In het artikel “Als niets meer werkt, wat kunnen we dan nog?” haakt Peter van Vliet in op de discussie tussen (in zijn woorden) ’twee mensen die het fundamenteel oneens zijn, maar toch samen hardop nadenken over een van de moeilijkste vragen van onze tijd: Hoe bestuur je een samenleving die aan het instorten is?
Hij vroeg me hoe ik die discussie zie.
Laat ik de onderdelen van hun meningsverschil langsgaan.
Beiden zien een instorting (collapse) die er nog niet is, anticiperen daarop, maar lopen duidelijk voor de muziek uit. Jem Bendell houdt dit al 10 jaar vol. En John Foster vindt “our industrial consumer society far advanced on a path to collapse”. Als ik John goed begrijp projecteert hij zijn ecological epistocracy (i.e., the rule of the climate-intelligent) als bestuursprincipe na het moment dat huidige regeringen vanwege opstapelende klimaatellende echt met de handen in het haar gaan grijpen, en degenen die het meest doordrongen zijn van de klimaat- en ecologische noodsituatie, de “klimaatbewusten” in dit machtsvacuum een coup kunnen plegen en de macht grijpen. Volgens hem zou dat terecht zijn omdat alleen zij de complexiteit van de beslissingssituatie overzien en doorzien.
Ikzelf zie dat moment pas echt komen als op een gegeven moment door klimaatturbulenties grote inbreuken op de voedselvoorziening gaan plaatsvinden (lees deze rimpeling bijvoorbeeld en deze en deze) én als de zeespiegelstijging een zo korte termijn dreiging wordt dat men zich ineens collectief het op handen staan van het verlies van de enorme investeringen in alle belangrijke havens en laaggelegen industriegebieden en laaggelegen steden − en via die investeringen de melt-down van grote verzekeringsfondsen en pensioenfondsen − gaat realiseren. Dat dreigend onafwendbare verlies en die ermee gepaard gaande massale ontheemding zal een vlam in de pan doen slaan die niet meer mentaal gedoofd kan worden. Noodtoestand om elementaire voorzieningen te redden en te distribueren met uitschakeling van alle marktwerking is dan een plausibele weg.
Welk causaal stratum zien beiden voor zich?
Beiden zien de maatschappelijke meta-crisis nu al in ware gedaante opdoemen juist omdat het volk volgens Jem gevangen zit ‘in manipulating and coercing dominant economic systems’ en volgens John simpelweg verslaafd is: “consumerism is now, instead, a profoundly addictive social phenomenon”, en er daardoor geen afdoend beleid uit de huidige gouvernance kan komen. Ze zien die stuurimpasse hopeloos in. Dus wat ? De één keert zich af van gouvernance, de ander ontwerpt een nieuwe ideale.
Ik zie hun onderlinge knok dan vooral draaien om zowel de weg naar afdoende efficiënte sturing toe, als om ieders visie op hoe zwaar en overkoepelend de wenselijke sturing moet worden. Overigens is ieders standpunt in deze besmet door de persoonlijke keuzes die ze gemaakt hebben. Jem is sinds een paar jaar uit het academisch systeem gestapt, en probeert zich lokaal (in Indonesië!) te wortelen; en John wil duidelijk dat systeem niet loslaten en het een kernfunctie en voortrekkersrol geven in een kernkabinet dat de beslissingen in een uit te roepen noodsituatie moet uitvogelen.
Edoch, hun uiteenlopende meningen over governance, zijn mijns insziens volledig terug te voeren op het feit dat ieder een totaal ander te besturen causaal stratum de toekomst in projecteert.
Jem kiest al a priori voor versterking van lokale zelfvoorziening (local resilience) en dus eigenlijk voor vrij ontkoppelde (i.e., weinig stromen tussen, en weinig fossiele inputs) regio’s, terwijl John veel meer de voortzetting van huidige sterk wereldwijd wisselwerkende en sterk innoverende economieën als voorwaarde ziet om de transitie dan via carbon-budgets en taxes en innovaties in veilige banen te leiden. John’s wereldwijd verbonden economie-visie leid ik af uit wat hij als hoogstnodig klimaatbeleid opsomt nl. koolstof en vlees rantsoeneren, recreatief vliegen sterk beperken, landbouwgrond in beslag nemen als basis voor lokale veerkracht, en een burgerinkomen invoeren. Als je veronderstelt dat business-, arbeidsmigranten-, goederen en militair vliegen gewoon doorgang kan blijven vinden, en je dus de hele gigantische luchtvaart infrastructuur (mijnbouw, constructie, onderhoud) daarachter wilt (moet) handhaven, dan teken je vrij duidelijk voor voortzetting van het huidige mondiale interactie-circus.
