like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

RLi: leg CO2 reductie wettelijk vast

Van: op 24 september 2015

carbon disclosureDe Rli constateert in haar advies aan minister Kamp van Economische Zaken dat Nederland sinds jaren klimaatbeleid voert, maar dat de CO2-emissies van de energievoorziening niet dalen. Daarom stelt de raad dat een trendbreuk nodig is en alles op alles gezet moet worden om in Nederland in 2050 80 tot 95% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990.

Het is bijzonder lastig te voorspellen welke sociale, technologische, geopolitieke en economisch/financiële ontwikkelingen zich de komende 35 jaar zullen voordoen. Vandaar dat het advies geen specifieke doelen stelt ten aanzien van energiedragers en toegepaste technologie. De raad heeft bovendien geconstateerd dat discussie over energiedragers en technologie tot grote tegenstellingen leidt in het maatschappelijke debat. Deze tegenstellingen staan de realisatie van de transitie naar een duurzame energievoorziening mede in de weg

Het advies introduceert een aanpak die vier energiebehoeften centraal stelt, in plaats van energiebronnen en technologie. Dit biedt de noodzakelijke ruimte voor nieuwe inzichten en oplossingen. De vier energiefunctionaliteiten en de maatschappelijke behoeften die ze vervullen, zijn:

  1. De functie lage temperatuurwarmte voorziet in de warmtevoorzieningen in gebouwen voor verwarming en warm water (voor bijvoorbeeld douchen en voedselbereiding). Kortweg: de functionaliteit lage temperatuurwarmte.
  2. De functie hoge temperatuurwarmte voorziet in warmte voor het maken van producten en in hoge temperatuur proceswarmte. Kortweg: de functionaliteit hoge temperatuurwarmte.
  3. De functie transport en mobiliteit voorziet in energie voor transport en mobiliteit. Kortweg: de functionaliteit transport en mobiliteit.
  4. De functie licht en apparaten voorziet in energie voor verlichting, (elektrische) apparaten en informatie- en communicatietechnologie. Kortweg: de functionaliteit licht en apparaten.

De belangrijkste aanbevelingen

De raad stelt voor om de energietransitie te richten op een helder doel, dat onomstotelijk vastligt en op zichzelf geen onderwerp is van discussie. Voor Nederland moet het doel zijn dat de emissie van broeikasgassen in 2050 80% tot 95% lager zal zijn dan in 1990. Voor de Nederlandse energievoorziening betekent dit dat de energetische CO2-emissies in 2050 82% tot 102% lager moeten zijn dan de emissies van de energievoorziening in 1990.

De raad adviseert om dit reductiedoel wettelijk vast te leggen. Een wettelijke borging geeft urgentie aan. Ook zorgt wettelijke verankering voor een helder perspectief aan de samenleving en voor zelfbinding voor politiek en bestuur.

Eenzijdige focus CO2 'onbegrijpelijk'

Het rapport laat echter op een aantal essentiële onderwerpen steken vallen, vindt de Duurzame Energie Koepel. Vooral de eenzijdige focus op CO2, zonder een duidelijke doelstelling voor hernieuwbare energie, is een keuze die de energietransitie onvoldoende sturing geeft.

De duurzame energiesector is positief over de oproep voor een Klimaatwet die over de looptijd van regeringen heen sturing gaat geven aan het proces om de energievoorziening tegen het midden van deze eeuw energieneutraal te maken. Beter dan een voorgestelde “klimaatcommissaris” zou een apart ministerie voor Energie en Klimaat zijn. Ook oordeelt de duurzame energiesector positief over de voorstellen om snel met flexibilisering van het energiesysteem te beginnen, de oproep de fiscaliteit en energiebelasting sterker te richten op het principe dat de vervuiler betaalt en de onderkenning dat een impuls aan innovatie en implementatie noodzakelijk is, bovenop het krachtig doorzetten van het Energieakkoord.

Wat de duurzame energie sector totaal onbegrijpelijk vindt is  dat er in het RLI advies een eenzijdige keuze wordt gemaakt voor een CO2-only beleid. Dat kan alleen werken als ook de integrale kosten van CO2 in de prijs van fossiele bronnen is verwerkt. Dat is nu en in de nabije toekomst totaal niet het geval en daarom wijst de duurzame energie sector deze route af tenzij deze in combinatie wordt gebracht met concrete tussendoelen voor hernieuwbare energie en energiebesparing vanaf 2025. Verder worden de grote veranderingen in de Nederlandse warmtevoorziening onvoldoende geadresseerd. Op dat onderwerp zijn grote verschuivingen te verwachten en zal het Energierapport richting willen geven.

Het advies mist een mate van concreetheid waarmee de komende jaren substantiële voortgang kan worden geboekt. Kortom, dit advies levert wat bouwstenen, maar we verwachten van het Energierapport een beduidend concretere richting voor de komende jaren, met duidelijke keuzes voor de energietransitie, inclusief tussendoelen en bijbehorende maatregelen voor hernieuwbare energie en geen overwegend abstract verhaal gericht op CO2 doelen tegen het midden van deze eeuw.

Download het volledige advies ‘Rijk zonder CO2: naar een duurzame energievoorziening in 2050’ (pdf, 2Mb)

 

Lees meer over: ,

Meer artikelen uit de categorie: Nieuws



 


Reacties: (1)

Trackback URL | Comments RSS Feed

  1. Henk Dubbelman schreef:

    1. Stuur actief op het wettelijke CO2-doel in 2050, maak de aanpak tijdens de weg er naar toe adaptief
    Ad.1 Het in de wet veranderen van de doelen is nodig om gedurende een lange tijd de focus te houden op de taakstelling van CO2 reductie. Overigens niet alleen CO2 maar ook andere klimaat veranderende gassen. We zijn hier dan niet uniek en vooruitlopend in. Landen om ons heen hebben dit al lang gedaan. Terwijl Rutte en zijn kabinet zelfs een rechterlijke uitspraak die de doelstelling onderschrijft en ook een wettelijke basis geeft, in twijfel trekken.

