Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Bosbranden stoten wereldwijd nog altijd minder CO2 uit dan fossiele brandstoffen. Toch groeit hun aandeel snel, en op sommige plekken zijn bossen al omgeslagen van opslag naar uitstoot. Dit artikel zet de cijfers op een rij, bespreekt de tipping points die onderzoekers noemen, en gaat in op een factor die vaak wordt onderschat: het tijdsverschil tussen de uitstoot tijdens een brand en de opname tijdens herstel.
De uitstoot van bossen is na een brand zelfs hoger dan tijdens. Foto: iStock – Amir Behroozi
Wereldwijde uitstoot van bosbranden in het hele plaatje
De cijfers over de uitstoot van bosbranden lopen uiteen, omdat onderzoekers verschillende definities gebruiken. Sommige tellen alle vegetatiebranden mee, inclusief landbouwbranden en ontbossingsbranden. Andere kijken alleen naar natuurlijke wildfires.
Wanneer je de brede definitie toepast liggen de cijfers hoog. Tussen 2000 en 2020 stootten bosbranden wereldwijd gemiddeld 7,3 miljard ton CO2 per jaar uit. Dat is ongeveer 18,5 procent van de fossiele uitstoot. Met een striktere definitie, alleen wildfires, komt een andere bron uit op 1,8 miljard ton CO2 in 2021, tegenover 38 miljard ton uit fossiele brandstoffen en industrie. Beide cijfers kloppen, ze meten alleen iets anders. Maar er is alle reden om de breedste definitie toe te passen. Immers, een bosbrand stopt niet als hij een droge akker bereikt. En het gaat om de co2 die in de atmosfeer terecht komt, niet of die van een akker of van een bos komt, als de oorzaak dezelfde is: droogte door klimaatverandering.
Het officiële wereldwijde koolstofbudget telt bosbranden meestal niet apart, bovenop de fossiele uitstoot. Daarmee blijft een grote bron van uitstoot buiten beeld.
Belangrijk is ook het verschil tussen bruto uitstoot en netto uitstoot. Een bos dat afbrandt en daarna teruggroeit, neemt een groot deel van die CO2 op termijn weer op. Daarom telt het officiële wereldwijde koolstofbudget bosbranden meestal niet apart bovenop de fossiele uitstoot. Alleen blijvend bosverlies, zoals ontbossing, telt daar structureel mee. In 2024 lag die post op 4,2 miljard ton, tegenover 37,4 miljard ton fossiele uitstoot. De totale wereldwijde uitstoot kwam daarmee op 41,6 miljard ton, een stijging van 2 procent. Die stijging kwam deels door extreme bosbranden in Zuid Amerika. Maar deze boekhouding klopt niet. Daarover later meer.
De trend is in elk geval duidelijk stijgend. Wereldwijd nam de CO2 uitstoot van bosbranden tussen 2001 en 2023 met 60 procent toe. De uitstoot van boreale bossen in Eurazië en Noord Amerika verdrievoudigde bijna in diezelfde periode. Kortom, bosbranden zijn nog altijd kleiner dan de fossiele uitstoot, maar hun aandeel groeit, vooral in extreme jaren.
Is er één tipping point?
Er bestaat geen vastgestelde datum waarop bosbrandemissies wereldwijd de fossiele uitstoot overnemen. Klimaatwetenschappers spreken niet over één mondiaal kantelpunt. Ze spreken over meerdere regionale omslagpunten, die stuk voor stuk een bos of ecosysteem kunnen laten kantelen van koolstofopslag naar koolstofbron.
Dat kantelen gebeurt via een klimaat brand feedbackloop. Meer brand betekent meer uitstoot en verlies van bosopslag. Dat drijft de temperatuur verder op, wat weer meer brand veroorzaakt. Dit proces is zelfversterkend binnen een regio, maar het vervangt de fossiele uitstoot niet als grootste aanjager. Het versterkt de opwarming die fossiele brandstoffen al veroorzaken.
Waar het al dreigt te kantelen
Drie systemen worden het meest genoemd door onderzoekers.
Boreale bossen naderen naar verluidt snel een wildfire tipping point. Als extreme branden vaker terugkomen dan de bossen kunnen herstellen, wordt het boreale bos wereldwijd de dominante bron van brandgerelateerde uitstoot. Dat voedt de feedbackloop verder. In sommige regio’s is dit al gebeurd. Een studie naar de extreme branden van 2014 in het noordwesten van Canada liet zien dat delen daar al waren omgeslagen van koolstofput naar netto uitstoter.
Delen van het Amazonewoud, vooral het meest ontboste zuidoosten, functioneren al niet meer als koolstofput, maar als bron. Voor het hele Amazonegebied ligt de beste schatting voor een biomebreed omslagpunt rond 3,5 graden opwarming, met een bandbreedte van 2 tot 6 graden, zonder ontbossing meegerekend. Ontbossing kan dat punt dichterbij halen. Nieuwer onderzoek vindt een drempel van 2,3 graden opwarming, waarna de achteruitgang van het bos niet lineair versnelt. Tegen 2050 kan 10 tot 47 procent van het Amazonewoud blootstaan aan opeenstapelende verstoringen die tot lokale of regionale ineenstorting kunnen leiden.
Uitstoot door Permafrost is niet puur brandgedreven, maar brand versnelt het proces wel, omdat het de beschermende bovenlaag wegbrandt. Eén studie geeft aan dat permafrost rond de jaren 2050 kan omslaan van netto koolstofopslag naar netto koolstofbron.
