Waar gaat dit over:
Nieuwe datacenters vragen enorme hoeveelheden energie en water. Overheden en burgers proberen te begrijpen wat dat betekent voor klimaat, stroomprijzen en lokale infrastructuur. De exploitanten van datacenters zijn schimmig over de informatie.
Waarom wil je dit lezen:
Niet alleen in de Verenigde Staten, ook in Nederland groeit de weerstand tegen datacenters, vanwege hun impact op energie en milieu en omdat veel afspraken tussen techbedrijven en energiebedrijven geheim blijven.

De verborgen prijs van de datacenterboom
Overal in de Verenigde Staten schieten nieuwe datacenters uit de grond. De servers die de digitale wereld draaiende houden, van AI tot streaming en cloudopslag, vragen gigantische hoeveelheden energie en water.
Steeds meer mensen stellen daarom dezelfde vragen:
- Hoeveel elektriciteit gaan deze datacenters verbruiken?
- Komt die energie uit fossiele bronnen?
- Gaan huishoudens uiteindelijk hogere stroomprijzen betalen?
Maar in de antwoorden op deze vragen blijven de details vaak buiten beeld. In veel gevallen zijn de afspraken tussen ontwikkelaars van datacenters en energiebedrijven namelijk geheim. Documenten worden gedeeltelijk of zelfs volledig zwartgelakt voordat ze openbaar worden gemaakt.
Een voorbeeld uit Montana
Een illustratief voorbeeld komt uit de Amerikaanse staat Montana. Daar wil het bedrijf Quantica Infrastructure een energie en technologiehub bouwen van ongeveer 2.000 hectare nabij de stad Billings. Het geplande complex zou volgens documenten meer elektriciteit gebruiken dan alle huishoudens in Montana samen.
Maar wie probeert te begrijpen hoe die energie geleverd wordt, loopt tegen een muur van zwarte balken aan.
In documenten over de overeenkomst tussen energiebedrijf NorthWestern Energy en Quantica Infrastructure zijn grote delen onleesbaar gemaakt.
Volgens het onderzoekscollectief Data Center Watch groeit de politieke weerstand tegen datacenters snel. In het voorjaar van 2025 werden in slechts drie maanden tijd twintig projecten in de VS geblokkeerd of vertraagd.
De reden is vaak dezelfde: bewoners en lokale politici hebben onvoldoende inzicht in de gevolgen.
Monopolies
Een van de critici is Ari Peskoe, directeur van het Electricity Law Initiative aan Harvard Law School. In een rapport over de energiekosten van datacenters schrijft hij dat techbedrijven regelmatig kosten doorschuiven naar gewone stroomgebruikers.
“Dit zijn monopolies,” zegt Peskoe over energiebedrijven. “Ze zouden dus een hoge standaard voor transparantie moeten hebben. Het publiek heeft recht op betekenisvolle informatie over grote deals waar zij bij betrokken zijn.”
Veel Amerikaanse energiebedrijven zijn gereguleerde monopolies. Ze hebben geen concurrentie, maar staan onder toezicht van een publieke commissie die consumenten moet beschermen tegen misbruik.
Volgens Peskoe is dat toezicht juist bedoeld om diep in contracten en boekhouding te kijken. “Het hele punt van energieregulering is dat toezichthouders de details onderzoeken, zodat het publiek beschermd wordt tegen de macht van een monopolie.”
Toch koos de energiecommissie van Montana de kant van het energiebedrijf. De commissie stelde dat de documenten geheim mogen blijven omdat de informatie “economische waarde ontleent aan haar geheimhouding”.
Peskoe is het daar niet mee eens.
“Ze zeggen dat dit een privé zakelijke overeenkomst is. Maar als je een gereguleerd monopolie bent, is dat eigenlijk niet zo. ‘Vertrouw ons maar’ is niet genoeg.”
Politieke twijfel groeit
Ook in de politiek groeit de twijfel. De Democratische parlementariër Kelly Kortum uit Bozeman, zelf computerwetenschapper, maakt zich zorgen over de snelle toename van datacenterplannen.