Overigens, ook bij de eenvoud van Jem’s toekomstig causale stratum is een vraagteken te plaatsen gezien zijn positieve houding tegenover AI. Dat hij actief van AI gebruik maakt, maakt dubieus hoe high-tech hij lokaal duurzame levensstijlen eigenlijk als haalbaar ziet binnen het minuscule carbon budget dat op heden nog beschikbaar is.
Welk bestuurlijk stratum zien beiden voor zich?
In Jem’s geval heb je maar kleine overheden nodig want vanwege weinig interacties tussen de regio’s − i.e. bij maximale autonomie van regio’s functioneren ze voornamelijk parallel i.p.v. dat ze in serie geschakeld staan − is de stof voor afspraken en controle op naleving minimaal Maar wel cruciaal natuurlijk; denk aan uitstootlimieten per regio toedelen.
In John’s geval roep je een waterhoofd van regelgeving en regelgevers in het bestuurlijk stratum af want hoe meer interacties je in het causale stratum toestaat hoe langer je planhorizon (i.e. de hele serie-lengte moet coveren) moet zijn, en dus hoe stringenter je greep op de processen om die planning gedaan te krijgen − nl. iedereen te laten leveren op het moment dat de ander het nodig heeft. Hier moet je iedereen echt voortdurend op de vingers kijken en je overal gedetailleerd mee bemoeien.
John flirt vervolgens − om Jem’s nadruk op local resilience en Jem’s afkeer van elites te paaien − met optimaal contact maken van high-level gouvernance met lokale ideeën en ervaringen, via burgerraden en dergelijke. Inheemse kennis consulteren is tegenwoordig een must, nietwaar? Maar dat is allemaal een beetje gemaakt naar mijn gevoel. Ook Jem’s beschouwingen van de Russische en sommige Afrikaanse revoluties vind ik er te veel op uit om het verkokerende en ontsporende gevaar van één-partij-overheden en elites (Jem: Elites of any kind typically don’t put the interests of the masses first) aan te dikken. Ook het verwijt van Jem dat John’s elite-configuratie te autoritair zal worden vind ik overdreven. Omdat?
Het is duidelijk dat snel en heel langdurig naar een emissie-arme samenleving overschakelen een enorm strakke sturing behoeft. Dus ja dat zal uiteindelijk een vrij autoritaire bedoening moeten zijn. Is dat erg?
Kijk naar oorlogstijd. Dan is iedereen overtuigd dat de vijand moet worden bestreden − immers iedereen hoort de vijand en voelt hem aankomen − en wordt strakke legerleiding door iedereen als acceptabel en noodzakelijk gezien. En dat dissidenten alles kunnen doen vastlopen, daar heb je altijd mee te dealen, en kun je eigenlijk alleen maar proberen te voorkomen door je hoofdvisie op een toekomstige ordening te focussen op het zo gelijk mogelijk opstellen van mensen in hun dagelijkse werkzaamheden en beslommeringen. Want dan, door gelijke blootstelling ontwikkelen ze gelijke waarden. En dan is sociale cohesie en waardenconvergentie optimaal, verschrompelt het dissidenten probleem, wordt het sociaal reactievermogen groot, en verdwijnt het implementatie-probleem van strak klimaatbeleid als sneeuw voor de zon.
Juist om uit die stuur-impasse te komen − en qua waarden onderling gelijkgerichter − heb ik voortdurend voorgesteld de transitie veel dieper aan te pakken nl. alle processen tot op het niveau van huishoudens heel autonoom, lokaal en low-tech maken zodat je overkoepelende regelprobleem − d.w.z. het onderling coördineren en controleren − lokaal zo simpel mogelijk wordt en daardoor ook weinig compulsief. Ontkoppel, verdeel, en heers als het ware. (Zie hoofdstuk 9.3 in dit boek). Door ook op landelijke en internationaal niveau zo veel mogelijk te ontkoppelen wordt ook nationale en internationale gedetailleerde dwingelandij op een breed gamma van levensaspecten in grote mate vermeden. En kunnen daarmee opgezadelde elites klein blijven.