Hoever staan we daar vandaan
De wereld zit nu op ongeveer 1,4 graden structurele opwarming. Bij het halen van de huidige nationale klimaatdoelen koersen we richting 2,3 tot 2,5 graden. Zonder verdere aanscherping van beleid komt daar circa 3 graden uit. Dat betekent dat de laagste drempel die voor het Amazonewoud wordt genoemd, 2,3 graden voor versnelde achteruitgang, binnen het bereik van de huidige beleidstrajecten ligt. De hogere drempel van 3,5 graden ligt daar net boven, tenzij ontbossing het punt dichterbij haalt.
De tijdsfactor die vaak wordt vergeten
Bij het idee dat bossen hun CO2 na een brand “gewoon weer opnemen bij hergroei”, hoort een belangrijke kanttekening. De uitstoot en de opname lopen niet gelijk op in de tijd.
Een brand stoot zijn CO2 grotendeels uit binnen dagen tot weken. Hergroei duurt jaren tot decennia. Bovendien stopt de uitstoot niet zodra het vuur is gedoofd. Onderzoek in Zweedse bossen na de extreme branden van 2018 liet zien dat verbrand gebied nog jaren CO2 bleef uitstoten, naast methaan, een super broiekasgas, via het afbreken van dood hout en bodemmateriaal. Die naschok was groter dan de uitstoot van de brand zelf.
Daarna begint pas de opbouw. Onderzoek van de Amerikaanse Forest Service laat zien dat het 30 tot 40 jaar duurt voordat groei van nieuwe bomen de afbraak van dood hout overtreft. Dat is het moment waarop een verbrand bos van netto bron naar netto opslag kantelt. Volledig herstel tot het koolstofniveau van vóór de brand duurt 80 tot 100 jaar. In tropische bossen ligt dat in dezelfde orde, herstel van bovengrondse biomassa tot het niveau van oud bos duurt daar 60 tot 100 jaar. Zelfs actief aanplanten repareert niet alles. Onderzoek naar 60 jaar bosherstel na brand laat zien dat het planten van nieuwe bomen het verlies aan dood hout niet compenseert.
De curve ziet er dus niet uit als een korte piek gevolgd door snel herstel. Het is eerder een lange periode van extra CO2 in de lucht, die pas na decennia wordt goedgemaakt, als het bos daadwerkelijk de kans krijgt.
Waarom dat gevaarlijker is dan het klinkt
Het klimaatsysteem reageert op de hoeveelheid CO2 die op dit moment in de lucht zit. Het wacht niet tot de boekhouding na vijftig jaar weer in balans is. Elke ton extra CO2 draagt nu bij aan opwarming, ook als een bos die ton over dertig jaar grotendeels terugneemt.
Dat is precies waarom timing er in deze fase toe doet. De CO2 concentratie in de atmosfeer staat op het hoogste niveau in 800.000 jaar. De opwarming zit rond de 1,4 graden structureel, met enkele jaren al boven de 1,5 graad. Eerder in dit artikel kwamen drempelwaarden voor het Amazonewoud langs vanaf 2,3 graden. Een tijdelijke piek in atmosferische CO2, ook al wordt die later deels teruggehaald, kan precies in de periode vallen waarin zo’n drempel wordt overschreden. Het bos dat de CO2 zou terugnemen, kan tegen die tijd zelf al beschadigd zijn.
Het gebeurt al, niet alleen in theorie
Uit analyse van Global Forest Watch en Land & Carbon Lab bleek dat de wereldwijde bossen in 2023 en 2024 door extreme branden veel minder CO2 opnamen dan normaal, ongeveer een kwart van een gemiddeld jaar. Dat was de zwakste wereldwijde bos koolstofput in minstens twee decennia.
Dit sluit aan bij de toenemende brandfrequentie in boreale bossen en het westen van de VS. Als een volgende brand toeslaat voordat de 30 tot 100 jaar herstelperiode is afgerond, wordt de tijdelijke koolstofschuld nooit terugbetaald. Dan is het geen vertraagde opname meer, maar een blijvend verlies. Dat is precies het mechanisme achter de omslag van sink naar source die eerder in dit artikel werd beschreven voor boreale bossen en delen van het Amazonewoud.
Van kwaad tot erger
Bosbranden zijn wereldwijd nog altijd kleiner dan fossiele uitstoot, ergens tussen een vijfde en een twintigste daarvan, afhankelijk van de definitie. Maar hun aandeel groeit, vooral doordat extreme brandjaren vaker voorkomen. De kans daarop wordt nog steeds groter, mede doordat de VS bedrijven nu zelfs betaalt om niet te investeren in groene energie, maar in plaats daarvan in fossiel. Organisaties als 350.org spreken al van een vorm van brandstichting door de fossiele industrie die megawinsten blijft maken ondenks de versnellende opwarming van het klimaat en de effecten daarvan op bosbranden.
Dat brengt ook kantelpunten dichterbij. Een enkel mondiaal tipping point bestaat niet. Wel zijn er meerdere regionale omslagpunten, in boreale bossen, het Amazonewoud en permafrostgebieden, die deels al bezig zijn te kantelen.
De gedachte dat afgebrande bossen hun CO2 vanzelf weer opnemen, klopt op de lange termijn, maar verhult de tijdsfactor. De uitstoot is snel, het herstel traag, en dat gebeurt in een periode waarin de CO2 concentratie al op recordhoogte staat en ook kantelpunten snel dichterbij komen. Bovendien kan de tijdsfactor een verklaring geven waarom klimaatverandering op veel plaatsen veel sneller optreedt dan verwacht. Steeds weer blijkt dat de modellen onvolledig zijn en achterlopen bij de dagelijkse werkelijkheid. Maar die drukt ons nu met de neus op de feiten.