“Ik wil er zeker van zijn dat mensen niet worden opgelicht,” zegt hij. “Ik wil weten hoeveel energie er gebruikt wordt, hoeveel daarvan publieke elektriciteit is, en wat dat betekent voor onze tarieven.”
Volgens Kortum zijn veel politici nog onvoldoende bekend met de impact van datacenters. Nieuwe wetgeving om meer transparantie af te dwingen mislukte onlangs, maar hij verwacht dat het onderwerp opnieuw op tafel komt.
Hoe een datacenterdeal begint
De eerste stap bij een nieuw datacenterproject is vaak een Letter of Intent: een intentieverklaring tussen een ontwikkelaar en het lokale energiebedrijf.
Daarin staat onder meer hoeveel elektriciteit het datacenter zal afnemen, welke prijs daarvoor geldt, wanneer de aansluiting gerealiseerd wordt en welke infrastructuur nodig is om voldoende stroom te leveren.
In Montana heeft NorthWestern Energy inmiddels drie van zulke intentieverklaringen ondertekend. Als alle projecten doorgaan, zou het elektriciteitsverbruik meer dan verdubbelen. Een groot deel van die energie zou afkomstig zijn van de kolencentrale Colstrip, een van de meest vervuilende energiecentrales in de Verenigde Staten.
Wie betaalt voor de infrastructuur?
Energiebedrijven proberen zich ondertussen voor te bereiden op nieuwe regels voor zogenaamde large load tariffs. Dat zijn speciale tarieven voor grootverbruikers zoals datacenters.
Zo’n regeling kan bijvoorbeeld vastleggen dat een datacenter een minimum hoeveelheid elektriciteit moet afnemen. Daarmee wordt voorkomen dat huishoudens moeten betalen voor infrastructuur die uiteindelijk minder gebruikt wordt dan gepland.
Maar ook deze regels laten op zich wachten. NorthWestern Energy beloofde eerder dat het voorstel eind 2025 openbaar zou worden gemaakt. Inmiddels heeft het bedrijf gezegd dat dit waarschijnlijk pas midden 2026 gebeurt. Tegen die tijd kunnen sommige projecten al in een vergevorderd stadium zijn.
Wat staat er op het spel?
Het Quantica project heeft inmiddels al grond gekocht in een county zonder bestemmingsplan en met weinig lokaal toezicht. De bouw zou dit jaar beginnen. Dat illustreert het dilemma waar veel regio’s voor staan. Datacenters brengen investeringen, banen en technologische infrastructuur. Tegelijk vragen ze enorme hoeveelheden energie.
Zonder transparantie blijft één vraag boven de markt hangen: wie betaalt uiteindelijk de rekening?
Ook in Nederland, zie Lelystad
In ons eigen land is de gemeenteraad van Lelystad jarenlang verkeerd geïnformeerd over het energieverbruik van een nieuw datacenter op bedrijventerrein Flevokust Haven.
Ambtenaren gaven eerder aan dat het geplande vermogen van 150 megawatt ongeveer vergelijkbaar zou zijn met het stroomverbruik van 3.000 tot 5.000 huishoudens. Volgens experts blijkt dat een sterke onderschatting. In werkelijkheid kan het datacenter uiteindelijk evenveel stroom gebruiken als circa 200.000 huishoudens, bijna twee keer zoveel als het huidige totale elektriciteitsverbruik van de stad.
Het Amerikaanse bedrijf Equinix investeert ongeveer 1,5 miljard euro in het datacenter, waar onder meer overheid, zorginstellingen en AI-bedrijven servers zullen huren.
Omdat het complex uit drie kleinere gebouwen bestaat met een gezamenlijke oppervlakte van 7,5 hectare, valt het buiten het landelijke verbod op grote hyperscale datacenters dat sinds 2022 geldt. Dat geldt vanaf een grootte van 10 hectare én een energieverbruik van 70 Gw of meer. Maar kleinere datacenters kunnen wel degelijk (veel) meer energie vragen.
Het datacenter komt naast een hoogspanningsstation en een gascentrale. Daardoor ontstaat er geen directe druk op het elektriciteitsnet, maar experts waarschuwen dat de extra vraag naar stroom op basis van gas het moeilijker maakt om de gascentrale in de toekomst te sluiten.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