Welke transitie naar andere klimaatpolitiek toe?
Wat de toekomst van die strata betreft vind ik ze alletwee te veel boetseren en fantaseren − bijvoorbeeld rond de rol van geweld en het militaire om radicaal beleid te kunnen doorzetten en implementeren − over een situatie die simpelweg zijn eigen weg gaat banen door wat ik zie als elkaar opwekkende (en elkaar corrigerende) explosies van sociale opstanden.
De komende maatschappelijke toekomstdynamiek kun je mijns insziens niet met een bouwdoos vooruit construeren. Veel te explosief. Vanwege onze falende feedforward gedurende de afgelopen 25 jaar (zie Failing feedforward) staan we nu voor het blok. We zitten in de val en lopen dood − overigens: het basisidee van John dat alleen intellectuelen dit inzien is volgens mij niet valide; je kunt dingen ook aanvoelen zonder ze in detail te verwoorden of in te zien; ratten verlaten zinkende schepen meest net iets eerder als mensen − en dan is er een revolutie (i.e., opstanding) nodig. Die is niet te bedenken of te plannen want komt uit de harten en de buiken van iedereen tegelijk. Het is een explosie van doortasten die door jarenlange frustraties en verstopte angsten wordt voorbereid in iedere dolende in de huidige doodlopende steeg. Vooruitlopend op de ellende − via feedforward planning − konden we die steeg niet ontlopen maar gelukkig zijn we in feedback regelen als ellende op ons bord belandt en hevig pijn begint te doen altijd vrij goed geweest.
Ineens komen die benarde gevoelens dan uit hun holen. Ja, er zijn vonken nodig om het kookpunt los te laten barsten. Maar het punt is dat op een totaal andere conceptie indalen (= systems change) eerst eensklaps het loslaten en kapot maken van de oude behoeft, en dan tuimel je dus uit een coma zonder te weten of je de volgende reddende wel in de zeilen krijgt. Dus dit is altijd heikel. Daar (op die gok dus) moet je rijp voor worden. Op alle plekken tegelijk, eerst in kleine groepen, dan in subculturen. Het gaat daar om het omslaan van publiek gevoel en opinies en anticipatie daarop door mensen die dat verwoorden in liederen, geschriften, commentaren en in houdingen en persoonlijke beslissingen laten merken − zoals bijvoorbeeld die van Jem door zijn academische functie op te geven. Je hebt ook mensen nodig die zich er voor gooien als zich plotselinge onverwachte omstandigheden voordoen en als het ware een revolutionair antwoord uitdagen. Dat gaat van au. Is dat erg? Opstand en geweld zijn nodig. Anders kom je hier niet uit. Revolutie wijst zich vanzelf. Ze bereiden zich decennialang voor. Zie wat elke maand mei op het noordelijk halfrond gebeurt; alles wat te voorschijn komt (insecten, vogels, planten, bomen, kruiden, grassen) is na een lange winter bezeten door voortplanting (verzorging eitjes, blad- en zaadvorming) en groeien, dringen, en zoemen elkaar tot leven.
Zo zal de komende klimaatrevolutie ook gaan. Het begin is een klus van de velen die rijp zijn geworden en dan aansteekbaar zijn. De verdere richting borrelt uit hun hoofden en handen zodra eenmaal de zaak in beweging komt. Het knalt en bruist en broedt, en komt altijd goed. Mensen scharen en ordenen zichzelf door ideeën en actie uitwisseling, vroeg of laat. En zeker, het zal best veel helpen als echt belezen mensen het voortouw zouden nemen of af en toe de dynamiek van de situatie onder woorden brengen − net zoals Friedrich Engels via het beschrijven van de arbeidsomstandigheden in de katoenfabrieken (waar hij werkte) van zijn vader in Manchester bodem en richting gaf aan het historisch materialisme van zijn vriend Karl Marx. Ja natuurlijk, maar dat wat John serieus meent − i.e., ‘What we face is a crisis whose true nature is only available to intelligence.’ − lijkt mij geen valide basisveronderstelling om die ordening richting te geven anders dan dat zijn voorstel mensen kan helpen in te zien wat ze zeker niet moeten doen.
Een evaluatie van hun basis-uitgangspunten
Hun twee basis-uitgangspunten zijn mijns insziens enerzijds de huidige situatie als een collapse definiëren, anderzijds de huidige situatie (‘multi-crisis’) als volstrekt uniek voorstellen.
