Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Techbedrijven pompen miljarden in kernfusie, terwijl er nog geen werkende centrale bestaat. OpenAI investeerde 375 miljoen dollar in Helion Energy voor stroom om AI van CO2-vrije energie te voorzien, maar een doorbraak op grote schaal blijft onzeker.
Luchtfoto van de fusiereactor van Iter. Foto: Iter
De AI-race gaat over chips, modellen en slimme chatbots, maar steeds nadrukkelijker ook over elektriciteit. De wereldwijde uitgaven aan AI-software gaan volgens ramingen in 2030 richting 6.000 miljard dollar, en techbedrijven zoeken naar manieren om dat groeiende stroomverbruik klimaatvriendelijk op te vangen. Kernfusie, de techniek die een ster in een machine moet nabootsen, is daarbij uitgegroeid tot een geliefd maar nog altijd onbewezen doelwit voor miljardeninvesteringen. Voor Europa en Nederland staat er veel op het spel: lukt het om nieuwe digitale infrastructuur van schone energie te voorzien zonder de druk op het elektriciteitsnet verder op te voeren?
Techgeld zoekt een plek in de energiemarkt
Helion Energy kreeg al in 2015 een vroege duw in de rug van Sam Altman, die toen 9,5 miljoen dollar in het bedrijf stak. De fusie-startup wordt inmiddels gewaardeerd op 15 miljard dollar en zegt vóór 2030 een reactor klaar te hebben, waarna commerciële stroomlevering in 2035 moet volgen.
Commonwealth Fusion Systems, gesteund door Bill Gates en Nvidia, heeft een commerciële centrale aangekondigd en sloot een afspraak met Google voor maximaal 200 MW stroom. Alphabet investeerde daarnaast in TAE Technologies, terwijl Pacific Fusion 900 miljoen dollar ophaalde bij onder anderen oud-Google-topman Eric Schmidt en Microsoft AI-chef Mustafa Suleyman.
Techinvesteerders zijn gewend aan projecten die jaren geld kosten en misschien mislukken, maar bij succes een hele markt kunnen omgooien.
Datacenters trekken het stopcontact steeds verder leeg
Bovenaanzicht van een tokamak-fusiereaktor met oranje magneetwikkelingen en een centrale reactorkamer omgeven door complexe technische installaties. Beeld: Wikimedia Commons.
De elektriciteitsvraag achter AI groeit hard, omdat steeds grotere modellen draaien op hallen vol servers. Het Internationaal Energieagentschap verwacht dat datacenters wereldwijd in 2030 samen 950 TWh elektriciteit verbruiken, tegen 485 TWh in 2025.
Ook een losse AI-opdracht tikt aan. De AI Energy Score rekent gemiddeld 0,52 Wh voor het maken van een afbeelding en 0,29 Wh voor een stuk tekst. AI-diensten verwerken dagelijks miljarden verzoeken.
- Datacenters drijven naar verwachting de helft van de extra elektriciteitsvraag in de Verenigde Staten in 2025.
- JPMorgan Chase en Goldman Sachs ramen de wereldwijde uitgaven aan AI-software op 6.000 miljard dollar in 2030.
- Een groot deel van dat geld gaat naar rekenkracht en de datacenters die die rekenkracht huisvesten.
Voor Nederlandse netbeheerders klinkt dat bekend. Ook hier botsen nieuwe aansluitingen voor bedrijven, woningbouw en duurzame opwek geregeld op een vol stroomnet. Een energiebron die dag en nacht levert, zou voor datacenters dus bijzonder aantrekkelijk zijn.
Een doorbraak in het lab is nog geen centrale
In 2022 boekte Lawrence Livermore National Laboratory een historische mijlpaal, toen een fusie-experiment meer energie opleverde dan nodig was om het plasma te verhitten. Die netto energiewinst is belangrijk, maar een centrale moet die reactie ook betrouwbaar en jarenlang kunnen herhalen.
“We weten hoe we een doos maken met een stukje zon erin, maar niet hoe we die vijftig of zestig jaar mee laten gaan.”
Alain Bécoulet, wetenschappelijk directeur van ITER
Bij fusie worden lichte atoomdeeltjes samengevoegd in een extreem heet, elektrisch geladen plasma. De installatie moet dat plasma vasthouden, hitte afvoeren en materialen beschermen tegen langdurige belasting. Dat is een flink andere opgave dan één geslaagde laboratoriumproef.
De sector rekent wel op nieuw kapitaal. De Fusion Industry Association, gevestigd in Santa Fe (New Mexico), verwacht in 2026 4,5 miljard dollar aan fusie-investeringen, een recordjaar. Het IEA telt voor datzelfde jaar wereldwijd 3.400 miljard dollar aan energie-investeringen, waarvan 80 miljard dollar naar kernenergie gaat.
Fusie kan ook buiten de reactor geld waard zijn
Zelfs als een werkende fusiecentrale later komt dan beloofd, houden bedrijven kennis over aan de ontwikkeling. Vooral magneten die bij hoge temperatuur werken en systemen voor zeer sterke elektrische stromen kunnen van pas komen bij energieopslag en duurzaam vervoer.
In een peiling van de Fusion Industry Association denkt 80 procent van de fusie-startups dat er vóór 2040 fusie-elektriciteit aan het net komt. Bécoulet verwacht grootschalige industriële toepassing juist pas in de tweede helft van deze eeuw.
Europa bouwt mee, maar wacht niet af
Europa is via de EU betrokken bij ITER, het internationale onderzoeksproject dat een tokamak bouwt, een ringvormige installatie die plasma met magneten opsluit. Kernfusie zou op termijn stabiele CO2-vrije stroom kunnen aanvullen naast wind en zon.
Techbedrijven sluiten intussen ook deals voor kleine modulaire kernreactoren, die dichter bij datacenters kunnen staan en minder afhankelijk zijn van een overvol netwerk.
General Fusion, gesteund door Amazon-oprichter Jeff Bezos, werd in juli 2026 de eerste beursgenoteerde onderneming die volledig op kernfusie is gericht.
