Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Boeing zette in december 2012 ruim 9 ton aardappelen in voor wifitests aan boord. Zo kon het bedrijf meten wat een volle cabine met het signaal doet, zonder telkens tientallen vrijwilligers op te trommelen.

wifi in vliegtuig

De plek waar je zit in een vliegtuig maakt uit voor je wifi signaal. Foto: iStock – Marija Bazarova

Een wifi-signaal reist niet ongehinderd door een vliegtuigcabine: lichamen nemen een deel van de golven op en kaatsen een ander deel terug. Voor Boeing maakte dat het lastig om te bepalen waar de verbinding goed is en waar die hapert. Onder de naam SPUDS onderzocht het bedrijf, geïnspireerd door onderzoek van O. Sipahioglu van de Ohio State University naar de diëlektrische eigenschappen van groente en fruit, of aardappelen, die voor bijna 80 procent uit water bestaan, zich bij zulke metingen als reizigers konden gedragen.

De plek van een passagier maakt verschil

Twee mensen die naast elkaar zitten, kunnen een heel andere wifi-verbinding hebben. Hoeveel reizigers aan boord zijn en waar ze zitten, maakt daarbij uit. Boeing wilde daarom de signaalsterkte per stoel meten, in plaats van alleen vast te stellen of er ergens in de cabine bereik was.

Voor zo’n meting moet de bezetting tijdens de proef zo veel mogelijk gelijk blijven. Met tientallen vrijwilligers wordt dat lastig, want zij moeten uren blijven zitten, hebben pauzes nodig en veranderen soms van houding. Als je later dezelfde meting wilt herhalen, wil je bovendien weer van dezelfde uitgangssituatie kunnen uitgaan.

De ingenieurs, onder wie metrologie-ingenieur Dennis Lewis van Boeing Test & Evaluation, hadden dus iets nodig dat je op een stoel kon zetten en daar kon laten staan zolang de metingen duurden. Een lege cabine bood geen bruikbare vergelijking met een volle vlucht. De proef moest laten zien waar de verbinding terugviel zodra alle stoelen bezet waren.

De proefopstelling

Boeing gebruikte hiervoor een afgedankt vliegtuig dat op de grond stond. Op iedere stoel werden zakken aardappelen vastgesjord. Zo konden de ingenieurs metingen doen door de hele cabine, terwijl de plaats van hun tijdelijke passagiers precies hetzelfde bleef.

Dat leverde een praktisch voordeel op. Aardappelen lopen niet weg, verschuiven niet uit zichzelf en vragen geen pauze. De ingenieurs konden daardoor doorgaan met meten zonder telkens te wachten tot een groep proefpersonen weer op haar plek zat.

De letters van SPUDS verwijzen naar kunstmatige passagiers die voor de meting elektrisch op echte mensen lijken. Toch nam Boeing de uitkomsten niet zomaar voor waar aan. Het bedrijf controleerde de metingen opnieuw met echte passagiers voordat het conclusies trok uit de proef.

Goed om te weten Wifi gebruikt hier frequenties van 2,4 en 5 gigahertz. Boeing moest rekening houden met wat een volle cabine op beide frequenties met het signaal doet.

Van ruim twee weken naar ongeveer 10 uur

De aardappelen waren maar een deel van de aanpak. Boeing gebruikte ook statistische hulpmiddelen om de signaalsterkte stoel voor stoel in kaart te brengen. Daarmee konden de ingenieurs gerichter zien op welke plekken de verbinding aandacht nodig had.

Die meetmethode kwam voort uit proeven met elektronische apparaten van passagiers. Daarbij wordt gecontroleerd of zulke apparaten de systemen aan boord verstoren. Voor wifi was die ervaring nuttig, omdat de verbinding beter moest worden zonder de vliegtuigelektronica in de weg te zitten.

Het verschil in benodigde tijd was groot. Een testcampagne die eerder ruim twee weken duurde, kon volgens Boeing met deze aanpak in ongeveer 10 uur worden uitgevoerd. Dat scheelt vooral bij werk waarbij de ingenieurs op veel verschillende stoelen willen nagaan hoe sterk het signaal is.

Wat merkt de reiziger daarvan?

Met die metingen kan Boeing de wifi-instellingen afstemmen op verschillen binnen de cabine. Het doel is een gelijkmatiger verbinding, zodat de plek waar je zit minder uitmaakt voor het bereik. Dat speelt ook voor reizigers op vluchten vanuit Nederland, want een goede verbinding voorin zegt weinig over de stoelen verderop.

Voor luchtvaartmaatschappijen werd wifi aan boord bovendien belangrijker naarmate passagiers vaker video wilden kijken tijdens een vlucht. Juist dan merk je het als de verbinding op de ene stoel goed werkt en op de andere hapert. Een kaart per zitplaats geeft technici houvast om zulke plekken op te sporen.

De proef combineerde zakken aardappelen op de stoelen met statistische hulpmiddelen voor een kaart van de signaalsterkte. Boeing wil de meetmethode verder verfijnen om ook bij verbeterde verbindingen de wifi op 2,4 en 5 gigahertz per stoel te kunnen blijven afstellen.