- Ik zie het collapse-denken als puur rationeel. Het bestaat uit een idee fixe. Het projecteert, onder de assumptie dat de huidige suïcidale fossiele energievretende koers (en keuzen) door de mens onverschrokken zal worden gecontinueerd, een vreselijk angstwekkende klimaatsituatie de toekomst in die vervolgens het acute handelen verlamt − ‘it is easier to sink than to rise’ − of onbereikbaar maakt.
- In de vrouwenbeweging werd dit in de tachtiger jaren bestempeld als “ergens een berg van maken” om (misschien) stiekem te voorkomen dat je je primaire impulsen volgt en je vijand kiest en die te lijf gaat met wat je wél kunt. Dus maak je van een verstikkende situatie een berg (i.e. doemscenario’s afdraaiend) in plaats van een voet te verzetten of een hand uit te steken. Door dezelfde avond bijvoorbeeld je koffer te pakken en naar een blijf-van-mijn-lijf huis of vriendin te vluchten. Weglopen dus. Zo’n directe actie (stapje) helpt twee dingen: je komt uit je val (het denken en tobben waarin je ratio rondjes draaiend gevangen zit), en je trekt de situatie naar mogelijkheden toe door reacties op te wekken en in jezelf nieuwe uitzichten en beoordelingen toe te staan. Analoog aan dat wegloop voorbeeld, kan elke klimaatbewuste werknemer die zich momenteel beroepshalve klimaatbezwaard voelt, als eerste stapje − door een beroep te doen op dit recente advies van de WHO-expertcommissie − zich klimaatziek melden, en met behulp van zijn uitkering stapsgewijs gaan proberen zijn levensplek en bezigheden klimaatvriendelijker in te richten.
- Ook het uniek catastrophale van de huidige situatie zie ik niet. Alsof we vanwege die superdreiging van onleefbare aarde nu plotsklaps als mens opnieuw moeten verzinnen (en niet zouden kunnen dealen met) hoe het is als je vastloopt en moet omkeren, of tegen de stroom zwemmen. Dit is, vrees ik, al miljoenen keren door mensen ervaren, doorleefd, en aangepakt. Ik bedoel dat iedereen die moest ‘moven’ omdat zijn situatie onleefbaar werd (door dreiging, vervolging, uitbuiting, gevaar) enorm voor het blok kwam te staan, en niet wist of ie ooit weer iets nieuws en stabiels vond ergens anders. Bij een revolt is dat ook zo. Je gooit de knuppel in het hoenderhok maar de dynamiek is niet te voorzien en kan je leven beëindigen. Toch is dat dan de enige uitweg om er weer een gat in te maken waardoor je weer leefbaarheid kan vinden. Zie alle vroegere wereldwijde migratie-stromen die meest door ellende en vervolging getriggerd werden. Zie alle revoluties via welke onderdrukte bevolkingsgroepen belangrijke structuurwijzigingen in de gouvernance van klasse-verhoudingen hebben bewerkstelligd via moord en doodslag, en coups. Dit is van alle tijden. Niets nieuws onder de zon. Gewoon opstaan en aanvallen. De huidige situatie is niet ongekend catastrofaler als bijvoorbeeld in de tijd van de acties tegen kruisraketten veel mensen imagineerden dat door een grote atoomoorlog er nergens meer ruimte op aarde zou zijn om te leven.
Die twee basisveronderstellingen zie ik als verlammend. Jem Bendell’s wereldwijde netwerk waarin participanten via internet communicatie elkaar kunnen bijstaan − “The Metacrisis Initiative provides its participants with the insight and support to live well within fracturing societies” − zie ik meer als een onbedoelde poging de berg nog hoger te maken dan die berg te slopen omdat het via de grootschaligheid en eenzijdige samenstelling van de peer-groepen in rationele sferen gaat verkeren. Ik zie dit niet aansluiten op mogelijkheden die binnen ieders bereik liggen om via gevoelsmatig aftasten met naasten om zich heen via nieuwe lijfelijke bindingen stevig emissieloos lokaal sociaaleconomisch weefsel op te bouwen. Ik bedoel?
