in Nederlandse supermarkten bij die lastige keuze te helpen. De test biedt intussen geen eenvoudige prijsgrens waarboven je veilig zit. Dat is een praktische beperking als je tussen goedkope en dure flessen staat te kiezen.
Ook de smaak en geur van de olie spelen bij de kwaliteitsbeoordeling een rol. Die kun je pas zelf beoordelen zodra de fles open is. Het onderzoek laat daarmee vooral zien waarom het etiket alleen weinig houvast biedt, want de wettelijke naam op de verpakking en het oordeel over de inhoud kwamen bij de geteste oliën geregeld niet overeen.
Over het onderzoek
Het Olijfolie Instituut liet de oliën beoordelen door zijn officieel erkende proefpanel. Dat panel testte ze organoleptisch, op basis van wat de proevers ruiken en proeven. Het instituut gebruikt bij de controle en waardering van olijfolie daarnaast ook een e-nose, een apparaat dat geuren analyseert. Het panel bestempelde vier van de 27 supermarktflessen als lampante.