    2. Kies voor een gedifferentieerde aanpak per functionaliteit
    In de vier onderscheiden energie gebruikende functionaliteit zullen ontwikkelingen zich niet in hetzelfde tempo voordoen. Het is bijvoorbeeld zinvol om eerst de woningmarkt energie neutraal te maken. Dit behoort immers nu al tot de mogelijkheden. Op andere terreinen zal er meer onderzoek en innovatie nodig zijn en zal het beleid zich op andere doelgroepen richten en andere maatregelen vereisen.

    3. Maak taakstellende en afrekenbare afspraken en arrangementen
    Afspraken moeten specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden gemaakt moeten worden. Dit vraagt om een overheid die actief op zoek gaat naar de mogelijkheid om afspraken te maken die de (tussen)doelen haalbaar maken. Deze afspraken moeten dus SMART gesteld worden.

    4. Leg een steeds dwingender regime van stimulering en wetgeving op als dat nodig blijkt te zijn
    Zonder een stok achter de deur dreigen afspraken afgezwakt of uitgesteld te worden. Dit betekent dat beleid steeds bijstelling nodig heeft en tussendoelen gesteld moeten worden en eventueel ingegrepen moet worden in sectoren om de gewenste ontwikkeling onontkoombaar te maken.

    5. Maak de politieke en bestuurlijke processen bestendig
    Ook bij wisselende kabinetten zal er een consequente lijn doorgezet moeten worden en de doelen bereikt worden. Dit vereist een sterke persoon of organisatie die een kabinet kan bijsturen als de doelen niet gehaald dreigen te worden of afspraken aangepast dreigen te worden. Goed voorbeeld daarvan is de bijtelling voor lease auto’s, de eisen worden aangescherpt maar ook voordelen worden weer afgeschaft. Afspraken moeten zodanig zijn dat ook de burger en de ondernemer kan rekenen op beleid dat niet zomaar verandert. De overheid dreigt anders het draagvlak te verliezen waardoor doelen in gevaar kunnen komen.

    6. Kies expliciet een organisatievorm voor de monitoring en versnelling
    De voorgaande vereisten vragen om een sterke persoon of organisatie die een kabinet kan bijsturen als de doelen niet gehaald dreigen te worden of afspraken aangepast dreigen te worden. Daarmee kan de wettelijke basis ook consequent doorgetrokken worden onafhankelijk van politieke agenda’s.

    7. Onderken de sociale innovatiekracht en de impact van lokale initiatieven en ondersteun deze maximaal
    Lokale initiatieven kunnen tot innovatie leiden en de doelstellingen ondersteunen. Helaas heeft dit kabinet daar kansen laten liggen. De maatschappij wordt steeds meer een stakeholders organisatie van losse verbanden die samen voordeel vinden. In de energiebranche is dit een regelrechte bedreiging voor de traditionele energiesector. Er ontstaan lokale productie en afnemer combinaties. De energiemaatschappij van vandaag zal geen energie meer leveren maar mogelijk wel diensten verlenen.

    8. Organiseer gezamenlijke verantwoordelijkheid en spreek partijen hierop aan
    Bundel partijen en betrek ze samen bij het halen van de doelstellingen en zorg ook dat geen vrijheid / blijheid heerst maar en gewerkt wordt aan concrete resultaten. Dit vraagt om nieuwe vormen van samenwerking. Een samenwerking waar het denken in sectoren en organisatievorm verlaten wordt en ook de burger bij wordt betrokken of de afnemer. Ook internationaal zullen er coalities gesmeed moeten worden.

    9. Zorg voor juiste prijzen en aanpassing van het belastingstelsel
    Zonder maatregelen die pijn doen als men niet aanpast en maatregelen die goede aanpassingen beloont, zal er weinig bereidheid zijn om de verandering in te zetten. Als de burger moet kiezen tussen duur of goedkoop is de keuze niet moeilijk. Dit kan door CO2 uitstoot mee te nemen in de prijs van een product. Zo is stroom van kolen twee keer zo duur als stroom van zon, wind of water.

    10. Organiseer voldoende financiële middelen voor de energietransitie
    De noren zijn een lichtend voorbeeld. Met de winsten uit hun fossiele bronnen, hebben ze een enorme pot met geld die ze nu gebruiken om de energietransitie door te voeren. In Nederland gebruiken we onze gasreserves als extra potje om uit te geven. Sterker we willen zelf vanuit de regering ook schadelijke en riskante gaswinning via schaliegas gaan onderzoeken.

    Vereist dit een linkse politiek?
    Naar mijn mening is dit niet nodig. Natuurlijk past dit een partij als Groenlinks heel goed. Maar ook een partij die voor de ondernemers staat hoeft dit niet af te wijzen. Er kunnen vele kansen voor Nederlandse ondernemers worden gecreëerd rondom innovatie:
    • kostenbesparing en vergroting van marktaandeel door goedkopere productie (minder CO2 en koploperpositie internationaal op dit terrein;
    • startups met potentie kunnen een zet in de goede richting geven, via opleidingen en onderzoek kan gestimuleerd worden dat de problemen van CO2 productie worden aangepakt;
    • kansen voor de export ontstaan doordat we andere landen kunnen helpen met onze technologie en producten die leiden tot minder CO2 productie.
    Het is daarom des te jammer dat ons huidige kabinet de handschoen niet oppakt.