Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
China plantte sinds 1978 miljarden bomen langs de oprukkende Gobi-woestijn. Het Three-North Shelter Forest Program moest zandstormen indammen en dwong Peking tot een andere aanpak.
Een groene muur moet de woestijn stoppen in China. Foto: iStock – TopPhotoImages
Een groene gordel van bomen klinkt als een logische manier om oprukkend zand een halt toe te roepen, zeker in een land waar droge gebieden eind jaren zeventig al een vijfde van het grondgebied raakten. In het district Minqin bleken vooral populieren zo dorstig dat het grondwaterpeil er met zes meter zakte. Als bomen en water concurreren, kan natuurherstel extra druk zetten op boeren, veeteelt en kwetsbare landschappen.
De groene gordel beslaat bijna de helft van het land
De zogenoemde Three-North-regio’s, in het noorden, noordwesten en noordoosten, beslaan 45 procent van het grondgebied. Juist daar ligt 84 procent van alle gebieden die met woestijnvorming kampen. De aanpak moest dus veel meer doen dan alleen een paar steden tegen stuifzand beschermen.
Het programma mikte op een stijging van de bosbedekking van 5,05 procent in 1977 naar ongeveer 15 procent. Inmiddels staan er naar schatting 66 miljard bomen. Een lange rij bomen verandert een droog landschap niet vanzelf in een robuust bos.
- Intensieve landbouw putte droge bodems verder uit.
- Overbegrazing liet op veel plekken te weinig begroeiing over.
- Mijnbouw maakte kwetsbare grond nog gevoeliger voor erosie.
Snelgroeiende bomen bleken een dure gok
Populieren leken aanvankelijk ideaal, omdat ze snel hoog worden en dus al gauw een zichtbaar scherm vormen tegen de wind. In droge streken halen zulke bomen een flink deel van hun water diep uit de bodem. Als een hele plantage tegelijk dorst heeft, krijgt de grondwaterlaag het zwaar.
Een analyse in Earth Science Reviews, uitgevoerd door een team van de Beijing Forestry University onder leiding van Hang Xu, laat zien dat tot 85 procent van de aanplant op termijn mislukt. Bomen drogen uit of groeien zo slecht dat ze het zand nauwelijks vasthouden. Water, arbeid en publieke middelen zijn dan al wel verbruikt.
Een boom die niet past bij bodem en regenval kan de druk op een droog gebied vergroten, terwijl hij juist bedoeld was om het landschap te beschermen.
Van bomen tellen naar water sparen
De aanpak verschoof daarom naar inheemse struiken en soorten die beter tegen droogte kunnen. Die groeien vaak minder spectaculair dan populieren, maar sluiten beter aan bij een landschap waar elke druppel telt.
De Wereldbank stelde in 2012 80 miljoen dollar beschikbaar om die omslag te steunen. Het geld was bedoeld voor aanplant die zuiniger met water omgaat, in plaats van grote vakken met dezelfde snelgroeiende boomsoort.
Goed om te weten
Woestijnvorming betekent niet dat een zandwoestijn overal oprukt. Het gaat ook om grasland en landbouwgrond die door droogte, erosie en overgebruik steeds minder vruchtbaar worden.
Het aandeel woestijngebied daalde in tien jaar van 27,2 procent naar 26,8 procent, een verschil van 0,4 procentpunt.
Boeren betalen mee voor een stiller landschap
De groene gordel raakt ook mensen die van het land leven. In kwetsbare gebieden werd vrij grazen aan banden gelegd, zodat plantenwortels de bodem weer konden vasthouden. In delen van het noorden leidde dat tot protesten van veehouders.
Minder vee op droog grasland kan erosie afremmen, maar voor gezinnen die afhankelijk zijn van dieren betekent zo’n beperking direct minder inkomen en minder ruimte om zelf keuzes te maken.
Het project is nog lang niet klaar. Er staan nog eens 34 miljard bomen op de planning, waarmee de totale aanplant rond 100 miljard bomen moet uitkomen.
Ook Europa kan niet om de waterrekening heen
Voor natuurherstel in Europa, zeker in droge delen van Zuid-Europa, telt niet alleen het aantal geplante bomen. Je moet vooraf weten hoeveel water bodem, planten en omwonenden samen kunnen dragen. Anders verschuift het probleem van stuifzand naar verdrogende grond en minder water voor landbouw.
Herstel werkt het best als soorten passen bij de plek en bewoners mee kunnen doen in het beheer. Struiken, kruiden en natuurlijke graslanden kunnen in droge gebieden soms beter standhouden dan een dicht geplant bos.
In 2050 moet de groene gordel een lengte van 4.500 kilometer hebben bereikt.
