Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Bij graafwerkzaamheden in Venray kwamen de resten van een Duitse militair uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn. De Bergings- en Identificatiedienst van Defensie borg ze op 26 oktober. Ook naar vermiste vliegeniers wordt nog gezocht.

grebbeberg

Niet elke teruggevonden militair kan worden geïdentificeerd. Foto: iStock, Grebbeberg, credit: Maurizio Fabbroni

Ruim tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog is nog lang niet van iedereen bekend waar die is gebleven. Volgens Defensie liggen op Nederlands grondgebied nog zo’n 6.000 vermiste militairen en burgers uit die oorlog. De recente vondst staat dan ook niet op zichzelf: de bergingsdienst probeert nog altijd vast te stellen van wie gevonden resten zijn. Zo konden deze maand zeven vermiste Britse bemanningsleden worden gekoppeld aan een vliegtuigwrak dat vorig jaar werd geborgen.

Een mogelijke aanwijzing in Venray

Het veldgraf lag bij werkzaamheden aan de Maaslijn, de spoorverbinding in Noord-Limburg. De gevonden militair was mogelijk een parachutist van het Fallschirmjäger Regiment 21. Dat geeft de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht, de BIDKL, een aanknopingspunt voor het onderzoek, al staat daarmee nog niet vast wie hij was.

Zo’n vondst laat zien hoe verschillend de plekken zijn waar de dienst zoekt. In Venray ging het om een graf langs het spoor. Bij vermiste vliegeniers kan het spoor juist leiden naar een vliegtuig dat tijdens de oorlog neerstortte. Voor beide soorten zaken moet uiteindelijk worden vastgesteld bij wie de gevonden resten horen.

Onder de grond liggen nog sporen van honderden vliegtuigcrashes

Onder de vermisten in Nederland zijn ongeveer 700 Nederlanders. Een ander deel bestaat uit bemanningsleden van neergestorte vliegtuigen. Een analyse met de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 bracht 1.085 mogelijk vermiste bemanningsleden in verband met 501 crashlocaties die toen nog niet waren opgegraven. Dat betekent niet dat op al die plekken ook stoffelijke resten liggen.

Goed om te weten Tijdens de Tweede Wereldoorlog stortten ruim 5.500 vliegtuigen neer boven Nederland. Een crashlocatie is dus lang niet altijd een plek waar nog naar vermiste bemanningsleden wordt gezocht.

Het vliegtuig uit de recente identificatie bij Dronten was een Avro Lancaster Mk III JB120. Het werd in de nacht van 27 op 28 september 1943 neergeschoten boven het toenmalige IJsselmeer. Het wrak lag bij het huidige Dronten: een plek die sinds de oorlog ingrijpend is veranderd, terwijl het verhaal van de bemanning nog openstond.

Een naam vinden vraagt meer dan een opgraving

Op Kamp Soesterberg heeft de BIDKL een forensisch laboratorium. Vier identificatiespecialisten gebruiken daar kennis van archeologie, antropologie en militaire geschiedenis om gevonden resten te onderzoeken. Dat werk gaat verder dan bepalen waar iemand is gevonden. De dienst probeert vast te stellen om welke persoon het gaat.

Dat lukte in 2025 bij een Nederlands oorlogsslachtoffer dat eerder in een massagraf was gevonden. De man lag als Onbekende Nederlander begraven op begraafplaats Rusthof in Leusden. Na het onderzoek van de BIDKL kreeg hij in juli van dat jaar een herbegrafenis op het Nationaal Ereveld Loenen.

Ook een berging van een vliegtuig kan na tientallen jaren duidelijkheid geven. In juni 2022 werden vijf vermiste bemanningsleden van een Vickers Wellington geïdentificeerd en herbegraven in Bergen op Zoom. Het waren Tsjechische staatsburgers die in Britse dienst vlogen. Zij waren 80 jaar eerder verdwenen.

Voor tientallen wrakken ligt geld klaar

Het Nationaal Programma Berging Vliegtuigwrakken richt zich op ongeveer 30 tot 50 wrakken waarbij waarschijnlijk nog resten van vermiste bemanningsleden aanwezig zijn. Het kabinet reserveerde daarvoor ongeveer 15 miljoen euro. De ministeries van Binnenlandse Zaken en Defensie zijn bij het programma betrokken.

Dat programma gaat dus over een veel kleinere groep plekken dan de 501 crashlocaties uit de analyse. Een vliegtuig kan nog onder de grond liggen zonder dat er aanwijzingen zijn dat de bemanning er ook ligt. Juist die kans op een identificatie maakt bepaalde locaties geschikt voor een berging.

Over de dienst

De Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht werd opgericht op 21 augustus 1945. De dienst zoekt namens het Rijk naar vermiste militairen én burgers uit de Tweede Wereldoorlog. Hij onderzoekt ook slachtoffers van andere conflicten en heeft gemiddeld 40 lopende zaken per jaar. Een lopende zaak is daarbij nog geen afgeronde identificatie.

Een deel van het werk speelt zich af op het Nationaal Ereveld Loenen bij Apeldoorn. Daar liggen bijna 4.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers begraven, van wie er nog 103 onbekend zijn. De BIDKL probeert hen samen met de Oorlogsgravenstichting via DNA-onderzoek alsnog te identificeren.