Onder de Turkana Rift Zone in Kenia en Ethiopië is de aardkorst uitgedund tot zo'n 12,7 kilometer. Geologen bevestigen dat deze actieve rift nu in de necking-fase zit, het kritieke stadium vlak voordat een continentale breuk optreedt.
In een studie die op 23 april 2026 in Nature Communications verscheen, melden geologen dat de Turkana Rift Zone op de grens van Kenia en Ethiopië zich in de zeldzame necking-fase bevindt, het moment waarop een continentale scheur onomkeerbaar wordt. Onderzoekers kijken hier voor het eerst naar een actieve rift, een scheur die zich nu verder ontwikkelt, in plaats van naar een oud, afgekoeld riftlitteken. Het gaat om een riftsegment van ongeveer 500 kilometer binnen het meer dan 3.000 kilometer lange East African Rift System, waar Oost-Afrika al zo’n 45 miljoen jaar uit elkaar wordt getrokken. Turkana geldt daarbij als meetbare graadmeter voor hoe ver dat scheuren al gevorderd is.
De rift opent zich: wat gebeurt er in Oost-Afrika?
De necking-fase in de Turkana Rift Zone begon naar schatting ongeveer vier miljoen jaar geleden. Dat is laat in de levensloop van een rift, want de korst heeft dan al zo veel rek gehad dat het systeem sneller kan doorschieten richting echte breukvlakken. In de studie in Nature Communications beschrijven de auteurs Turkana als een actieve rift die nog doorontwikkelt.
Het contrast binnen het riftprofiel is scherp. Aan de randen van de rift is de aardkorst nog meer dan 35 km dik, terwijl de as al in het kritieke stadium zit dat in de chapo werd genoemd. Dat patroon is precies wat geologen verwachten bij necking: de rek concentreert zich in een smalle zone, met snelle verdunning in het midden en stijvere flanken.
Om die mate van rek vast te stellen berekende het team bèta-waarden van 1,9 tot 3,1 langs de riftas, een maat voor hoeveel de korst is uitgerekt. Zulke waarden laten zien dat de vervorming zich ophoopt waar het systeem het zwakst is. De studie koppelt die rek aan het huidige breukpatroon in Turkana.
Dit is het zeldzame moment waarop geologie ‘live’ meetbaar wordt
Droog landschap met rode en bruine geologische lagen en een zichtbare lineaire breukzone in het terrein, karakteristiek voor de Oost-Afrikaanse riftzone. Beeld: State of the Planet – Columbia University.
“We ontdekten dat de rifting in deze zone verder gevorderd is, en dat de aardkorst dunner is, dan iemand had herkend.”
Christian M. Rowan, promovendus Earth and Environmental Sciences, Lamont-Doherty Earth Observatory (Columbia University)
Rowan is hoofdauteur van het onderzoeksteam, met onder anderen geowetenschapper Folarin Kolawole en enkele collega’s van andere Amerikaanse en Britse universiteiten. Hun kernclaim is vooral methodologisch, namelijk dat necking nu bevestigd is als stadium in een actief systeem, niet enkel als interpretatie achteraf. Dat maakt Turkana tot een referentiepunt, juist omdat de rift nog “aan” staat.
Volgens Kolawole gaan de gevolgen verder dan voor Turkana alleen. “Op basis van lopend onderzoek is er bewijs dat er andere segmenten zijn die aan het begin van necking staan,” zegt hij in Eos. Onderzoekers proberen nu vast te stellen waar dit stadium nog meer kan worden aangetoond binnen hetzelfde riftsysteem.
De lange breuklijn van Afar tot Mozambique
Het East African Rift System loopt van de Afar-depressie in Ethiopië tot Mozambique, over meer dan 3.000 km. Hoofdauteur Rowan beschrijft dat hele traject als onderhevig aan continentale rifting, een proces dat al circa 45 miljoen jaar bezig is. Binnen die lange geschiedenis wordt Turkana nu gebruikt als meetlat voor hoe ver een deeltraject kan zijn, zonder dat er al een oceaanbodem ontstaat.
De studie bevat ook aanwijzingen dat andere segmenten van het riftsysteem eveneens richting necking bewegen. Verschillende segmenten kunnen dus in verschillende fasen zitten, in plaats van dat het hele systeem als één gelijkmatig voortschrijdend geheel werkt. Geologen leggen daarom meer nadruk op lokale gegevens dan op één gemiddeld tempo voor het hele systeem.
Goed om te weten
Seismische reflectiemetingen, de techniek achter dit onderzoek, zijn dezelfde soort ondergrondbeelden die in Europa ook worden gebruikt om diepe aardlagen in kaart te brengen, bijvoorbeeld onder de Noordzee.
Wetenschap in actie: meten, rekenen, terug naar het veld
De dataset leunt op hoge-resolutie seismische reflectiedata die zijn verzameld in samenwerking met het Turkana Basin Institute. Dat instituut werd opgezet door paleoantropoloog Richard Leakey, en ondersteunt veldonderzoek in een regio waar ook veel hominin-fossielen zijn gevonden. Rowan merkt op dat die fossielgeschiedenis wetenschappers al vroeg naar Turkana trok, waarna geofysisch onderzoek kon meeliften op bestaande logistiek en veldinfrastructuur.
De aanpak combineert instrumentele metingen met interpretatie van breukgeometrie, waarbij seismische reflectie het mogelijk maakt om ondergrondse lagen en structuren te zien zonder te boren. De onderzoekers vertalen die beelden vervolgens naar schattingen voor verdunning en rek, met de bèta-waarden als samenvattende maat. In Europa is dit type vertaalslag herkenbaar uit subsurface-onderzoek voor geothermie en ondergrondopslag.
Nieuwe oceaan? De tijdschaal blijft in miljoenen jaren
De auteurs koppelen de necking-fase aan het vooruitzicht dat er op termijn een nieuwe oceaan kan ontstaan, maar ze zetten er geen jaartal op. De tijdschaal blijft die van miljoenen jaren, waarbinnen het proces meetbaar is zonder dat het eindpunt binnen een mensenleven in zicht komt. Voor geologen is de winst vooral dat een zeldzaam stadium nu met velddata is vastgelegd.
Wat er nu volgt, is meer meten op meer plekken binnen het East African Rift System, om te testen of Kolawoles aanwijzingen voor beginnende necking elders overeind blijven. De studie maakt duidelijk welke signalen daarbij tellen, van rek (bèta-waarden) tot de ruimtelijke verdeling van verdunning. Het vervolg zit in nieuwe seismische profielen die moeten uitwijzen welke riftsegmenten als volgende bèta-waarden tussen 1,9 en 3,1 laten zien.