Een voorbeeld: Er zijn veel actieve grootouders voor het klimaat in Nederland en België. Ze barsten van het geld en hebben meest flinke pensioeninkomsten. Ze kunnen daarmee lokaal jongeren een flink zetje geven (via het geven of gratis uitlenen van geld, en via hen geld te laten verdienen met binnen- en buitenklussen) om lokaal kleinschalig voedsel te produceren, te verwerken, en te vermarkten, en lokaal reperatieve ambachten en essentiële diensten (vervoer, recycling, zorg, ontspanning) op te zetten − heel veel jongeren zijn in die richting zoekende, willen off-grid, uit de gaming en netflix trance, uit de dwangbuis van een vaste baan waarin ze als loonslaaf moeten doen wat kapitalisten beslissen dat ze moeten doen. Die lokaal bezige jongeren komen elkaar dan elke week tegen op een steeds levendiger lokale markt, zien elkaar, vermengen, krijgen relaties, ontwikkelen vertrouwen in elkaar, zetten nieuwe projecten op, trekken stagaires en andere jongeren aan, gaan zich lokaal politiek roeren, etc. Ondertussen vliegen ze niet en rijden weinig, vingeren ze niet eindeloos hun mobiles, consumeren ze spaarzaam en bewust, krijgen ze oog voor de fragiliteit van al het levende direct om hen heen, en hart voor de klimaatzaak. Kijk, op die manier − via doelbewust bewegende handen en voeten − komt er stapje voor stapje richting en waarde in mensen. En hoe we er ooit ook aan gaan, richting en waarde in ons lijf is goud. Al is het alleen maar om de echt leefbare hele mens te bewaren en door te geven in alles en aan alles wat na ons komt.
Met zo’n lokale werkwijze die wereldwijd uitvoerbaar is zonder internet hoeven we niet te wachten op het moment dat een regering de noodtoestand gaat uitroepen of de innoverende ratrace van het kapitalisme afschaft − wat nooit gaat gebeuren vrees ik − maar kan ieder met de mogelijkheden die in ieders bereik liggen die berg (en de verlamming) links laten liggen.
Het front komt bij iedereen
Bij zowel Jem als John vind ik positief dat ze landhervorming (i.e., het verruimen van de mogelijkheden om lokaal land toe te delen) op de agenda hebben staan.
De uitweg die John te berde brengt nl. klimaatintelligente mensen de volledige sturing in handen geven, vind ik een onwerkbaar en ook desastreus idee. Bedoelt hij klimaat- en energie-specialisten? Gespecialiseerd verstand is handig (geweest) voor het uitdenken van nieuwigheden (innovaties/updates) om via nieuwe producten en diensten steeds weer concurrenten te vlug af te zijn of te weerstaan. Het is goed in alles problematiseren en de rest wegrelativeren, en absoluut niet goed in een positie opgeven en een tandje lager schakelen. En voor die truc staan we wel. Ik geloof niet dat we ons hieruit kunnen innoveren via tech. Plus is zo’n poging high-risk, gezien we geen speling meer hebben in het carbon budget. Een enorm onveilige weg om het klimaat te kalmeren dus. Ik denk dat de enige uitweg ligt in massaal afschalen van emissierijke levensstijlen. Zijn argument dat dit stuurpobleem mondiaal is − omdat iedereen mee moet doen wil ook maar enig klimaatbeleid afdoend effect hebben − en dat dat juist een complicerende factor is die een autoritaire wereldregering (of overkoepelend gezag) nodig maakt, vind ik nuts. Kijk we moeten iets aanvallen, maar niemand hoeft naar het front. We hoeven dat niet te organiseren. Het front − i.e., ernstige klimaatinstabiliteiten − komt namelijk bij iedereen. Dat is in deze oorlog dus heel speciaal. Iedereen kan parallel de vijand neutraliseren. Overal tegelijk. Maar?
Dan moet je iedereen wel de lokale wapens geven dat te doen en lokaal (in elk dorp, elke stadswijk) onderling af te dwingen, te organiseren en te coordineren, en elkaar bij de les te houden. Land toedelen dus, en water, en elementaria (zoals materialen, zaden, vee), en primaire zorgverlening zodat mensen ter plekke in hun primaire levens- en zorgbehoeften kunnen voorzien.
Wat het overblijvende overkoepelende betreft − de sturing dus − blijft democratie met proportioneel gekozen vertegenwoordigers volgens mij de meest levensvatbare oplossing. Het is zelf-corrigerend, rechtvaardig, open, en humaan. Misschien wel de 51%-drempel voor het aannemen van beleidsvoorstellen flink ophogen om meer eensgezindheid uit te lokken, en bestuursfuncties rouleren.
Jac Nijssen
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
