De Verenigde Naties hebben met 141 tegen 8 stemmen een resolutie aangenomen die een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof ondersteunt. Die uitspraak stelt dat landen een juridische verplichting hebben om de klimaatcrisis aan te pakken. De VS, ’s werelds grootste historische uitstoter van broeikasgassen spande samen met een klein groepje, waaronder bekende schurkenstaten, dat tégen stemde. China was een van de voorstemmers. Dat mag ook wel worden benadrukt.
VN-secretaris-generaal António Guterres zei dat de stemming duidelijk maakt dat regeringen verantwoordelijk zijn voor het beschermen van hun burgers tegen de “escalerende klimaatcrisis”.
De resolutie werd ingediend door het Pacifische eilandland Vanuatu en bevestigt een adviesopinie van het Internationaal Gerechtshof (IGH) uit juli 2025. Die stelt dat landen verplicht zijn het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen en de opwarming van de aarde tegen te gaan. Hoewel de uitspraak juridisch niet bindend is, wordt ze al wereldwijd gebruikt in klimaatzaken voor de rechter.
De VS stemden samen met Saudi-Arabië, Rusland, Israël, Iran, Jemen, Liberia en Belarus tegen. Turkije, India en olieproducenten Qatar en Nigeria onthielden zich van stemming. Australië, Duitsland, Frankrijk, Nederland en het VK stemden vóór. En ook dus China.
De ambassadeur van Vanuatu benadrukte: “De schade is reëel en al zichtbaar: langs onze kusten, in gemeenschappen die te maken hebben met droogte en mislukte oogsten. De landen die het zwaarst worden getroffen, zijn vaak degenen die het minst hebben bijgedragen aan het probleem.”
Voor Pacifische eilandnaties staat er veel op het spel. In Tuvalu, waar het land gemiddeld slechts 2 meter boven zeeniveau ligt, heeft meer dan een derde van de bevolking al een klimaatmigratiepaspoort aangevraagd voor Australië. Tegen 2100 zou een groot deel van het land bij vloed onder water kunnen staan.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
