Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Vanaf augustus blijven na de verpopping lege nesten als bruine kluwens in eiken hangen. Hun brandharen kunnen jaren later nog klachten veroorzaken, dus ook in de winter kun je zo’n oud nest beter met rust laten.

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups is niet alleen in de zomer vervelend. Foto: iStock – Credit:Pixelbizz

Als de bladeren van de eiken zijn gevallen, lijkt het opruimen van een afgewaaide tak een gewone klus. Maar daarbij kun je in aanraking komen met brandharen van de eikenprocessierups, waarschuwt arbo-organisatie Stigas. Die haren blijven zes tot acht jaar actief, zelfs als ze in de grond belanden. Contact kan huid, ogen, keel en luchtwegen irriteren, ook buiten het gebruikelijke overlastseizoen.

Eén rups draagt honderdduizenden brandharen

Een enkele eikenprocessierups kan volgens GGD Leefomgeving wel 700.000 brandharen hebben. Het RIVM beschrijft haren van ongeveer 200 tot 300 micrometer lang. Dat is 0,2 tot 0,3 millimeter en klein genoeg om makkelijk over het hoofd te zien. Een boom zonder zichtbare rupsen is daardoor nog geen boom waar je zonder nadenken onder aan het werk kunt.

De haren kunnen ook buiten het nest terechtkomen. Kleding die ermee besmet is geraakt, kan later opnieuw brandharen afgeven. Je hoeft een nest dus niet zelf aan te raken om ermee in contact te komen. Dat maakt voorzichtigheid ook belangrijk bij spullen die eerder onder een eik zijn gebruikt.

Het overlastseizoen eindigt eerder dan het risico

Een nest van de eikenprocessierups op een boomstam.

Een nest van de eikenprocessierups op een boomstam. Beeld: Riquix, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.

De meeste overlast valt volgens het RIVM in juni, juli en augustus. Branchevereniging VBNE rekent voor het gebruikelijke overlastseizoen met de periode van half mei tot eind september. Daarna is het werk rond eiken niet vanzelf risicoloos, want verspreide haren en achtergebleven nesten kunnen nog steeds klachten geven.

Vooral bij opruimwerk is het lastig om alleen op het seizoen af te gaan. Stigas raadt mensen die afgewaaide takken of omgevallen eiken opruimen aan eerst te controleren op oude nesten en brandharen in nesten op de grond. Een tak kan er heel gewoon uitzien, terwijl het werk eromheen je alsnog met de haren in aanraking brengt.

Goed om te weten Het Kenniscentrum Eikenprocessierups meldt dat brandharen ook overlast kunnen geven op plekken waar inmiddels geen rupsen meer voorkomen. Afwezigheid van nieuwe rupsen zegt dus weinig over haren die eerder zijn achtergebleven.

Ook vervellingshuidjes kun je beter laten liggen

De provincie Drenthe adviseert om meer te mijden dan alleen de nesten. Ook oude brandharen, spinsels en vervellingshuidjes kunnen contact met de haren opleveren. Wie onder een eik bladeren of takken verzamelt, doet er daarom goed aan eerst te kijken wat er tussen ligt, zonder verdachte resten met de hand weg te pakken.

Bij een omgevallen boom vraagt dat extra aandacht. Stigas wijst daarbij ook op nesten op de grond. Controle vóór het opruimen is een stuk verstandiger dan pas opletten wanneer takken worden verplaatst en materiaal aan kleding of gereedschap blijft hangen.

Toch brandharen geraakt?

Het advies van het RIVM is om bij contact niet te krabben of te wrijven. Spoel de huid of ogen juist goed met water. Wrijven kan de irritatie verergeren, terwijl de eerste neiging bij jeuk vaak precies is om dat wel te doen.

Klachten kunnen op verschillende plekken ontstaan. Het RIVM noemt naast de huid en ogen ook de keel en luchtwegen. Daarom is het zinvol om na mogelijk contact niet alleen op uitslag te letten, want ook klachten bij ademhalen of irritatie aan de ogen passen bij blootstelling aan brandharen.

Een druk rupsenjaar laat langer sporen na

Biologen telden in 2025 een recordaantal eikenprocessievlinders. In het rupsen­seizoen van 2026 volgde een grotere uitbraak dan verwacht. Waar rupsen zaten, kunnen resten achterblijven die later bij werk rond eiken worden geraakt.

Hoeveel haren een afzonderlijk oud nest na verloop van tijd nog bevat, staat niet vast. Wel is duidelijk dat voorzichtigheid na één seizoen niet ophoudt. In de grond blijven brandharen zes à acht jaar actief.